Nature Today

Ruthensparr’s grondel begint het koud te krijgen

Stichting ANEMOON
25-NOV-2012 - Aan het voorkomen, verdwijnen of gedrag van heel veel zeedieren kunnen we momenteel waarnemen dat de winter in aantocht is. De Ruthensparr’s grondel, een klein visje dat veel in de Oosterschelde voor komt, is daar een mooi voorbeeld van. In de zomer zwemt het vrij in de waterkolom. Momenteel liggen ze echter allemaal stil op stenen, oesters of de bodem. Bij verstoring zwemmen ze een klein stukje weg om daarna weer snel op de bodem neer te zakken. Als de watertemperatuur nog verder daalt verstoppen ze zich tussen de stenen en oesters om er tot volgend voorjaar niet meer uit te voorschijn te komen.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door Stichting ANEMOON [land] op [publicatiedatum]

Aan het voorkomen, verdwijnen of gedrag van heel veel zeedieren kunnen we momenteel waarnemen dat de winter in aantocht is. De Ruthensparr’s grondel, een klein visje dat veel in de Oosterschelde voorkomt, is daar een mooi voorbeeld van. In de zomer zwemmen ze vrij in de waterkolom. Momenteel liggen ze echter allemaal stil op stenen, oesters of de bodem. Bij verstoring zwemmen ze een klein stukje weg om daarna weer snel op de bodem neer te zakken. Als de watertemperatuur nog verder daalt verstoppen ze zich tussen de stenen en oesters om er tot volgend voorjaar niet meer tussenuit te komen.

De watertemperatuur in de Oosterschelde is gezakt tot 8 graden Celsius. De winter staat voor de deur, of moeten we in dit geval zeggen, voor de stormvloedkering. Veel zeedieren die eenvoudig grote afstanden kunnen afleggen zijn nu uit de Oosterschelde verdwenen. De Zeebaarzen, Harders en Zeekatten, die we deze zomer in grote aantallen in de Oosterschelde hebben waargenomen, zijn naar de Noordzee getrokken op zoek naar gebieden waar de watertemperatuur ’s winters niet zo ver daalt als hier. Andere soorten zeedieren die ’s zomers actief zijn, zoals bijvoorbeeld Noordzeekrabben, gaan zich langzaam  klaar maken voor een rustperiode waarbij ze zich tussen stenen of in de zanderige bodem verstoppen, om er pas weer uit te komen als in het voorjaar de watertemperatuur flink is gestegen.

Ruthensparr’s grondel, 18 november 2012, Oosterschelde (foto: Peter H. van Bragt)

Aan het gedrag van de Ruthensparr’s grondel kunnen we nu ook zien dat de winter onvermijdelijk in aantocht is. Deze kleine grondelsoort, die niet groter wordt dan circa 6 centimeter, is ook zo’n koukleum. In de zomer zwemmen ze in grote aantallen vlak onder de oppervlakte tussen de grotere bruinwieren in de ondiepe randgebieden van de Oosterschelde. Ze zwemmen daar, zoals dat heet, vrij in de waterkolom.

Ruthensparr’s grondel, vrijzwemmend, 28 oktober 2008. Oosterschelde (foto: Peter H. van Bragt)

Dit in tegenstelling tot bijna alle andere Nederlandse grondelsoorten, zoals bijvoorbeeld de Zwarte, Gevlekte en Brakwater grondel en het dikkopje, die typische bodembewoners zijn. Maar als de watertemperatuur is gedaald tot zo’n 8 graden Celsius of kouder, zoals dat nu het geval is, ontbreekt het de Ruthensparr’s grondel schijnbaar aan de energie om nog langer vrij te zwemmen. Nu liggen ze allemaal stil op stenen, oesters of op de bodem. En het zal niet lang meer duren voordat ze zich tussen de stenen en oesters gaan verstoppen om er pas over zo’n vijf tot zes maanden weer uit tevoorschijn te komen, als het zeewater weer een voor deze vissoort comfortabele temperatuur heeft bereikt.

Ruthensparr’s grondel, 18 november 2012, Oosterschelde (foto: Peter H. van Bragt)

De Ruthensparr’s grondel is in Nederland ook bekend als de Blonde of Tweevlekgrondel. Die laatste naam is zeer toepasselijk omdat op beide zijden van dit visje vlak achter de borstvin een zwarte vlek staat en er een tweede zeer prominente vlek vlak voor de staart aanwezig is. Het visje wordt niet ouder dan twee jaar en is in het eerste levensjaar al geslachtsrijp. Het leefgebied van deze grondel loopt van Noorwegen, de Baltische Zee, overal rondom de Britse Eilanden tot aan de Straat van Gibraltar. Het is een van de vele recente nieuwkomers op onze kust. In een Zeevissenboek uit 1999 wordt de soort nog beschreven als: “niet in ons land”. De eerste exemplaren zijn pas in 2004 in de Oosterschelde aangetroffen. De soort voelt zich hier in de wierzone, en vooral daar waar veel grote bruinwiersoorten voorkomen, nu echter heel goed thuis. Het is de laatste jaren in de Oosterschelde een algemeen aanwezige soort. Een soort die duidelijk geen liefhebber is van een winter waarin wij hopelijk van ijsduiken of een Elfstedentocht mogen genieten.

Tekst en foto’s: Peter H. van Bragt, Stichting Anemoon

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen