De wulpen van Staphorst

Vogelbescherming Nederland
2-JUN-2020 - In 1982 ontdekte Gerrit Gerritsen hét wulpenbolwerk van West-Europa, in Staphorst. Maar liefst 440 broedpaar turfde hij van de grootste steltloper. Bijna veertig jaar later houdt onze oud-collega, inmiddels met pensioen, zich nog altijd bezig met de wulpen van Staphorst. Het zijn er nu een stuk minder; gelukkig krijgen ze hulp.

In de zeventiger jaren broedde de soort op veel meer plaatsen in Nederland, zoals in heidegebieden en in de Hollandse duinen. Daar is ie nu helemaal verdwenen, door de komst van de vos en doordat het er drukker werd met mensen. Daar houdt de schuwe wulp niet van. Hij is nu vooral een bewoner van het boerenland, maar daar kachelt hij ook hard achteruit, met zo’n 40 procent tussen 1990 en 2015. Overijssel telt nu de meeste wulpen van ons land. 

Te weinig jongen groeien groot

In Staphorst ziet Gerrit Gerritsen deze afname voor zijn ogen gebeuren. Van de 440 broedpaar in 1982 zijn er dit voorjaar 130 over. Het probleem: er worden te weinig jongen groot, de populatie vergrijst dus. De wulp is een grote vogel met een lang broedseizoen. Het duurt zo’n negen weken vóór een ei een vliegvlug jong is geworden. Dat maakt de wulp veel kwetsbaarder dan bijvoorbeeld de veel kleinere graspieper, waarvan de broedperiode veel korter is. De graspieper kan met een beetje mazzel een nest grootbrengen tussen twee maaibeurten van de boer door; de wulp krijgt tijdens zijn broedperiode een keer of twee, drie te maken met grote maaimachines.

Een jonge wulp

Kwetsbaar

Uit onderzoek kwam naar voren dat ook de vos een oorzaak is van het lage aantal jongen dat groot groeit. Er werden camera’s bij tientallen nesten opgesteld en uit de beelden bleek dat in zo’n zeventig procent van de predatiegevallen een vos de eieren had geroofd. Een wulp is een grote vogel die veel geur verspreidt en grote eieren heeft; kwetsbaar dus. Als een ei wél uitkomt, vormen vliegende predatoren als bruine kiekendief en buizerd een gevaar voor het kuiken, dat in de kale, pas gemaaide vlakte een makkelijke prooi is.

Hulp voor de wulp

Ze laten het er in Staphorst niet bij zitten. Acht jaar geleden begon de lokale vrijwilligersgroep met het uitrasteren van nesten van wulpen. Het lastige is dat wulpen, anders dan bijvoorbeeld de grutto, niet bij elkaar in de buurt broeden. Je kunt dus niet een heel stuk grasland afzetten met schrikdraad, het moet om het nest zelf heen. Vrijwilligers zetten in overleg met de boer tien of twintig meter in het vierkant om het nest af met schrikdraad. Ze blijven nog een tijd kijken of de wulpenvader- en moeder er niet te zenuwachtig van worden; als dat gebeurt halen ze de draad weer weg. Hun inspanningen worden beloond, want zonder draad wordt 70 procent van de eieren opgegeten, en met draad nog maar de helft daarvan, 35 procent.

In het voorjaar van 2020 vonden de vrijwilligers, waar ook Gerrit bij hoort, negentig nesten. Om dertig nesten hebben ze schrikdraad gespannen. Een behoorlijke klus voor de vrijwilligers, waarvan de populatie net als bij de wulp vergrijst. Daarom heeft Gerrit tijdens een recent veldbezoek aan het gebied aan natuurgedeputeerde Ten Bolscher van de provincie Overijssel hulp gevraagd om nog meer wulpennesten met schrikdraad tegen vossen te beschermen.

Een zojuist geringde jonge wulp

Zoon en vader geringd

Dit voorjaar gebeurde er iets bijzonders: Gerrit deed een ringetje om de poot van een kuiken waarvan hij de vader veertien jaar eerder ook had geringd! Door vogels te vangen en te voorzien van een ring, wordt informatie verkregen over (veranderende) trek, reproductie en overleving van vogels. Dat het om een zoon van die specifieke vader ging kon hij zien aan de kleurencombinatie van de plastic ring om de poot van vader wulp, waarmee ieder individu is te herkennen. Gerrit is al sinds 1985 gediplomeerd ringer en heeft zo’n 500 wulpenkuikens geringd. Toch had hij nog niet eerder meegemaakt dat hij een nakomeling van een eerder geringde vogel in zijn handen had. Het was ook nog eens het vroegste broedgeval ooit: het nest kwam al op 14 april uit.

Jacht gestopt

Er gloort een klein beetje hoop voor de Nederlandse wulpen, die voor het grootste deel in Frankrijk overwinteren. Wulpen brengen de eerste drie jaar van hun leven door in hun overwinteringsgebied voor ze naar Nederland komen om te broeden. Als ze eenmaal die leeftijd hebben gehaald, leven ze meestal nog lang. De oudst bekende wulp in Europa werd ruim 31 jaar. In Frankrijk mocht, onbegrijpelijk genoeg, nog op wulpen worden gejaagd. Sinds het najaar van 2019 mag dat niet meer; meer overlevingskans voor de wulpen van Staphorst.

Gerrit Gerritsen is weidevogelonderzoeker en -beschermer, met name de grutto en de wulp hebben zijn warme belangstelling. Hij werkte 33 jaar voor de provincie Overijssel en daarna tot zijn pensioen in 2020 bij Vogelbescherming Nederland.

Tekst: Nadja Jansma, Vogelbescherming Nederland
Foto's: Koos Dansen; Peter Stein, Saxifraga; Gerrit Gerritsen