Tuinvlindertelling 26 - primair

Tuinvlindertelling 2026: tien vlinders per telling

De Vlinderstichting
13-JUL-2026 - Van 10 tot en met 12 juli was voor de achttiende keer de Tuinvlindertelling. Elfduizend tellingen leverden 108.000 vlinders op, een gemiddelde van zo’n kleine tien vlinders per telling. De atalanta werd het meest geteld, gevolgd door het klein koolwitje en de dagpauwoog. Er werden opvallend veel kolibrievlinders, koninginnenpages en kleine parelmoervlinders geteld.

De kleine vos, die meermalen de nummer 1 was, eindigt dit jaar op plek 9Tijdens het kwartier tellen werden gemiddeld tien vlinders doorgegeven. Dat is een gemiddelde, want in kleine stadstuintjes of op een balkon was je al blij als je vier of vijf vlinders had. Grote buitentuinen konden soms meer dan veertig vlinders melden. Vergeleken met 2023 (acht vlinders per telling) en 2024 (vijf vlinders per telling) was het dit jaar duidelijk beter. Vorig jaar lag met bijna elf net iets hoger. Dit was de achttiende tuintelling. In de eerste negen jaar, 2009 tot en met 2017, werden gemiddeld zestien vlinders per telling gezien en in de afgelopen negen jaren gemiddeld negen. Dit komt overeen met de achteruitgang van vlinders die we ook buiten de tuinen, in natuurgebieden en parken, meten binnen het meetnet vlinders. De trekvlinders waren goed vertegenwoordigd dit jaar. Naast de atalanta, die het meest werd geteld, waren ook distelvlinder en kolibrievlinder meer aanwezig dan de voorgaande jaren. Het aanhoudende warme weer zal hier zeker aan hebben bijgedragen.

De top 6 van de Tuinvlindertelling 2026

De kleine parelmoervlinder is meer gezien in de tuinen dan voorgaande jaren, vooral in GelderlandHet scheefbloemwitje, dat nog maar tien jaar in ons land voorkomt, werd regelmatig gemeld, vooral uit tuinen in Limburg. Ook warmteminnaars als koninginnenpage en kleine parelmoervlinder werden meer gezien dan de voorgaande jaren. De kleine vos, die in de beginjaren van de Tuinvlindertelling vier jaar als meest getelde vlinder uit de bus kwam, is dit jaar zeer weinig geteld en eindigde op de negende plek. De hete en droge jaren, die we vanaf 2018 hebben gehad, hebben deze echte tuinvlinder sterk doen afnemen. Hoewel de atalanta dus landelijk de duidelijke winnaar was, gold dat niet voor alle provincies. In Gelderland en Limburg werd het klein koolwitje het meest geteld. In Drenthe, Gelderland en Overijssel stond de citroenvlinder op plek 2, terwijl deze landelijk op de vierde plek eindigde. In Zeeland was het oranje zandoogje de nummer 3, terwijl deze landelijk op plek 14 stond. Dit is niet vreemd, want dit zandoogje heeft maar een beperkte verspreiding in ons land, in de zuidelijke en noordelijke provincies. De soort ontbreekt in het midden van het land.

Tekst: Kars Veling, De Vlinderstichting
Beeld: Marjelle Molenaar & Kars Veling, De Vlinderstichting