Nature Today

Plantengallen versieren bomen

EIS Kenniscentrum Insecten
6-MRT-2015 - Het gallenseizoen weer voorbij? Nee! Sommige plantengallen zijn juist goed in de winter te vinden. Als er geen blad meer aan de bomen zit zijn de takken en knoppen veel beter zichtbaar. De fraaie versiersels zijn dan goed te vinden. Kom in actie en ga eens op zoek naar wintergallen.
Deel deze pagina

Bericht uitgegeven door EIS Kenniscentrum Insecten op [publicatiedatum]

Het gallenseizoen weer voorbij? Nee! Sommige plantengallen zijn juist goed in de winter te vinden. Als er geen blad meer aan de bomen zit zijn de takken en knoppen veel beter zichtbaar. De fraaie versiersels zijn dan goed te vinden. Kom in actie en ga eens op zoek naar wintergallen.

Nu het zo koud is dat de meeste insectenkenners binnen blijven, is het juist de ideale tijd om een bepaalde groep te inventariseren: de wintergallen. Gallen worden veroorzaakt door muggen, mijten, wespen of andere organismen die bij de eiafzet hun waardplant zo manipuleren dat er een soort woekerweefsel ontstaat. De larven van de insecten leven beschermd binnen in die wildgroei en eten er ook vaak van. Veel plantengallen zitten op bladeren, die nu van de bomen zijn gevallen. De vergroeiingen op stammen, takken en knoppen zijn juist nú wel goed te zien, omdat al die blaadjes er niet het zicht op ontnemen.

De elzenvlag is een tongvormige vergroeiing uit een elzenpropje, veroorzaakt door een schimmel (foto: Roelof Jan Koops)

Gallen die in de winter goed te vinden zijn, zitten vrijwel allemaal op bomen en struiken. Veel wilgensoorten hebben hun eigen takgallen. Twee jaar terug liet Ad Mol in een overzichtsartikel in Nederlandse Faunistische Mededelingen zien dat de knopgallen bij bijna elke wilgensoort een andere galveroorzaker heeft. Deze knopgallen zijn wel lastig te vinden. Er zijn gelukkig ook gemakkelijk vindbare gallen. Tijdens de winter zitten er vaak bladrozetjes aan het einde van de wilgentakken, veroorzaakt door de gewone wilgenroosjesgalmug. Een andere opvallende wintergal is de wilgenbezemmijt, die een soort kleine hekzenbezem op wilg maakt. Op zwarte els kun je oude elzenvlaggen vinden, een soort tong die uit het elzenpropje groeit en veroorzaakt wordt door een schimmel. In de zomer is de tong rood, in de winter verandert de kleur naar bruin. In essen zijn bijna altijd wel bloemkoolgallen te vinden, door een mijt vervormde essenbloemen.

Op hogere, drogere gronden is het slim om naar zomereik te kijken. Vooral ananasgal, knikkergal, colanootgal en oude restanten van aardappelgal vallen op. Ook kleinere knopgallen zoals de ramshoorngal en kruikgal zijn nog te vinden. Op de stam van zomereik kun je zoeken naar de stompe schorsknopgal. In berken komen ook heksenbezems voor, in haagbeuk komt veel zeldzamer een andere galmijt voor die ook heksenbezems maakt. In dennenbomen is vaak de harsbuilmot wel te zien, een gal van hout en hars samen met een holte voor de larven erin.

De knikkergal lijkt op de bekendere galappel, maar zit altijd aan hout in plaats van op een blad (foto: Roelof Jan Koops)

In verschillende struiken kun je nu ook uitstekend gallen vinden. In rozen zit de prachtige rozenmosgal. In tuinen kun je op forsythia vaak een bacteriegal vinden. De veroorzaker is nog een mysterie: mogelijk is het de kroongalbacterie. Hazelaarkatjes komen nu alweer tevoorschijn. Katjes die voor een deel niet goed ontwikkeld zijn bevatten vaak de hazelaarkatjesmijt.

Tijd dus om bij het eerstvolgende zonnetje naar buiten te gaan en de bomen en struiken, in tuin of bos, op gallen te scannen. Geef jij ze ook door op waarneming.nl of telmee.nl?

Tekst: Matthijs Courbois, Courbois Flora & Fauna Expert & Roelof Jan Koops, Cruydt-hoeck
Foto’s: Roelof Jan Koops, Cruydt-hoeck

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen