Distelvlinder - primair

Wordt het een goed distelvlinderjaar?

De Vlinderstichting
18-MEI-2026 - De distelvlinder is een trekvlinder die de winter in Afrika doorbrengt. In het voorjaar komen de vlinders daarvandaan naar het noorden. In sommige jaren halen heel veel vlinders ons land en dat zijn, met name in de zomer en nazomer, topjaren. Er zijn de afgelopen weken flink wat distelvlinders binnengekomen en het kan dus weer een distelvlinderjaar worden.

De vleugels van distelvlinders hebben aan de onderkant een fraai kleurenpaletHet laatste goede distelvlinderjaar was in 2019. In de jaren daarna worden er ook steeds wel distelvlinders gezien, maar dan gaat het om veel lagere aantallen. De talrijkheid hangt af van het aantal vlinders dat in de periode april tot en met juni vanuit het zuiden Nederland bereikt, maar kan hoog zijn, met een dichtheid tot meer dan 50 individuen per hectare. De vlinders worden relatief vaak op nectarplanten gezien. Een veel gebruikte nectarplant is akkerdistel, maar ook op andere planten, zoals de vlinderstruik en koninginnekruid, zijn ze geregeld te zien. In Nederland aangekomen verdedigen de mannetjes van de namiddag tot de vroege avond een territorium, meestal een open zonnige plaats bij een lage vegetatie. De paring, die vaak in de namiddag plaatsvindt, wordt voorafgegaan door een baltsvlucht waarbij mannetje en vrouwtje snel om elkaar heen cirkelen. De eitjes worden afgezet op allerlei distelsoorten, maar ook wel op andere kruiden, zoals smeerwortel, klis en kaasjeskruid.

In het voorjaar kom je regelmatig versleten distelvlinders tegen, die er al een lange reis op hebben zitten (links). De nieuwe augustusvlinders zijn vaak wat forser en  nog prachtig gekleurd (rechts)

De rups en het rupsennest van een distelvlinderZodra de rups is uitgekomen, gaat hij naar de onderzijde van het blad en maakt een los, zijden spinsel door de hoeken van een of meer bladeren bij elkaar te spinnen. In dit spinsel leeft hij van de bladeren. Alleen de hardste nerven blijven intact. Wanneer het blad op is, maakt hij een nieuw nest, altijd op dezelfde plant. Zo ontstaat een markant geheel van bladeren en verlaten spinsels met bladskeletten en uitwerpselen. Als er meerdere rupsen op dezelfde plant leven, wordt de hele plant kaalgevreten. Zijn er te veel rupsen, dan verhongert een deel. Na de laatste vervelling leeft de rups open en bloot op de waardplant. De verpopping vindt plaats in een los spinsel van bladeren, meestal op een plant in de buurt van de waardplant.

De vlinders die gaan trekken, komen door een nog onbekend mechanisme ongeveer gelijktijdig uit en vertrekken kort daarna, zonder te paren. Wel gaan ze, voor de lange trektocht, nog flink bunkeren door nectar te drinken. De vrouwtjes zijn niet direct vruchtbaar en tijdens de lange trektocht dragen ze nog geen eitjes mee. De eitjes ontwikkelen zich pas als het vrouwtje in geschikt leefgebied is gearriveerd. De tocht naar en van Afrika is vaak een estafette, waarbij ergens tijdens de reis wordt voortgeplant. De vlinder sterft dan, maar de nakomelingen vervolgen de trektocht. Dit jaar verliep de tocht naar ons land blijkbaar voorspoedig en zijn er al vroeg in het jaar veel diselvlinders. Als de omstandigheden de komende tijd voor de rupsen geschikt zijn kunnen we in augustus weer grote aantallen distelvlinders verwachten.

Tekst en beeld: Kars Veling, De Vlinderstichting