Nature Today

Veelbelovende resultaten van hoogveenherstel in het Fochteloërveen

De Levende Natuur
6-JUL-2017 - In het Fochteloërveen, het circa 2.500 hectare grote Natura 2000-gebied op de grens van de provincies Fryslân en Drenthe, zijn de afgelopen 30 jaar maatregelen genomen om het sterk verdroogde hoogveen natter te maken. Door die maatregelen zijn voor het hoogveen karakteristieke plantensoorten sterk toegenomen. Deze waren door ontwatering en boekweitbrandcultuur grotendeels uit het gebied verdwenen.
Deel deze pagina

Zo’n 1.400 hectare van het Fochteloërveen bestaat uit wat we tegenwoordig ‘herstellende hoogvenen’ noemen: een sterk gedegradeerde hoogveenvegetatie waar nog wel een veenpakket aanwezig is en waar hoogveenherstel mogelijk lijkt te zijn. De beheerder van het Fochteloërveen, Natuurmonumenten, heeft maatregelen genomen om dat herstel in gang te zetten. Er is daarvoor in de jaren 1984/85 en 1999-2001 een stelsel van dammen aangelegd, wat heeft geresulteerd in een sterk verhoogde waterstand in vrijwel het gehele veengebied. Basisvoorwaarde voor hoogveenontwikkeling is een stabiel hoge grondwaterstand. In het midden van het Fochteloërveen, waar nog meer dan een meter van het vroegere veenpakket aanwezig is, heeft de grondwaterstand zich gestabiliseerd met fluctuaties tot maximaal 15 centimeter beneden maaiveld. Meer naar de randen toe, in de richting van de lager gelegen en diep ontwaterde omgeving, zijn die fluctuaties een stuk groter, oplopend tot 50 centimeter beneden maaiveld.

Effecten op de vegetatie

Vanaf de eerste vernattingsmaatregelen in 1984/85 zijn kenmerkende hoogveensoorten als Eenarig wollegras, Kleine veenbes en Lavendelhei sterk toegenomen. Dat geldt ook voor het aantal soorten veenmossen dat in het gebied is aangetroffen. De stand staat nu op 20 soorten, waaronder zeldzaamheden als Bruin veenmos en Kamveenmos. Waterveenmos is nu verreweg de meest voorkomende veenmossoort, terwijl daarnaast ook de ‘bultenvormers’ Wrattig veenmos en Hoogveenveenmos flink zijn toegenomen. De toename van deze soorten is vooral opgetreden in het centrum van het gebied, waar de grondwaterstanden permanent hoog zijn en de fluctuaties gering.

Vegetaties van hoogveenbulten in 1992. Het betreft vegetaties van het hoogveenmosverbond (inclusief de subassociatie sphagnetosum binnen de dopheiassociatie) mét > 1% bedekking van bultenvormende veenmossenVegetaties van hoogveenbulten in 2014

Pijpenstrootje, de soort die het Fochteloërveen gedurende een groot deel van de 20e eeuw volledig heeft gedomineerd, is na de start van de vernattingsmaatregelen sterk achteruit gegaan. Toch is deze soort nog steeds veel aanwezig, vooral in de randgebieden van het veen met z’n grotere fluctuaties in grondwaterstanden.

Van een afstand bezien is het Fochteloërveen nog steeds een onafzienbare pijpenstrootjevlakte. Door de vernatting is pijpenstrootje evenwel sterk afgenomen en zijn veenmossen en andere hoogveensoorten sterk toegenomen

Optimisme en zorgen

De uitgevoerde maatregelen hebben als doel om in het Fochteloërveen weer ‘levend’ hoogveen te ontwikkelen. De ontwikkelingen tot nu toe, met de sterke toename van veenmossen en andere kenmerkende plantensoorten, stemmen wat dat betreft hoopvol. Er zijn ook nog wel enkele zorgen. Zo weten we niet goed hoe we de op veel plaatsen nog hoge bedekking aan Pijpenstrootje in moeten schatten; dat geldt ook voor de mogelijke rol van de hoge stikstofdepositie daarbij. En verder is er werk aan de winkel voor de beheerder: totdat sprake is van een grotere aaneengesloten oppervlakte levend hoogveen is onderhoud aan de dammenstructuur noodzakelijk.

Een uitgebreid artikel over de bevindingen van het onderzoek (pdf; 1,9 MB) is verschenen in het meinummer van De Levende Natuur.

Tekst: Wibe Altenburg en Wout Bijkerk, Altenburg & Wymenga; Roel Douwes en Nicko Straathof, Natuurmonumenten
Foto’s: Klaas van der Veen (leadfoto: veenmosbult met Lavendelhei en Dophei); Wout Bijkerk

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen