Lacerta agilis, Zandhagedis

Natuurjournaal 4 april 2026

Nature Today
4-APR-2026 - Sijzen in staartje van voorjaarstrek en zandhagedis wordt wakker en gifgroen.

Vergroot de zandhagedis iets uit en je hebt toch een aardig indrukwekkende kop te pakken. Begin april worden zandhagedissen wakker, mannetjes als eerste. De paartijd staat voor de deur, tijd voor uiterlijk vertoon. Ze werpen hun oude huid af en eronder zit een vers velletje dat frisgroen op de flanken is. Anders dan bij slangen, die hun oude huid in één keer afstropen, vind je van de vervellingen van hagedissen slechts flarden. Op zulke oude velletjes van zandhagedissen zitten bruine vlekjes en als je een stukje van de rug te pakken hebt, zie je (pdf: 4,9 MB) dat de schubben gekield en in het midden duidelijk smaller zijn. De kerngebieden voor de zandhagedis in Nederland liggen op de Veluwe en in de kustduinen.

Mannetje sijs heeft een zwarte kruin, kin en vleugelstrepen en een opvallend geelgroene kleur

Hoor je een brabbelend wijsje, dan is dat misschien een sijsje. Sijsjes zijn snelle zangers en ze stoppen hun melodietjes vol imitaties van andere vogels. Beter goed gejat, dan slecht verzonnen, zullen we maar zeggen. In vlucht is een ijl ‘plié’ herkenbaar. Sijsjes broeden vanaf ongeveer maart in kleine aantallen in Nederland. Een groot deel trekt, na de winter hier te hebben doorgebracht, tot ongeveer april terug naar gebieden in Noord- en Oost-Europa. Ze komen dan vanaf september weer deze kant op – soms al eerder als het voedselaanbod ter plaatse laag is. Als je sijzen in groot, open terrein zoekt, dan zit je duidelijk verkeerd: daar houden ze niet van. In gebieden met elzen, berken, wilgen en naaldbomen en voldoende dekking heb je meer kans.

Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Mark Zekhuis, Saxifraga; Bart Vastenhouw, Saxifraga