Wilde planten in stinzentuin Martenastate
FLORONZo’n vier kilometer ten noorden van Leeuwarden ligt in het dorp Cornjum (Fries: Koarnjum) het landgoed Martenastate. Dat werd in 2017 door FLORON bestempeld als een van de landelijke hotspots in de categorie stinzenbos. In 2018 werd het landgoed uitgebreid met een jong bosperceel en een singel. In 2020 verwierf de beherende Stichting Martenastate ook de naastgelegen boerderij met ‘lytshús’ (wagenschuur) en het bijbehorende erf, onder de naam Martena Zathe. Het hele complex omvat nu acht hectare.
Het oorspronkelijke landgoed omvat een negentiende-eeuws landschapspark met een rijke stinzenflora. Die stinzenplanten zijn in de loop der jaren intensief in kaart gebracht, onder andere in 2017 door It Fryske Gea.
Toen de stichting in 2024 de FLORON-districtscommissie Friesland vroeg of zij mogelijkheden zag om nog aanvullend onderzoek te doen, werd bedacht dat geïnteresseerde cursisten de wilde flora van het Martena-terrein in 2025 van februari tot eind augustus zouden kunnen inventariseren. Dit leverde een werkgroep op van twaalf waarnemers, inclusief de leiding. Zij bezochten het terrein zes keer.
De werkgroep kwam er al gauw achter dat ‘wildstatus’ veel nuances kent. Dat had er onder meer mee te maken dat de stichting het nieuw verworven terrein Martena Zathe helemaal opnieuw ingericht heeft als ‘natuurinclusief landschapspark’ met onder andere een bloemrijke weide, een natuurlijke vijver en een kalkhelling. Daarbij zijn op grote schaal ‘wilde’ soorten aangeplant en ingezaaid met onder andere speciale mengsels van de Cruydt-Hoeck. Al die nieuwe inbreng is bij de inrichting overigens zorgvuldig in lijsten per deelgebied gedocumenteerd.
Er werden door de werkgroep maar liefst 320 soorten gevonden op het strikte Martena-terrein. De eigen waarnemingen werden aangevuld met wat al bekend was in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) vanaf 2000, zowel voor het strikte terrein als voor het hele kilometerhok waarin het Martena-terrein ligt.

Inclusief de al bekende NDFF-gegevens werden er op het Martena-terrein in totaal 374 soorten waargenomen en in het hele kilometerhok zelfs 461. Een heel verschil, dat te verklaren valt doordat buiten het Martena-terrein diverse andere milieus met eigen soorten te vinden zijn, zoals urbaan gebied en agrarisch akker- en weidegebied op klei. Voor het hele hok werden met dit project 78 'eerstevondstmeldingen' gedaan, waarvan 27 echt wild. De andere waren grotendeels ingezaaide of aangeplante soorten.
Het inventarisatierapport licht ook enkele opvallende soorten uit. Een zo’n soort, die overigens als verschijning niet erg imponeert, is Vreemde ereprijs. Maar hoe onaanzienlijk ook, de plant heeft een markante geschiedenis. De soort werd op het kerkhof naast Martenastate al vermeld in de Atlas fan de floara fan Fryslân, van D.T.E. van der Ploeg (1977), ruim vóór de soort zich later in Nederland uitbreidde. Het is goed mogelijk dat de moestuin van Martenastate en het kerkhof tot de oudste groeiplaatsen van die negentiende-eeuwse nieuwkomer behoorden.
De cursisten werden zich ook treffend bewust van een waarnemerseffect. Van het aangrenzende kilometerhok ten oosten van Cornjum was in 2025 zegge en schrijve één soort sinds 2000 bekend in de NDFF. Tsja, Martenastate is een floristenmagneet – naar het belendende hok wordt kennelijk niet omgekeken.
Al met al bleek het project een leerzame oefening voor de floracursisten.
Meer informatie
- Het te downloaden inventarisatierapport (pdf: 1,7 MB) wordt vergezeld van een separaat Excel-bestand met drie soortenlijsten: 1. van alle waargenomen soorten; 2. van alle ingezaaide soorten en 3. van blad- en levermossen die en passant geïnventariseerd zijn door twee excursieleiders.
- FLORON organiseert ook in 2026 weer een online Basiscursus Flora. Houd jij van planten maar vind je het lastig om ze te herkennen? Of werk je als natuurbeheerder en wil je je soortenkennis vergroten? Doe dan mee met de Basiscursus Flora. In veertien lessen word je wegwijs gemaakt in de inheemse planten van Nederland. Je kunt je nog opgeven tot en met 10 maart 2026.
Tekst: Gertie Papenburg, districtscoördinator FLORON Friesland
Beeld: Betty Kooistra-Woudsma
