Vondst Ameland details volgen

Geteld, één (!) nieuwe, oude, nog nooit gevonden schelp

Stichting ANEMOON
12-APR-2026 - Vraag: Doet deze spectaculaire vondst mee voor de Nationale Schelpenteldag? Antwoord: Nee, hij is twee dagen te vroeg opgeraapt. Nieuwe vraag: Doet dat er toe? Antwoord: Nee, deze op Ameland gevonden fossiele schelp is élke dag van het jaar een grote zeldzaamheid, en nieuw voor Nederland!

Net twee dagen te vroeg, de vrijdag vóór de Nationale Schelpenteldag, ging Jeannette, een Amelandse met een goede blik voor aangespoelde dingen, naar het strand. Zoals altijd keek ze ook naar schelpen. Veel eilanders hebben thuis zelf gevonden schelpen. Jeannette heeft een kast vol, maar de schelp die ze dit keer opraapte lag daar zéker niet in. In geen enkele kast in Nederland... Zélfs niet in de miljoenen schelpen omvattende collectietoren van Naturalis Biodiversity Center in Leiden, een van de grootste natuurhistorische collecties ter wereld.

De vondst

Op donderdag 19 maart lopen Jeannette Nobel, haar schoondochter Irene en de hond op het strand van Ameland. Bij paal 15, ter hoogte van Buren, liggen aangespoelde schelpen. "Zullen we wat mooi gekleurde zaagjes en nonnetjes en andere schelpen zoeken?" Er is een noordenwind en er ligt vrij weinig. "Hee, dat is een afwijkende..." Jeannette ziet het meteen, deze kent ze niet. Ze maakt snel een foto en dan gaat de schelp met nog wat andere vondsten mee naar huis. Daar maakt ze nog een paar foto's. Die stuurt ze per app naar een expert die ze goed kent en die veel op Ameland komt. Ook in de groepsapp van de schelpengroep, waar ze al jaren contact mee heeft, wordt de vondst getoond. De reactie laat niet lang op zich wachten: "Dat is een héél bijzondere!"

Linksboven: binnenkant met in de bovenrand de 'slottanden'. Rechtsboven: een erg platte schelp! Onder: nogmaals de schelp van alle kanten

Voorzichtig zijn

Jeannette vond al dat haar vondst een aparte vorm had. "Net een dunne platschelp met een zijkant die lijkt op de zonneschelp." Schelpenkenner Rykel de Bruyne is het eens en ziet meteen dat het een bijzondere vondst is. Ze krijgt te horen: "Voorzichtig mee zijn, is nogal breekbaar." Vanaf dat moment ligt de schelp in een doosje met watten. Twee dagen later worden tijdens de landelijke Schelpenteldag op Ameland drie échte zonneschelpen geteld. Die fraaie schelp met een scherpe vouw aan de achterkant spoelt de laatste tijd vaker aan dan vroeger. Maar het gaat bij Jeannette's vondst niet om Gari fervensis, zoals de Geplooide zonneschelp officieel heet. Wat zij opraapte is een oeroude, meer dan 100.000 jaar oude, fossiele schelp, die niet in ons deel van de Noordzee leeft. Er is een klein stukje van de onderrand af, maar gelukkig is de vorm duidelijk te zien en is het 'slot' aan de binnenkant van de bovenrand gaaf – zij het na al die jaren wel versleten. De hele schelp is gefossiliseerd en nu blauwgrijs verkleurd. Dat is zeker niet de kleur die deze schelp van nature heeft (of had).

Hele platte platschelp

Zoals Jeannette al dacht, behoort de gevonden schelp inderdaad tot de familie der 'platschelpen' (Tellinidae). Daarvan leven in onze Noordzee meerdere soorten. De meeste zijn heel dun, plat en breekbaar. Heel bekend zijn de vaak rozegekleurde Tere platschelp (Macomangulus tenuis) en de meer geeloranje Rechtsgestreepte platschelp (Fabulina fabula). Beide spoelen veel aan. Vooral de Rechtsgestreepte werd veel geteld op de landelijke Schelpenteldag, twee dagen later. Begeleiders wijzen de tellers er vaak op dat de nog aan elkaar vastzittende klepjes van deze soorten soms net vlindertjes lijken.

