Rijksweg A10 West, gezien vanaf gebouw De Tribune (Amsterdam Bos en Lommer), Aansluiting Amsterdam-Geuzenveld op de voorgrond

Compensatie van je CO2-emissies – heeft dat nut?

Wageningen University
31-MEI-2019 - Het is steeds makkelijker CO2-uitstoot te compenseren, bijvoorbeeld van vliegtickets of benzine. Je CO2-uitstoot wordt niet minder, maar je compenseert deze door afname van CO2-emissie uit andere bronnen. Hoogleraar Lars Hein betoogt dat CO2-compensatie zeker zin heeft, mits we blijven overstappen op duurzame energie en we dit niet als excuus gebruiken om meer energie te gebruiken.

Hoe werkt CO2-compensatie?

Verschillende Nederlandse bedrijven bieden opties aan om de CO2-uitstoot die je veroorzaakt te compenseren door het aankopen van CO2-credits. Deze bedrijven kopen de credits van andere, gespecialiseerde bedrijven die projecten hebben ontwikkeld waarin CO2-uitstoot wordt gereduceerd of CO2 wordt weggevangen uit de atmosfeer. Er wordt een scala van projecten ingezet om deze CO2-credits te genereren, zoals bijvoorbeeld het planten van bomen, het beschermen van bos dat anders gekapt zou worden of het verspreiden van energiezuinige ovens. Vaak hebben de bedrijven die de CO2-credits generen een ideële insteek: er wordt geprobeerd om op een kostendekkende manier een positief milieueffect te behalen. Op het moment dat deze bedrijven kunnen aantonen dat het project inderdaad tot CO2-reductie leidt, kunnen de credits worden verkocht. Deze credits worden gekocht door bijvoorbeeld een vliegtuigmaatschappij, gasleverancier of gas- en oliebedrijf, die de credits dan weer aan de consument aanbiedt. Let wel, dit zijn credits aangeboden op de vrijwillige CO2-markt, dus niet op de gereguleerde markt die in Europa wordt gebruikt om grote bedrijven te verplichten om hun CO2-uitstoot omlaag te brengen.

Waar komen CO2-credits vandaan?

CO2-credits worden verhandeld ‘over-the-counter’, dat wil zeggen dat er geen beurs is waarop de credits worden verhandeld, maar dat de aanbieders (de gespecialiseerde bedrijven) direct contact hebben met de kopers (bijvoorbeeld bedrijven die de credits doorverkopen aan de consument). Een goed overzicht van deze internationale CO2-creditmarkt wordt gegeven in het jaarlijkse Engelstalige rapport ‘The State of the Voluntary Carbon Market’. Na hooggespannen verwachtingen van deze markt aan het begin van deze eeuw en het wegzakken van de omzet in deze markt tussen 2012 en 2016 is er vanaf 2017 weer duidelijke groei. Toch is deze markt nog klein als je dit vergelijkt met de CO2-uitstoot. De omvang van de wereldwijde markt in 2017 was 63 miljoen ton CO2 (equivalent; dat wil zeggen CO2 en de andere broeikasgassen), dus ongeveer een derde van de jaarlijkse Nederlandse CO2-emissie. Ongeveer 60% van de credits is gegenereerd met bosbeschermings- of herbebossingsprojecten en ongeveer 35% met duurzame energie, energiebesparing en efficiënte ovens voor huishoudens in ontwikkelingslanden.

Veel van de bosbeschermingsprojecten zijn in tropische gebieden en wel om twee redenen. Ten eerste, omdat in de natte tropen de bomen veel sneller groeien dan in gematigde streken en ten tweede, omdat in veel tropische landen nog steeds sprake is van snelle ontbossing – zonder CO2-credits zou die ontbossing nog sneller gaan. De credits worden gecertificeerd volgens verschillende standaarden, waarin de ‘Gold Standard’, waaraan ook het Wereld Natuur Fonds als partner is verbonden, het meest strikt is. Hierbij wordt gezorgd dat ook de belangen van de lokale bevolking gewaarborgd zijn. Zij kunnen bijvoorbeeld het bos duurzaam blijven gebruiken als dat tenminste niet leidt tot kap, en ze delen mee in de opbrengsten van de CO2-credits. De afgelopen jaren is er een duidelijke ontwikkeling geweest in de professionaliteit en de certificering van CO2-projecten. Er waren bijvoorbeeld veel vragen over de klimaatprojecten ondersteund vanuit het VN ‘Clean Development Mechanisme’ (met name actief van 2006 tot 2012), maar inmiddels zijn de eisen voor certificering en controle op CO2-credits veel strenger.

Wat is het effect van CO2-compensatie?

