5 eieren in nestkast

Eerste koolmeesei van 2026 is allervroegste ooit

Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW)
2-APR-2026 - In de ruim 70 jaar dat het koolmeesonderzoek van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) loopt, is nog nooit zo vroeg het eerste ei gevonden. Op 21 maart is het recordei gelegd, in Oosterhout bij Nijmegen. Dit maakt heel duidelijk zichtbaar hoe de lente door klimaatverandering gemiddeld steeds vroeger start, en hoe de mezen zich proberen aan te passen.

Daar lag het, in nestkast 138. Het nestje met de vroegst gelegde eieren uit de hele geschiedenis van het koolmeesonderzoek. Al sinds 1955 volgen onderzoekers van het NIOO op verschillende vaste plekken in het land het wel en wee van koolmeespopulaties in bijna 2000 nestkasten. Dit maakt het onderzoek tot het langstlopende aan individueel herkenbare dieren ter wereld. Daar kun je de trends in de natuur aan aflezen.

Onderzoeksassistent Maartje van Deventer trof vorige week vijf eieren aan in een nestje van mos, dons en zacht haar bij haar ronde in het Oosterhoutse Bos. Ze wist het meteen: “Omdat een koolmeesvrouwtje maar één ei per dag legt, kun je terugrekenen naar de eerste legdatum. En dat levert dit nieuwe record op.”

Het nest zoals de onderzoekers het vorige week vonden met 5 eieren – waaronder een bijzonder langwerpig ei...

... en het nest zoals het bij de ronde van deze week erbij lag met inmiddels 9 eieren. Er liggen nu dus meer eieren in het nest, maar ze worden nog niet bebroed

Overal vroeg

De volgende vraag diende zich aan, namelijk of dit een plaatselijke uitschieter was. Maar niet alleen in Oosterhout, ook op andere plekken in het land blijken de mezen vroeg te zijn. Het Liesbos is een van de andere vaste onderzoekslocaties van het NIOO. Hier legde het vroegste koolmeesvrouwtje op 23 maart een ei, een record voor die locatie.

“Onze collega-onderzoekers in het buitenland melden eveneens een vroeg jaar,” voegt afdelingshoofd Dierecologie Marcel Visser toe. “Die werken in Antwerpen en in Engeland, waar de University of Oxford al jaren onderzoek doet in de Wytham Woods.” Dit past in de trend van de afgelopen jaren. Deze winter was – op een paar koude momenten na – erg zacht.

In nestkast nummer 138 heeft de vroegste koolmees sinds 1955 haar eieren gelegd

Waar in de jaren 50 van de vorige eeuw de eerste eieren meestal midden april gelegd werden, is dat nu dus inmiddels weken eerder. Van Deventer: “21 maart is het absolute record in de tijdreeks van het koolmeesonderzoek.” Na even zoeken in de database, rolt er een lijstje eerste eieren uit. “Precies 70 jaar geleden in 1956, was het eerste ei pas op 20 april bijvoorbeeld. In 1957 was dat op 9 april, wat voor die tijd echt heel vroeg was.”Het eerste veldboekje van het NIOO uit 1955, met de allereerste waarnemingen van het nestkastonderzoek.

Pauzeknop & paaseieren

Het wachten is nu op de mezen in de van nature latere onderzoeksgebieden, zoals de Hoge Veluwe en Vlieland. En op de koolmeesnestkast bij Beleef de Lente, die NIOO-blogger Peter de Vries in de gaten houdt. Die kast hangt in het noorden van het land, dus daar kan het langzamer gaan. Onderzoeksassistent Van Deventer: “Op de Hoge Veluwe is het meestal een tot twee weken later. En op Vlieland verschilt het, afhankelijk van of je in het dorp kijkt of in het bos.” De nabijheid van bebouwing lijkt ervoor te zorgen dat de mezen vroeger broeden, ziet Van Deventer. Worden het daar paaseieren?

Toch gaat het nu ook niet snel met het broeden in het ‘vroege’ Oosterhout. “De koolmezen lijken de pauzeknop te hebben ingeduwd, waarschijnlijk door het koudere weer,” vertelt Van Deventer. “Koolmezen die nog niet aan het leggen waren, wachten af.” De vrouwtjes die al bezig waren, leggen wel door, maar niet allemaal elke dag een ei. “En we vonden de eieren koud en afgedekt onder een laag nestmateriaal. De koolmezen zijn dus nog niet aan het broeden.” Volgende week wordt het warm. Dan gaan de mezen waarschijnlijk helemaal los.

Vroeg maar toch te laat?

Door het verschuiven van hun legdatum passen de vogels zich aan. Door de hogere temperaturen valt de piek in rupsen, het voedsel voor hun jongen, ook steeds eerder. “Het gaat er dus om spannen,” voorspelt Visser. “Hoe warm wordt het in de komende vier weken? Dus tussen het leggen van de eieren en het moment dat hun jongen veel eten nodig hebben, en er dus veel rupsen moeten zijn. Met de hoge temperaturen die er volgende week aankomen is het vroegste ei misschien toch nog te laat.” 

In de afgelopen 71 jaar werden in totaal 30.446 koolmeesbroedsels gevolgd. In die periode zijn er 224.475 eieren gelegd, waarna er 140.076 jongen uitvlogen. Dit is een klein aantal van die jongen, van een nest in mei 2024De vier hoofdonderzoeksgebieden voor het nestkastwerk liggen verspreid over het land. Op de kaart staat voor pimpelmees, koolmees en bonte vliegenvanger het aantal eerste broedsels per soort per jaar (grafieken) en de relatieve bijdrage van elke soort aan de dataset (donuts). De grootte van de donuts is geschaald naar het totale aantal broedsels van elke locatie

Tekst: Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW)
Beeld: Maartje van Deventer, NIOO-KNAW; Tom Fleuter, NIOO-KNAW; Joey Burant, NIOO-KNAW