Platschelpjes zijn net vlindertjes. Links: Tere platschelp (Macomangulus tenuis). Midden: Rechtsgestreepte platschelp (Fabulina fabula). Rechts: alleen de rechterklep heeft zeer fijne, schuingeplaatste dwarsgroefjes

Op zoek naar de identiteit

Het exact op naam brengen (determineren) van een oude schelp is niet altijd even gemakkelijk. Je hebt bijvoorbeeld niets aan DNA-onderzoek, dat je met levend verzamelde exemplaren wél kunt inzetten. In Naturalis in Leiden is daar een speciaal project voor, het ARISE-project. Voor oude schelpen wordt echter een beroep gedaan op experts met verstand van fossielen. Ook die zijn er bij Naturalis, maar ook verspreid door heel Nederland en over de grens in onder andere België zijn experts die kunnen helpen. Vaak is het voor een zekere herkenning nodig terug te vallen op oude literatuur. Gelukkig verscheen in 2010 een uitgebreid boek over de fossiele tweekleppige schelpen van ons strand, bij verzamelaars bekend als 'de Fossielenatlas' (pdf: 44,1 MB). Maar daar staat de nu gevonden platschelp niet in.

Eerste vleeskleurige ooit

De meeste Nederlandse schelpdieren hebben naast hun wetenschappelijke naam ook een Nederlandse naam. De vondst van Jeannette nog niet. Er was tot nu toe nog nooit een exemplaar op de Nederlandse stranden gevonden. Op dit moment is voor 98 procent zeker – wetenschappers zijn voorzichtige mensen, er loopt nog onderzoek – dat de schelp Bosemprella incarnata is. Dit schelpdier kreeg van Linnaeus, de oervader van de wetenschappelijke namen, in 1758 de naam Tellina incarnata. Vandaag de dag leeft deze soort van Ierland en Frankrijk (Bretagne) tot aan Afrika en in de Middellandse Zee. De naam incarnata wordt vaak vertaald als 'vleeskleurig' (carne = vlees), maar er zijn nog andere interpretaties mogelijk.

Niet-fossiele exemplaren van de 'vleeskleurige' platschelp uit Bretagne (Île des Ebihens, 1987)

Verdwenen soorten komen terug

De Amelandse platschelp komt vrijwel zeker uit een oude bodemlaag uit het Eemien. Dat is een warme periode van ongeveer 125.000 jaar geleden. Het was toen 1,5 tot 2 graden Celsius warmer dan nu en de zee stond veel hoger. De warmere Eemzee kwam tot voorbij Amersfoort. Na het Eemien kwam de laatste ijstijd. Het werd koud en de Noordzee verdween. Mammoeten konden zo doorlopen naar het huidige Engeland. Het Eemien kunnen we zien als een natuurlijke analoog voor het Antropoceen (de postindustriële wereld die 1,5 tot 2 graden warmer is dan het pre-industriële tijdperk). We gaan de komende jaren die 1,5 graad warmer dan nu opnieuw bereiken. Inmiddels zien we tal van soorten die ooit, duizenden jaren geleden, in de Eemzee leefden geleidelijk aan weer terugkeren naar de plaats waar nu de Nederlandse kust ligt. Mogelijk kunnen we ook de nu op Ameland gevonden platschelp uiteindelijk weer levend verwelkomen. Frank Wesselingh, weekdierpaleontoloog bij Naturalis en de Universiteit Maastricht, zegt daar nog over: "Snelle opwarming heeft veel nare gevolgen voor ons zeeleven, maar we kunnen er wel nieuwe en kleurrijke soorten door verwachten. Dit is een geweldige vondst, nieuw voor Nederland." Hij sluit af met: "Die krijgt zeker een heel bijzondere plaats in de fossielenatlas!"

Tekst: Rykel de Bruyne, Stichting ANEMOONNaturalis Biodiversity Center; Frank Wesselingh, Naturalis Biodiversity Center, Universiteit Maastricht 
Met dank aan Jeannette Nobel voor het delen van haar vondst en informatie
Beeld: Marcel Renou, Marcel R Fotografie (leadfoto: de Amelandse vondst, met links de buitenkant en rechts de binnenkant met afmetingen); Jeannette Nobel; PICTAN; Rykel de Bruyne