Om de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 2 en liefst 1,5 graad Celsius moeten de emissies in de komende decennia wereldwijd sterk gereduceerd worden. We zullen zo weinig mogelijk fossiele brandstof moeten gebruiken en zoveel mogelijk gebruik moeten maken van duurzame energie, zowel voor verwarming van onze huizen als voor transport. Ook de uitstoot door cementproductie en landgebruiksverandering (bijvoorbeeld ontbossing) zal sterk moeten worden verminderd. Speciale aandacht is hierbij nodig voor de veengebieden, die nu al rond de 5% van de wereldwijde CO2-uitstoot voor hun rekening nemen. Op de lange termijn – als alle landen inderdaad erin slagen om de emissies sterk terug te dringen – is er minder noodzaak voor CO2-compensatie, immers er is minder CO2-uitstoot en dus minder noodzaak om te compenseren. De CO2-bronnen die nu worden gebruikt voor compensatieprojecten zijn dan ook hopelijk aangepakt. Maar nu heeft CO2-compensatie wel degelijk zin. We zitten nog steeds met een energie-infrastructuur waarin fossiele brandstoffen een grote rol spelen. Zo heeft Nederland nog steeds vijf kolencentrales (waarvan er drie zijn geopend sinds 2015), speelt op dit moment aardgas nog een belangrijke rol in de verwarming van onze huizen, zijn er nog weinig alternatieven voor fossiele brandstoffen in de luchtvaart en is elektrisch rijden nog niet voor iedereen weggelegd.

Daarnaast is het ook reëel om te kijken naar de kosten van de overstap naar duurzame energie. De kosten van CO2-emissiereductie via projecten op de CO2-markt liggen in de orde van 5 tot 10 euro per ton CO2 (ter vergelijking: een Nederlands huishouden stoot gemiddeld zo’n 7 ton CO2 per jaar uit) – terugbrengen van CO2-uitstoot door afvang en vastleggen van CO2 in een kolencentrale kost al snel tussen de 100 en 150 euro per ton CO2. Nogmaals, een volledige wereldwijde transitie naar duurzame energie, zonder CO2 uitstoot, blijft noodzakelijk in de komende decennia om het klimaatdoel te halen. Maar de realiteit is dat de overstap naar 100% CO2-neutraal niet vandaag of morgen gemaakt kan worden. In die tussenperiode zijn CO2-credits een belangrijk middel om toch effectief, snel en goedkoop onze CO2-uitstoot te compenseren en terug te brengen. Een belangrijk punt hierbij is dat de emissiereductie van CO2-credits niet zonder die projecten gerealiseerd zou worden. Veel regeringen van ontwikkelingslanden staan op het standpunt: “de geïndustrialiseerde landen hebben het klimaatprobleem veroorzaakt met decennialange uitstoot van CO2, de meeste bossen in ontwikkelde landen zijn gekapt voor economische ontwikkeling, zelfs de veengebieden zijn in een land als Nederland bijna volledig gedraineerd, en als wij onze uitstoot terug moeten brengen verwachten we daarbij hulp van de rijke landen.” De CO2-creditmarkt is dan een effectieve manier om die ondersteuning te geven.

Rivier in Tanjung Puting Nationaal Park, nabij Rimba Raya (Centraal Kalimantan, Borneo)

Zijn de credits wel betrouwbaar?

Rest de vraag of het geld dat we kunnen uitgeven aan CO2-credits goed besteed wordt. Gelukkig is er wel reden om positief te zijn. Vaak zijn in ontwikkelingslanden de gebieden die beschermd worden met CO2-credits het best beschermd, ook in vergelijking met officiële nationale parken. In veel nationale parken in Afrika en Zuidoost-Azië wordt nog steeds illegaal gekapt of land illegaal omgezet in landbouwgrond. De satellietbeelden die we aan de Wageningen Universiteit regelmatig analyseren voor Kalimantan, Indonesië – gestaafd met onze veldbezoeken – geven aan dat de enige tropische veenbossen die goed beschermd worden op dit grote eiland, de twee projecten zijn waar CO2-credits worden verkocht (het ‘Rimba Raya-project’, gesteund vanuit ‘Greenchoice’ en het ‘Katingan-project’, gesteund vanuit Shell CO2-Neutraal rijden). Daarnaast is een belangrijk voordeel van dit soort projecten dat er unieke biodiversiteit (bijvoorbeeld de orang-oetan) wordt beschermd en dat ook de lokale bevolking meedeelt in de baten van deze projecten.

Kortom

Er is een fundamenteel verschil tussen het compenseren van CO2-uitstoot en het overstappen op duurzame energie, bijvoorbeeld door het plaatsen van zonnepanelen. Immers, je eigenlijke CO2-uitstoot wordt door compensatie niet minder, maar je compenseert deze door bij te dragen aan de afname vanuit andere bronnen. Omdat de compensatie leidt tot een afname van de uitstoot uit die andere bronnen en omdat deze afname anders niet zou worden gerealiseerd, heeft CO2-compensatie wel degelijk zin. Daarnaast wordt er door compensatie een bijdrage geleverd aan natuurbescherming en duurzame lokale ontwikkeling. Voorwaarden zijn daarbij wel dat CO2-compensatie niet als excuus wordt gebruikt om meer energie te gaan gebruiken en dat onverminderd wordt doorgaan met de transitie naar een duurzame energievoorziening.

Tekst: Lars Hein, Wageningen Universiteit
Foto’s: Mojito, CC BY-SA 3.0; Nanosanchez, CC BY-SA 4.0