Nog even en de Koolmezen leggen hun eerste ei in februari

Werkgroep NESTKAST
23-MRT-2018 - Uit het jaarverslag van de landelijke werkgroep NESTKAST blijkt dat in 2017 de nestbouw en eileg van onder andere Koolmees en Ringmus zeer vroeg op gang kwam. Door de koele tweede helft van april en de lage voedselbeschikbaarheid was het nestsucces van de Pimpelmees het laagst sinds het begin van de meetreeks in 1982. Het aantal Pimpelmezen dat een vervolglegsel had was juist opvallend groot.
Deel deze pagina

Meer dan honderdduizend eieren

In 2017 ontving NESTKAST gegevens van 17.289 nestkasten, ingestuurd door 157 deelnemende nestkastwerkgroepen en/of Sovon controleurs, verdeeld over 319 terreinen. Ook werden voor het eerst meer dan honderdduizend eieren geteld!

Eerste eileg recordvroeg voor diverse soorten

Doordat maart zeer warm was met aan het einde van de maand een temperatuurpiek, kwam de nestbouw en eileg van de mezen zeer vroeg op gang. De gemiddelde eerste eilegdatum van de eerste legsels van de Koolmees was met 17 april erg vroeg. In Dendermonde, België, werd een eerste eileg al op 3 maart gemeld. De gemiddelde eerste eilegdatum van de eerste legsels van de Pimpelmees was, net als bij de Koolmees, erg vroeg; op 11 april. Ook andere vroege soorten zoals de Zwarte mees (gemiddelde eerste eileg op 16 april) en de Boomklever (gemiddelde eerste eileg op 6 april) waren recordvroeg, net als de Ringmus. Hoewel de gemiddelde eerste eidatum bij de Bonte vliegenvanger gemiddeld was, kon er wel een recordvroege eerste eileg worden opgetekend op 9 april uit het Liesbos bij Breda. De andere soort die in Afrika overwintert, de Gekraagde roodstaart, begon laatgemiddeld net als de Spreeuw en Holenduif.

Boomklever

Laagste nestsucces Pimpelmees ooit

In 2017 hebben Koolmezen en Pimpelmezen gemiddeld ruim een dag gewacht hebben met het beginnen met broeden nadat het laatste ei was gelegd. Dit doen ze als ze verwachten dat er bij het uitkomen van de eieren, dertien dagen later, toch (nog) geen rupsenpiek lijkt te komen.

Ook de totale beschikbaarheid van voedsel viel tegen getuige de maximale biomassa van het voedsel die bijvoorbeeld door het NIOO-KNAW in Oosterhout, Gelderland werd gemeten. Door de koele tweede helft van april en de lage voedselbeschikbaarheid is het nestsucces van de Koolmees laaggemiddeld en voor de Pimpelmees zelfs het laagst sinds het starten van de tijdsreeks in 1982 (gegevens Meetnet Nestkaarten, Sovon/CBS)! Opvallend daarentegen was het hoge broedsucces, in vergelijking met voorgaande jaren, van de vervolglegsels die meestal in de warme mei- en junimaanden werden grootgebracht. Ook indicatief voor een goede tweede helft van het broedseizoen is het hoge vervolglegselpercentage voor de Koolmees (23,6%) en de Pimpelmees (10,6%). Dit is in beide gevallen vijf tot zes keer hoger dan vorig jaar,  Koolmees 4,8% in 2016 en Pimpelmees 1,6% in 2016.

RingmusHet nestsucces van een andere vroegbroeder, de Boomklever was gemiddeld en voor de Zwarte mees heel hoog. De Bonte vliegenvanger had net als de Bosuil een laag gemiddeld nestsucces, de Ringmus en Holenduif zelfs recordlaag! Voor de Holenduiven was dit, voor het vierde jaar op rij, een heel slecht jaar, het slechtste nestsucces over de tijdreeks vanaf 1984.

De Gekraagde roodstaart had, net als de Spreeuw een hooggemiddeld nestsucces.

Legselgrootte

Koolmees en Pimpelmees herstelden zich enigszins van een reeks van jaren waarin de legselgroottes spectaculair kleiner werden maar de Zwarte mees herstelde (nog) niet, en liet de kleinste legselgrootte sinds 1982 zien. We weten nog niet wat de oorzaak van deze verkleining geweest is. Ook de Boomklever en Holenduif lieten laaggemiddelde legselgroottes zien. Die van Bonte vliegenvanger, Gekraagde roodstaart en Spreeuw waren gemiddeld en die van de Ringmus zelfs hooggemiddeld.

Kalkeieren en een Roodborst met twee nestkommen in één kast

In het jaarverslag zijn ook een aantal artikelen te vinden over de effecten van kalkgebrek op koolmeeslegsels, maar ook meer anekdotische verhalen als het risico van het gebruik van paardenhaar door Koolmezen en een Roodborst die twee legsels achter elkaar heeft in dezelfde nestkast maar daarvoor twee nestkommen maakt.

Meer informatie

  • Het NESTKAST-jaarverslag. Hierin worden de belangrijkste broedbiologische gegevens van 21 nestkastbroeders besproken.

Tekst: Leo Ballering, NESTKAST
Foto's: Aart Mulder (leadfoto: Koolmezen en Pimpelmezen in één kast); J.A. Wagenaar; Jan van der Geld

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen