Vuurjuffer - primair

Nu te zien: vroege libellen

De Vlinderstichting
19-MRT-2026 - Op de mooie zonnige en relatief warme dagen van de afgelopen weken zijn er ook al actieve libellen gezien. Het gaat om twee soorten die als juffer overwinteren: de bruine en de noordse winterjuffer. Maar de komende weken zullen er ook andere libellen, die als larve hebben overwinterd, tevoorschijn komen.

De twee winterjuffers zijn, vanzelfsprekend, het eerst te zien. Deze zitten als libel ergens in een pol heide of een struik en reageren snel op warmere – en vooral zonnige – momenten. De bruine winterjuffer komt verspreid door heel het land voor en is ook dit jaar al op veel plekken gezien. De noordse winterjuffer is een veel zeldzamere soort, die zich alleen voortplant in Noordwest-Overijssel en de Noordoostpolder. Ze overwinteren, soms tientallen kilometers daarvandaan, op heideterreinen in het zuiden van Friesland en in Drenthe.

Noordse winterjuffer (links) en bruine winterjuffer (rechts)

Overwinteren als larve

In de komende weken zullen ook de libellen verschijnen die de winter als larve hebben doorgebracht. Libellen hebben geen popstadium, zoals vlinders. De larven kruipen op een gegeven moment uit het water. De larvehuid barst open achter de kop en de libel kruipt eruit, of zoals we bij libellen zeggen, sluipt uit.

De vuurjuffer is de vroegst uitsluipende libel en komt ook veel in tuinvijvers voorDe eerste die we kunnen verwachten is de vuurjuffer. Deze komt in het hele land voor en is een soort die zich in tuinvijvers prima thuis voelt en zich daar ook voortplant. De larven van de vuurjuffer overwinteren een tot drie keer, afhankelijk van watertemperatuur en voedselaanbod. Ze gaan volgroeid de laatste winter in, waardoor ze in het vroege voorjaar geconcentreerd kunnen uitsluipen. De vuurjuffer is de vroegst uitsluipende soort in Nederland. Het uitsluipen gebeurt vanaf eind maart en dan vooral vanaf half april tot begin juli, met een piek in mei en begin juni. De lege larvenhuidjes, waaruit de vuurjuffers zijn gekomen, kun je terugvinden op stengels van oeverplanten of in het water staande planten, meestal enkele centimeters tot soms decimeters boven het wateroppervlak. Vanaf eind april zijn er ook andere libellen te verwachten, zoals de juffers lantaarntje en azuurwaterjuffer en de grotere ‘echte’ libellen smaragdlibel, viervlek, platbuik en glassnijder.

Libellente

Maart is op sociale mediakanalen door libellenkenner Jan Katsman uitgeroepen tot libellente. Elke dag staan er een of meer libellensoorten centraal. Kijk bijvoorbeeld op Bluesky, Facebook of Instagram en zoek met de hashtag #libellente.

Tekst en beeld: Kars Veling, De Vlinderstichting