schaduwspikkelspanner - primair

Nederlandse nachtvlindernamen herzien

De Vlinderstichting
5-MRT-2026 - Er zijn meer dan tweeduizend soorten nachtvlinders in Nederland en allemaal hebben ze een Nederlandse naam, die het werken ermee laagdrempeliger maakt. Sommige namen zijn al eeuwenoud en sommige worden als verwarrend gezien. Vandaar dat er nu, voor een beperkt aantal soorten, nieuwe namen worden gegeven.

Alle vlinders die in Nederland en België voorkomen, zijn al enige tijd voorzien van een Nederlandse naam. De reden dat vlinders een Nederlandse naam hebben gekregen, is tweeledig. Enerzijds maakt het de vlinderstudie minder elitair, omdat je geen gymnasium hoeft te doorlopen om te weten om welke soort het gaat. Anderzijds biedt het ook enige houvast in de dynamische wereld van de systematiek, waar de wetenschappelijke namen door veranderende inzichten nogal eens veranderen. Het is echter geen sinecure om betekenisvolle Nederlandse namen te bedenken, terwijl gebruikers toch vaak de neiging hebben om een naam betekenisvol te interpreteren. Logisch ook, want een betekenisvolle naam is makkelijker te onthouden dan een betekenisloze naam. Vandaar ook dat in veel namen kenmerken worden gebruikt die zouden kunnen helpen bij determinatie, of verwijzingen naar biotopen en waardplanten.

Populierenkameeltje, oude naam: wilgentandvlinderInmiddels is gebleken dat voor een aantal soorten de gekozen ‘betekenis’ niet correct was en, erger nog, leidde tot foutieve determinaties. In Het Nachtvlinderboek van Jeroen Voogd zijn voor een aantal macronachtvlinder al nieuwe namen voorgesteld. Bij het onderzoek voor zijn Handboek Motten over microvlinders, kwam Tymo Muus tot de ontdekking dat veel van de namen voor de microvlinders zijn verouderd. Er is daarom vanuit de Werkgroep Vlinderfaunistiek (WVF) een werkgroep samengesteld met leden uit de secties Ter Haar (macro-nachtvlinders), Snellen (micro-nachtvlinders) en De Vlinderstichting. De werkgroep is verder aangevuld met twee Vlaamse vlinderkenners: Wim Veraghtert en Steve Wullaert, die overigens ook lid zijn van de secties. Erik van Nieukerken en Tymo Muus hebben speciaal voor dit doel ook input geleverd.

De werkgroep heeft in het najaar van 2024 kenbaar gemaakt de lijst met Nederlandse namen van nachtvlinders en microvlinders te gaan herzien en input gevraagd aan de leden van de secties. Dagvlinders zijn niet opnieuw beoordeeld, aangezien de meeste namen daar al veel langer in gebruik en inmiddels stabiel en ingeburgerd zijn. Vervolgens heeft de werkgroep gedurende de winter de gehele Nederlandse namenlijst besproken en de voors en tegens van nieuwe namen afgewogen. Daarnaast zijn Nederlandse namen gegeven aan een aantal soorten, die recent zijn toegevoegd aan de Nederlandse en (vooral) Belgische fauna. 

Weidevlekuil, oude naam: geelbruine vlekuil

De lijst met gewijzigde namen is hier te raadplegen. Op drie na zijn de voorstellen in Het Nachtvlinderboek van Jeroen Voogd allemaal overgenomen. Voor de beide Theria-soorten bleek de keuze van sleedoornspanner in plaats van meidoornspanner niet terecht, omdat deze soorten in België wel degelijk op meidoorn te vinden zijn. Er is daarom gekozen voor vroege en late winterspanner, gerelateerd aan hun vliegtijd. De verandering van bosbesuil naar variabele winteruil bij Conistra vaccinii is ook niet geaccepteerd. De naam bosbesuil is al heel lang in gebruik, duidelijk ingeburgerd en ligt ook beter in de mond. Dat het, overigens net als de wetenschappelijke naam, verwijst naar een niet-gebruikte waardplant is vervelend, maar niet onoverkomelijk.

Kleine wegedoornspanner, oude naam: sporkenhoutspannerWaarschijnlijk zullen er de komende jaren nog regelmatig nieuwe soorten in België en Nederland opduiken die nog geen Nederlandse naam hebben. Het is een goede gewoonte dat de waarnemer die de soort het eerste ziet, of erover publiceert, dan een Nederlandse naam voorstelt. Maar om te voorkomen dat er daardoor namen in omloop komen die toch niet corresponderen met de juiste waardplant of onderscheidende kenmerken, blijft de werkgroep Nederlandse vlindernamen beschikbaar voor discussie over deze nieuwe namen. Dat voorkomt dat ze achteraf gewijzigd moeten worden en er dan weer allerlei synoniemen gaan circuleren. Wij vragen vlinderaars die nieuwe soorten nachtvlinders ontdekken, maar ook redacties van tijdschriften, hier aan te denken en contact op te nemen met de werkgroep. Dat kan vooralsnog via de sectie Snellen, of door de leden van de werkgroep direct te benaderen als je ze kent.

Meer informatie

  • De lijst met alle gewijzigde soortnamen is te vinden en downloaden (pdf: 0,5 MB) op de website van De Vlinderstichting.
  • Mail de sectie Snellen voor kwesties rond naamgeving bij de vondst van nieuwe soorten nachtvlinders en microvlinders.

Tekst: Klaas Kaag (redactie), Louis van Deventer, Rayan Majoor, Wim Veraghtert, Remco Vos, Rik Wever en Steve Wullaert, Werkgroep Vlinderfaunistiek, De Vlinderstichting
Beeld: Kars Veling (leadfoto: schaduwspikkelspanner, die vroeger taxusspikkelspanner heette); Rik Wever