Natuurbeleid faalt vooral vanwege eenzijdige focus op wettelijke verplichtingen

SoortenNL
8-JUN-2020 - Ooit was Nederland koploper innovatief natuurbeleid, maar de laatste 25 jaar scoren we abominabele rapportcijfers. Dat komt doordat we onze indicatoren oneigenlijk gebruiken. We gaan ermee om als in de wet van Campbell die stelt dat hoe meer je mensen afrekent op cijfers, hoe meer ze zich op de cijfers gaan richten, zelfs als dat ten koste gaat van waar de cijfers oorspronkelijk voor bedoeld zijn.
Deel deze pagina

Op 26 mei publiceerde het ministerie van LNV de rapportages Vogel- en Habitatrichtlijn 2019 (pdf; 4,5 MB). In deze rapportages is te lezen hoe het ervoor staat met de soorten en habitats waarvan Nederland internationaal heeft afgesproken om ze te beschermen. Van de beschermde habitats heeft 89% een ongunstige staat van instandhouding. Dat geldt ook voor 70% van de soorten van de Habitatrichtlijn. Van de beschermde vogelsoorten gaat op lange termijn 40% achteruit. Op 28 mei 2020 kopt Trouw heel stellig: Waarom dertig jaar natuurbeleid niks heeft opgeleverd. Dat is geen juiste voorstelling van zaken. Dankzij het natuurbeleid uit de jaren negentig is veel bereikt, maar daarna is dat beleid stap voor stap uitgekleed tot een minimum dat volgt uit EU-verplichtingen. Daarmee is het Nederlandse natuurbeleid een juridische en bureaucratische karikatuur geworden van wat op papier ooit goed in elkaar zat.

Nederland kent naar schatting meer dan 42.000 soorten planten en dieren. In de visie van de soortenorganisaties ‘tellen ze allemaal mee’. De mooie zoals de weidebeekjuffer en de aaibare zoals de korenwolf, maar ook minder vermarktbare soorten als de schele engerd of de lugubere glijer. Maar je kunt ze niet allemaal tellen en beschermen. Daarom heeft Nederland begin jaren negentig gekozen voor het realiseren van een robuust ecologisch netwerk met een grote diversiteit aan leefgebieden waarbinnen al die soorten kunnen voortbestaan. Op basis van gedegen wetenschappelijk onderzoek is vervolgens bepaald welke soorten en habitats kunnen fungeren als indicator voor het functioneren van het geheel. Die indicatoren hebben we wettelijk beschermd. Grofweg de helft hebben we begrensd in beschermde natuurgebieden, de andere helft hebben we – voornamelijk om de landbouw tegemoet te komen – gelaten aan het landelijk gebied. Het gaat hierbij om EHS-gebieden met een ‘lichter’ beschermingsregime, robuuste verbindingen en overgangszones die de harde kantjes tussen natuur en landbouw wat moesten verzachten. Op die manier kon het landelijk gebied tegelijk leef- of foerageergebied vormen voor alle niet-begrensde soorten. Beleid kan zich dan richten op de relevante milieucondities (waterhuishouding, stikstof, pesticiden) in orde brengen waarna de natuur zich kan ontwikkelen, hier en daar ondersteund door (herstel)beheer. Door je indicatoren te volgen in ecologische monitoring zie je of het werkt of niet. Indien nodig, stuur je bij.

Precies dat is niet gebeurd. Toen de indicatoren lieten zien dat het met sommige soorten niet goed ging, is niet bijgestuurd maar zijn de beleidsambities stap voor stap afgezwakt. In plaats van extra te investeren in robuuste natuurgebieden en het wegnemen van bronnen van vervuiling, werd bezuinigd op de realisatie van het natuurnetwerk en werd regelgeving afgezwakt. De totale omvang van beschermde natuur werd naar beneden gebracht, de bufferzones gingen eruit, extensiveringsgebieden werden – en worden – toch intensief gebruikt en de meeste ecologische verbindingszones zijn geschrapt. De kabinetten van Balkenende en Rutte ontmantelden en versnipperden wat ooit een logisch, samenhangend geheel was. Onder het mom van 'nationale koppen' werd de brede basis onder een robuust Nederlands natuurnetwerk weggeslagen en werd de wettelijke bescherming vrijwel beperkt tot de soorten en habitats waarvoor Nederland internationale afspraken heeft gemaakt. ‘We doen alleen wat moet van Europa.’ Keer op keer blijkt dat het zo niet werkt. Het is alsof je een huis wilt bouwen door alleen een dak te leveren.

Veel van de Nederlandse natuur kreunt en steunt onder de druk van een hoge stikstofdepositie, verdroging, verstoring en allerlei gifstoffen en in toenemende mate stappen bezorgde burgers met succes naar de rechter om overheden in ieder geval aan de wettelijke verplichtingen te houden. Voor meer positieve manieren van participatie is immers geen geld en ontbreken de beleidskaders en de instrumenten. Het redactioneel commentaar van Trouw constateerde op 1 juni niet voor niets dat MOB meer voor de natuur voor elkaar gekregen heeft dan alle natuurorganisaties bij elkaar. De natuurorganisaties en biologische boeren hebben uiteraard wel degelijk wat bereikt, maar je kunt natuur niet duurzaam herstellen als je niet ook de negatieve effecten op de natuur fors vermindert.

De enige manier om uit de biodiversiteitscrisis te komen is door opnieuw ambitieus en integraal beleid te maken dat gericht is op het verbeteren van de milieucondities; door het waterpeil weer op orde te brengen, pesticidegebruik en stikstofdepositie fors terug te dringen en de bodemkwaliteit en ruimtelijke samenhang te herstellen. Als je dat doet, profiteert de Nederlandse natuur daarvan, wat zichtbaar zal worden in de gekozen indicatoren. Op die manier zal er ook weer ruimte ontstaan voor nieuwe ontwikkelingen en kan men weer trots spreken over natuurbeleid dat werkt.

Tekst: Sander Turnhout, Radboud Healthy Landscape en SoortenNL; Raoul Beunen, Open Universiteit
Foto: Fred van den Bosch ( leadfoto: natte duinvallei Noord-Holland)

Deze website maakt gebruik van cookies. Wilt u meer informatie over cookies en welke worden opgeslagen?
Lees de cookieverklaring. Niet meer tonen