Met dichtheden tussen de 26 en 56 territoria per 100 hectare behoren deze terreinen tot de gebieden met de hoogste dichtheden aan veldleeuweriken in Nederland. Ook is er op deze terreinen geen sprake van een aantalsafname, maar is de soort sinds de jaren negentig juist sterk toegenomen.
De veldleeuwerik was vijftig jaar geleden met een geschat populatieaantal van 500.000 tot 750.000 broedparen een van de talrijkste en meest verspreide broedvogels van Nederland. Sindsdien ging het bergafwaarts. De huidige populatie van 34.000 tot 44.000 broedparen is nog maar een schim van die van weleer. Deze afname van ruim 90 procent trof vooral graslandgebieden en in mindere mate akkerland. De veldleeuwerik bleek hier niet opgewassen tegen de moderne, zeer intensieve landbouw. De soort is nu vooral aangewezen op schrale graslanden, kwelders en heideterreinen op de zandgronden, zoals een aantal baangraslanden in beheer van Defensie.
Graslandbeheer op vliegbases
Op de militaire vliegbases door heel Nederland is door de luchtmacht in de jaren negentig de omschakeling gemaakt naar extensief graslandbeheer. Het primaire doel was het verhogen van de vliegveiligheid door het aantal aanvaringen tussen vogels en luchtvaartuigen te verminderen. Daarnaast is expliciet voor extensivering gekozen om de biodiversiteit in deze graslanden te bevorderen. Dit is een win-winsituatie gebleken: de afgelopen decennia is het aantal vogelaanvaringen sterk gedaald en is de biodiversiteit op de baangraslanden sterk toegenomen. De veldleeuwerik is een van de soorten die hier het meest van geprofiteerd heeft. Op Vliegbasis Gilze-Rijen nam het aantal territoria toe van negen in 1998 naar 85 in 2022. Deze stijging is ook zichtbaar op de andere vliegbases. Ondertussen is op meerdere vliegbases de populatie relatief stabiel met hoge dichtheden in de baangraslanden.
Uitgebreid nestonderzoek
Dat op de defensievliegbases het aantal veldleeuweriken al jaren hoog is, doet vermoeden dat de baangraslanden een zeer geschikt broedbiotoop zouden zijn, maar hier was niet eerder naar gekeken. Om beter inzicht te krijgen in het broedsucces van de populaties op drie vliegbases – met elk een eigen militair gebruik – is in 2025 een uitgebreid nestonderzoek uitgevoerd. In totaal werden 62 nesten gevonden, waarvan bij 61 nesten het broedsucces kon worden bepaald. De meeste nesten werden gevonden op Vliegbasis Deelen (35), gevolgd door Gilze-Rijen (21) en Volkel (6). De nesten lagen verspreid en vertoonden geen herkenbaar patroon: zelfs intensief gebruikte landingsbanen werden niet gemeden, en nesten op slechts enkele meters van het asfalt vlogen succesvol uit.

Hoog broedsucces
De verwachting dat het broedsucces op de vliegterreinen hoog was, bleek uit te komen. Het broedsucces lag op 36 procent voor Deelen en 39 procent voor Gilze-Rijen – waarden die boven de drempel van 35 procent liggen die nodig is voor een stabiele populatie. Voor vliegbasis Volkel kon vanwege het relatief lage aantal gevonden nesten geen betrouwbaar percentage worden berekend. Predatie bleek overal de belangrijkste oorzaak van nestverlies. De vliegbases zijn namelijk niet alleen interessant voor veldleeuweriken. Zwarte kraaien, buizerds, torenvalken en verschillende kiekendieven zijn op de bases algemeen. Ook vossen en dassen spelen een rol, maar de ‘lopende’ predatoren zijn in dit onderzoek niet systematisch geteld. Interessant is dat het militaire gebruik geen effect had op het broedsucces. Terwijl het aantal vliegbewegingen op Deelen beperkt is, wordt Gilze-Rijen intensief door helikopters gebruikt, maar het broedsucces was vergelijkbaar.
Belang van defensiegebieden
De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat de veldleeuwerikenpopulaties op Deelen en Gilze-Rijen in staat lijken zichzelf in stand te houden. Desondanks is voorzichtigheid geboden: vergelijkbare studies, zoals op vliegbasis Soesterberg, laten zien dat het broedsucces per jaar sterk kan variëren door de mate van predatie. Succes is dus niet gegarandeerd. De hoge territoriumdichtheden op de onderzochte vliegvelden onderstrepen in ieder geval het grote belang van defensiegebieden voor het behoud van de veldleeuwerik in Nederland.
Tekst: Sovon Vogelonderzoek Nederland
Beeld: Bram Ubels (leadfoto: veldleeuwerik boven de baan op een vliegterrein van Defensie)
