De schaar van de calicotrivierkreeft die op 4 april 2025 werd gevonden in de Klompenwaard, een uiterwaard van de Rijn nabij de Duitse grens. Door middel van een DNA-analyse door AQUON kon worden bevestigd dat het om deze soort ging.
13-JUL-2026 - Nederland is koploper in Europa als het gaat om problematiek die door verschillende invasieve uitheemse rivierkreeften wordt veroorzaakt. Momenteel hebben zich populaties van zeven soorten uitheemse rivierkreeften in ons land gevestigd. In 2025 werd een achtste uitheemse soort rivierkreeft voor het eerst in ons land gevonden: de calicotrivierkreeft.

In april 2025 werd in de Klompenwaard, een uiterwaard van de Rijn nabij de Duitse grens, een opmerkelijke schaar van een rivierkreeft gevonden. Op basis van het aantal knobbels op de schaar, bestond het vermoeden dat dit ging om de calicotrivierkreeft (Faxonius immunis). Om dat vermoeden te kunnen bevestigen, is door AQUON – een organisatie voor wateronderzoek en advies – een DNA-analyse uitgevoerd. Op basis van de resultaten kan met zekerheid worden geconcludeerd dat de aangeleverde schaar afkomstig is van een individu van de calicotrivierkreeft.

Calicotrivierkreeft in het Rijnstroomgebied

De calicotrivierkreeft komt van nature voor in grote delen van Noord-Amerika. In Europa werd de soort in 1997 voor het eerst vastgesteld nabij Karlsruhe in Duitsland. Sindsdien heeft de rivierkreeft zich zowel in noordelijke (stroomafwaartse) als zuidelijke (stroomopwaartse) richting langs het Rijnsysteem verspreid. Niet enkel in Duitsland, maar ook in Frankrijk.

In 2017 werd voor het eerst een schaar in de Rijn ter hoogte van Düsseldorf gevonden, en een jaar later werd een levend exemplaar in de Düssel aangetroffen. Dat was op circa 100 kilometer van de Nederlandse grens. Gezien de uitbreiding in Duitsland werd al enige tijd verwacht dat de calicotrivierkreeft via de Rijn Nederland zou bereiken. In 2019 werd melding gemaakt van deze soort in de Amerongse Bovenpolder. Dat bleek echter te gaan om afwijkende exemplaren van geknobbelde Amerikaanse rivierkreeften. Na de vondst van de schaar in de Klompenwaard werden in april 2025 fuiken geplaatst en is met schepnetten gezocht naar levende exemplaren. Dat leverde geen rivierkreeften op. Omdat de soort bij lage dichtheden lastig is vast te stellen, werd in oktober 2025 aanvullend onderzoek uitgevoerd door het meten van omgevingsDNA of eDNA. Hierbij wordt gezocht naar DNA-sporen die dieren in het water achterlaten. Van de drie onderzochte locaties bleken er in de Klompenwaard twee positief voor de calicotrivierkreeft. Deze twee locaties liggen in een nevengeul die ten tijde van de bemonstering al voor langere tijd afgesloten was van de rivier zelf vanwege een lage waterstand in de rivier. Vooral op de plek waar eerder de schaar werd gevonden, werden relatief veel DNA-sporen aangetroffen. Dit wijst erop dat zich in of nabij de nevengeul een populatie heeft gevestigd.

(A) Het gebied de Klompenwaard, de locatie van de nevengeul van de Rijn in Nederland en de plaats waar in april 2025 de schaar van de calicotrivierkreeft werd aangetroffen. Ook de locaties van de eDNA-bemonsteringspunten (oktober 2025) zijn aangegeven (groen betekent afwezigheid, rood aanwezigheid). De stromingsrichting van de Rijn is van oost naar west. (B) luchtfoto van de locatie in A. (C) locaties waar de calicotrivierkreeft is aangetroffen in Europa

Herkenning

De calicotrivierkreeft lijkt sterk op de nauwverwante geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft (Faxonius virilis), die ook in het rivierengebied voorkomt. Beide soorten kunnen een gevlekt, bruin achterlijf hebben. De meest geschikte onderscheidende kenmerken tussen deze twee soorten zijn te vinden op de scharen (oftewel het eerste pootpaar) en het tweede pootpaar (dat zijn de looppoten die na de schaar komen). Scharen van de calicotrivierkreeft hebben in het midden van de beweegbare vinger een kenmerkende knobbel die een soort haak vormt. Ook heeft de calicotrivierkreeft één rij grote knobbels bovenop de beweegbare vinger, terwijl de geknobbelde twee rijen grote knobbels heeft. Daarnaast heeft de calicotrivierkreeft beharing op het tweede pootpaar – bij mannetjes is dit kenmerk veel duidelijker dan bij vrouwtjes. Beharing op het tweede pootpaar is bij de geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft zeer minimaal.

