tweestreepvoorjaarsuil primair

Tweestreepvoorjaarsuil in de war

De Vlinderstichting
7-JAN-2016 - In de eerste week van 2016 zijn al meer dan tien soorten actieve nachtvlinders gemeld. Een aantal hiervan kan gedurende de hele winter wel gevonden worden, een aantal begint in januari te vliegen, maar er zijn ook een paar opmerkelijke wintervondsten.

Het roesje wordt overwinterend gevonden in bunkers, schuurtjes en zoldersTwee van de soorten die regelmatig worden gemeld zijn hopsnuituil en roesje, maar deze vlinders worden in hun overwinteringsplekken gevonden en zijn dus niet echt actief. Uilen als bosbesuil en zwartvlekwinteruil wel. Deze zijn vanaf november te vinden op niet te koude nachten en eigenlijk de hele winter door tot in maart-april. In het noorden, waar nu echt de kou is ingetreden, blijven ze verborgen, maar in die delen van het land waar de temperatuur ’s nachts ruim boven het vriespunt ligt kunnen ze gewoon doorgaan. Twee andere typische soorten van de winter, de grote en kleine wintervlinder, zijn nu nog net te zien, maar deze spanners hadden hun piek in november en december. De vlinders die nu nog worden gemeld zijn de laatst overgeblevenen.

Perentak, typisch voor begin januariPerentak, kleine voorjaarsspanner en meidoornspanner zijn echte ‘nieuwjaarsvlinders’. Ze beginnen te vliegen in januari en gaan door tot in maart of april. De eerste twee soorten zijn erg algemeen. Je kunt ze vrijwel overal op de zandgronden tegenkomen en ook, maar wel veel minder, in klei en veengebieden. De meidoornspanner is een zeldzame nachtvlinder die maar op een paar plaatsen wordt aangetroffen. De mannetjes vliegen vanaf de schemering. 's Nachts kunnen ze op kale takken van de waardplant worden gevonden, soms parend met een vrouwtje, en op allerlei andere struiken in de nabije omgeving van de waardplant, zoals o.a. braam.

Tweestreepvoorjaarsuil is al op diverse plekken gezienOpmerkelijk zijn de waarnemingen van tweestreepvoorjaarsuil en gewone spikkelspanner. Deze soorten horen nu niet actief te zijn. De gewone spikkelspanner heeft normaal gesproken twee generaties van februari tot augustus met soms een kleine derde generatie in november. Mogelijk dat door het zachte weer in november en december het exemplaar dat op 5 januari in Zandvoort werd gevonden het wat langer heeft overleefd. Bij de andere soort gaat het niet om maar een ‘toevallige’ melding. De tweestreepvoorjaarsuil is deze winter al van acht locaties gemeld. Al in november was er een in Limburg, en in december kwamen er meldingen uit Friesland, Noord-Holland, Noord-Brabant en Zuid-Holland bij. Op 4 januari werd er een gevonden in Nieuwegein (Utrecht). De normale vliegtijd van deze uil begint eind februari. Mogelijk dat door de lichte nachtvorst in november gevolgd door de extreem hoge temperaturen in december er toch wat in de war zijn geraakt. We zijn benieuwd naar de nachtvlinders die de komende dagen gezien gaan worden. Geef ze door op Waarneming of Telmee.

Tekst en foto’s: Kars Veling, De Vlinderstichting (leadfoto: tweestreepvoorjaarsuil)