De jacht op cijfers: Hoe staat het vliegend hert er echt voor?
Centraal Bureau voor de Statistiek, EIS Kenniscentrum InsectenTellen rond zonsondergang
Sinds 2018 trekken enthousiaste vrijwilligers, onder andere op de Veluwe, elke zomer rond zonsondergang de natuur in om een van onze meest indrukwekkende kevers te tellen: het vliegend hert. Dit gebeurt niet alleen voor het plezier, de verzamelde data zijn essentieel om te bepalen hoe de gladiator van onze bossen ervoor staat. Door jaar in jaar uit op exact dezelfde manier te tellen, proberen we de populatietrend van deze mysterieuze soort in beeld te brengen. Deze tellingen zijn onderdeel van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM).

Cursus
Om tellers hierbij nog beter te ondersteunen, is er onlangs een cursus over de monitoring van het vliegend hert toegevoegd aan de online leeromgeving op de EIS-Academie. In deze cursus is niet alleen het monitoringsprotocol uitgewerkt, maar is ook uitgebreide achtergrondinformatie opgenomen over de ecologie, levenscyclus en herkenning van de soort. Daarnaast is een nieuwe zoekkaart gedrukt waarmee het vliegend hert eenvoudig te onderscheiden is van enkele andere grote keversoorten die in Nederland voorkomen.

Meer teljaren en meetpunten nodig
De meest recente analyse van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), met de getelde vliegende herten tot en met 2024, laat een dalende trend zien. Deze neerwaartse lijn is zowel zichtbaar op de Veluwe als in de rest van Nederland, waarbij de daling landelijk zelfs iets scherper lijkt. Toch is er een belangrijke nuance: de trend is momenteel nog ‘onzeker’. Dit komt omdat de meetperiode van zes jaar simpelweg nog te kort is om met voldoende zekerheid de trend te kunnen beoordelen. Niet alleen meer teljaren, maar ook meer meetpunten waarop geteld wordt zouden helpen om eerder met voldoende zekerheid te kunnen zeggen dat de populatie echt krimpt.
Complexe levenscyclus
In tegenstelling tot 2024 was 2025 juist een topjaar met ongekend hoge aantallen. Dat heeft alles te maken met de complexe levenscyclus van de kever: een larve doet er minstens vier jaar over om volwassen te worden, waardoor populaties van nature sterk kunnen fluctueren. Bovendien zijn de kevers kieskeurig: ze houden van ‘bloedende’ eiken. Als een boom herstelt of omvalt, verhuizen de kevers naar een nieuwe plek die soms net buiten de vaste telroute ligt. De aanvankelijke daling in de trend kan ook een verkenningseffect zijn: we zijn vaak gestart op de absolute hotspots, waardoor elke natuurlijke variatie daarna al snel op een afname lijkt.

Lange adem
De belangrijkste boodschap is dat we een lange adem moeten hebben. Het recordjaar 2025 laat zien dat een locatie die jarenlang ‘leeg’ leek, plotseling weer kan bruisen van het leven. Om echt betrouwbare uitspraken te doen, is continuïteit van de tellingen van onschatbare waarde. Het advies is dan ook simpel: vertrouw het protocol en blijf tellen, ook op de routes waar je even niets ziet. Want ook elke nulwaarneming is een onmisbaar puzzelstukje in het grote plaatje van de Nederlandse natuur.
Tekst: John Smit, EIS Kenniscentrum Insecten; Marnix de Zeeuw, Centraal Bureau voor de Statistiek
Beeld: John Smit (leadfoto: mannetje vliegend hert bewaakt een drinkend vrouwtje); EIS Kenniscentrum Insecten; Netwerk Ecologische Monitoring (NEM)