Verschillen tussen een man calicotrivierkreeft (links) en een man geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft (rechts). (A) calicotrivierkreeft met uitgesproken beharing op de pereopoden (tweede pootpaar) (1) en vrij puntig uitlopend rostrum (2). (B) geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft met zeer minimale beharing op het tweede pootpaar (1), een relatief breed uitlopend rostrum (2)

Verschillen tussen de scharen van een mannelijke calicotrivierkreeft (links) en een mannelijke geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft (rechts). (A) zijaanzicht van een schaar van een calicotrivierkreeft met een uitgesproken knobbel in het midden van de dactylus (beweegbare vinger) die doet denken aan een haak (1) en veel beharing aan de binnenkant van de schaar (2). (B) bovenaanzicht van een schaar van een calicotrivierkreeft met een enkele rij grote knobbels op de dactylus (beweegbare vinger) van de schaar (3). (C) zijaanzicht van een schaar van een geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft zonder uitgesproken knobbel in het midden van de beweegbare vinger (1) en minimale beharing aan de binnenkant van de schaar (2). (D) bovenaanzicht van een schaar van geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft met twee rijen grote knobbels op de dactylus (3)

Zal de calicotrivierkreeft zich vestigen?

Het Rijnstroomgebied wordt gekenmerkt door kleiachtige uiterwaarden, met nevengeulen en geïsoleerde wateren (wielen of poelen). Deze wateren vormen ideaal leefgebied voor de calicotrivierkreeft en het lijkt aannemelijk dat deze rivierkreeft zich hier in de nabije toekomst zal gaan vestigen, net zoals de soort heeft gedaan in vergelijkbare gebieden in Duitsland. Dit is zorgelijk voor de biodiversiteit in die wateren, want de calicotrivierkreeft kan zich snel voortplanten en bij hoge aantallen van deze rivierkreeften kunnen waterplanten, ongewervelden en amfibieën verdwijnen. Ook is het een goede graver die voor schade aan oevers kan zorgen en wateren kan vertroebelen met het graafgedrag. Bovendien kan de calicotrivierkreeft honderden meters over land lopen waarbij nieuwe, al dan niet geïsoleerde, wateren kunnen worden gekoloniseerd.

In Duitsland zijn al enkele maatregelen ontwikkeld tegen verdere verspreiding en vestiging van de calicotrivierkreeft in geïsoleerde wateren. Deze zijn ook opgenomen in het Afwegingskader rivierkreeften. Het is raadzaam om daar nu al naar te kijken en op sommige plekken met hoge natuurwaarden preventief maatregelen te treffen. Het is namelijk onwaarschijnlijk dat de calicotrivierkreeft kan worden verwijderd zodra deze zich eenmaal heeft gevestigd.

De droogvallende nevengeul in de Klompenwaard waar de schaar van de calicotrivierkreeft op 4 april 2025 werd gevonden. De soort voelt zich erg thuis in wateren met bodems die bestaan uit riviersediment waaronder klei. Voor een groot deel van het Nederlandse rivierengebied kan worden verwacht dat de calicotrivierkreeft zich hier in de toekomst zal gaan vestigen

Waarnemingen van rivierkreeften in rivierengebied doorgeven

Om een beter beeld te krijgen van invasieve uitheemse rivierkreeften in het rivierengebied worden natuurliefhebbers gevraagd om hun waarnemingen van rivierkreeften door te geven via Waarneming.nl. Dit geldt ook voor dode dieren of losse lichaamsdelen, zoals scharen. Deze meldingen kunnen erg waardevolle informatie over de verspreiding opleveren.

Handelen na deze eerste melding

De calicotrivierkreeft is sinds 7 augustus 2025 opgenomen in de Europese Unielijst van invasieve exoten (Verordening 1143/2014). Bij een eerste waarneming van een soort uit deze lijst moet melding worden gedaan bij EASIN via NOTSYS (Report species). De NVWA heeft deze melding vorig jaar gedaan.

Daarna dient de huidige verspreiding in beeld gebracht te worden. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Momenteel wordt gewerkt aan de onderzoeksopzet hiervoor, samen met provincie Gelderland, Rijkswaterstaat en een aantal ‘Rijn-waterschappen’. Kennis over de huidige verspreiding is noodzakelijk om bijvoorbeeld te kunnen bepalen waar het zinvol is om op preventieve maatregelen in te zetten.

Meer informatie

Tekst: Pim Lemmers, Nederlands Expertisecentrum Exoten & Radboud Universiteit; Jelle Wissink, Radboud Universiteit; Ronald Gylstra, Waterschap Rivierenland; Sander Heeman, AQUON; Paul van Hoof, Paul van Hoof Natuurfotografie; Bram Koese, EIS Kenniscentrum Insecten
Beeld: Pim Lemmers (leadfoto: de schaar van de calicotrivierkreeft die op 4 april 2025 werd gevonden in de Klompenwaard, een uiterwaard van de Rijn nabij de Duitse grens. Door middel van een DNA-analyse door AQUON kon worden bevestigd dat het om deze soort gaat); Nederlands Expertisecentrum Exoten; Paul van Hoof