De bosrietzanger kende in 2025 zowel een uitzonderlijk hoge reproductie als de hoogste gemeten adulte overleving sinds de start van het CES-project.

Ringonderzoek: moerasvogels floreren, merel krijgt klap

Sovon Vogelonderzoek Nederland
10-JUL-2026 - In 2025 zijn op veertig locaties in Nederland ruim 20.000 vogels gevangen in het kader van ringonderzoek. Het project leverde opnieuw waardevolle inzichten op in de toestand van de Nederlandse broedvogels. Ondanks een uitzonderlijk droog voorjaar waren de reproductiecijfers voor veel soorten opvallend goed. Tegelijkertijd liet het usutuvirus opnieuw zijn sporen na bij enkele bekende zangvogels.

Op een aantal vaste plekken in Nederland hangen ieder broedseizoen dezelfde mistnetten, op dezelfde tijden, al meer dan dertig jaar. Vogels die erin vliegen worden gevangen, gewogen en geringd, en weer vrijgelaten. Dit gebeurt binnen het CES-project (Constant Effort Sites), waarmee het Vogeltrekstation en Sovon gezamenlijk de reproductie en overleving van broedvogels volgen. Doordat de methode ieder jaar identiek is, ontstaat een unieke, langjarige meetreeks die niet alleen laat zien hoeveel vogels er zijn, maar ook hoe goed ze zich voortplanten en hoe groot hun overlevingskansen zijn – essentiële informatie om veranderingen in vogelpopulaties te verklaren. We zetten een aantal opvallende ontwikkelingen uit het CES-onderzoek op een rij.

Terugval bij merel en zanglijster

De meest opvallende ontwikkeling van 2025 is zonder twijfel de nieuwe terugval van merel en zanglijster. De jaarlijkse overleving van beide soorten bereikte een dieptepunt na een nieuwe uitbraak van het usutuvirus in 2024. Dit patroon is inmiddels herkenbaar: ook bij eerdere uitbraken was de overleving van merels laag en in sommige jaren vertonen ook zanglijsters een duidelijke terugval.

Voor zowel adulte als jonge merels was de overleving van 2024 op 2025 laag, waarschijnlijk als gevolg van een nieuwe uitbraak van het usutuvirus

Wat deze soorten ook laten zien, is het nut van langjarige monitoring: dezelfde terugval die CES in de overleving meet, zien we ook terug in de aantalsontwikkeling van het Broedvogel Monitoring Project (BMP). Daarmee ontstaat een helder beeld van de impact van het virus op populatieniveau. Het voorzichtige herstel van de merel na de eerdere usutu-uitbraken in de periode van 2016 tot 2018 lijkt hierdoor in een klap teniet te zijn gedaan.

Recordjaar voor bosrietzanger

De bosrietzanger sprong eruit met de hoogst gemeten overleving tot nu toe voor deze soortAan de andere kant van het spectrum staat de bosrietzanger. Deze moerasvogel kende in 2025 zowel een uitzonderlijk hoge reproductie als de hoogste gemeten overleving van volwassen vogels sinds de start van het CES-project. De geschatte jaarlijkse overlevingskans lag rond de 60 procent – een indrukwekkend getal voor een kleine zangvogel die elk jaar duizenden kilometers aflegt naar zijn overwinteringsgebied in Zuidoost-Afrika. De combinatie van veel uitgevlogen jongen en een hoge overleving van volwassen vogels biedt goede vooruitzichten voor de populatieontwikkeling. Veel andere soorten moerasvogels volgden het gunstige beeld van de bosrietzanger en lieten een hoge reproductie en overleving zien.

Eerste blik op de Cetti’s zanger

Een interessante nieuwkomer is de Cetti’s zanger. Dertig jaar geleden was het nog bijna ondenkbaar om deze soort tijdens CES te vangen, maar inmiddels wordt de soort op steeds meer locaties regelmatig geringd. De snelle uitbreiding van de soort in Nederland heeft ervoor gezorgd dat er nu voor het eerst voldoende CES-locaties zijn om overlevingscijfers te berekenen. Hoewel de onzekerheidsmarges nog groot zijn, wijzen de eerste resultaten op een opvallend hoge overleving van volwassen vogels: gemiddeld ongeveer 56 procent. Dat is hoger dan bij veel andere kleine standvogels, en kan mogelijk bijdragen aan de snelle opmars van deze moerasvogel.

Droog voorjaar, maar toch veel jonge vogels

Opvallend genoeg had het extreem droge voorjaar van 2025 geen negatieve gevolgen voor de reproductie van de meeste soorten. Integendeel: over vrijwel de hele linie was de reproductie juist bovengemiddeld. Vooral moerasvogels sprongen eruit, met de hoogste reproductie sinds het begin van de metingen. Soorten als de rietgors en de eerdergenoemde bosrietzanger profiteerden duidelijk van de omstandigheden.

Dit gunstige beeld bleef niet beperkt tot Nederland, want ook de CES-resultaten van Groot-Brittannië laten voor 2025 een bovengemiddelde reproductie zien. Daar zorgde het langdurig goede weer er mogelijk voor dat veel soorten de kans kregen om een tweede broedsel groot te brengen – een verklaring die ook voor de Nederlandse cijfers relevant kan zijn.

Meer informatie

  • In het nieuwste CES-jaarverslag (pdf: 909 kB) blikken we terug op de resultaten van 2025 en kijken we alvast vooruit naar het broedseizoen van 2026.

Tekst: Sovon Vogelonderzoek Nederland
Beeld: Harvey van Diek (leadfoto: bosrietzanger); Sovon Vogelonderzoek Nederland