Zwartvlekwinteruil - primair

Nachtvlinders stropen in de winter

De Vlinderstichting
19-JAN-2026 - Het hele jaar door zijn er nachtvlinders actief. In perioden dat het vriest zullen ze zich rustig houden, maar als de nachttemperatuur wat hoger is, kun je ze tegenkomen. Daarvoor moet je wel wat moeite doen. Sommige spanners, zoals de grote wintervlinder, kun je vinden op verlichte plekken als flatgalerijen, verlichte viaducten of reclameborden. Voor andere soorten moet je aan het werk.

De wachtervlinder is herkenbaar aan de niervlek met twee satelietvlekjes aan weerszijde. De kleur van de vlekjes kan variëren tussen wit en donker oranjeEr zijn nachtvlinders – vooral van de familie van de uilen – die je ook in januari kunt vinden, maar deze moet je wel lokken. Door te stropen of smeren kun je ze te zien krijgen. Stropen houdt in dat je rond zonsondergang een zoete stof in kleine plekjes op bomen aanbrengt. Vanaf een uur na zonsondergang kun je die plekken voorzichtig controleren met een zaklamp en dan kun je daar nu, half januari, een soort of vijf op aantreffen. Het is vooral belangrijk dat het smeer zoet is – dus veel suiker is een vereiste – maar over de precieze ingrediënten heeft iedere vlinderaar haar of zijn eigen ideeën. De een zweert bij overrijpe bananen, er zijn er die absoluut appelmoes erin willen hebben en een ander staat erop dat er flink wat alcohol wordt toegevoegd. Ook met een heel simpel recept, rode wijn met suiker, kun je al succes hebben. Deze vloeibare massa kun je met een plantenspuit eenvoudig aanbrengen op de bomen. Ikzelf werk altijd met het recept dat je op de site van De Vlinderstichting kunt vinden en daarmee heb ik regelmatig groot succes.

De drie nachtvlinder met de hoogste trefkans half januari. Van links naar rechts: zwartvlekwinteruil, bosbesuil en wachtervlinder

Niet altijd prijs

De drie nu te verwachten soorten op een smeerplekje, 15 januari 2026Regelmatig, schrijf ik hierboven, want het is zeker niet altijd prijs. Er zijn avonden dat ik smeer op honderd bomen en dan blij ben dat ik na de controle twee of drie vlinders heb gezien. Er zijn ook avonden dat ik op evenveel bomen meer dan 150 vlinders aantref. Succes is dus zeker niet gegarandeerd en na een teleurstellende ervaring moet je je niet af laten schrikken, maar het gewoon nog een aantal keer proberen. Op dit moment kun je bij het stropen in niet te koude nachten rekenen op de volgende soorten die redelijk verspreid over het land voorkomen: zwartvlekwinteruil, wachtervlinder en bosbesuil. Maar er zijn nog meer uilen actief nu, al is de trefkans voor die soorten wel wat kleiner. Op de hogere zandgronden en in de duinen zul je meer vlinders lokken dan in de kleigebieden, maar ook daar zijn ze aanwezig. Stropen op donderdagavond 15 januari in de Betuwe leverde op negentig bomen acht bosbesuilen, zeven wachtervlinders en een zwartvlekwinteruil op.

Na zonsondergang niet betreden!

Veel bossen, parken en natuurgebieden zijn na zonsondergang niet toegankelijk. Je kunt dus niet zomaar overal het bos in om te stropen. Houd je aan de regels en informeer bij de eigenaar of beheerder van het gebied of je er op zoek mag naar nachtvlinders. Vaak is dat oké, zeker als je je vondsten ook doorgeeft aan de beheerder.

Tekst en beeld: Kars Veling, De Vlinderstichting