Ruigpootbuizerd heeft een gemakkelijke winter in muizenrijk Oost-Groningen

Grauwe Kiekendief - Kenniscentrum Akkervogels
16-DEC-2020 - Rijd je op een winterdag door uitgestrekte akkerbouwgebieden, dan kun je hem tegenkomen: de ruigpootbuizerd. Net een slagje groter dan de buizerd, met langere vleugels en meer arendachtig met zijn bevederde poten. Een wintergast die de zomer in het hoge noorden doorbrengt. In Nederland neemt het aantal overwinterende ruigpootbuizerds gestaag af. Reden om hun winterecologie onder de loep te nemen.

De grootschalige akkerbouwgebieden in Noord- en Oost-Groningen zijn één van die plekken waar je in de winter vrij zeker kunt zijn dat je een ruigpootbuizerd tegenkomt. In goede jaren overwinteren hier zo'n tien tot twintig exemplaren. In dit gebied heeft bachelorstudent Janosch Becker, van de Hogeschool van Eberswalde in Duitsland, een studie gedaan naar het habitatgebruik en foerageersucces van de ruigpootbuizerd. De vraag was in hoeverre het grootschalige akkerlandschap met intensieve landbouw een geschikt overwinteringsgebied voor ruigpootbuizerds vormt.

Roofvogelroutes

Allereerst is de verspreiding van ruigpootbuizerds bestudeerd door systematische tellingen uit te voeren langs drie routes (van respectievelijk 29.2, 76.5 en 55.2 km) die een groot deel van Oost-Groningen afdekten. Alle waargenomen roofvogels en andere muizeneters langs deze routes werden genoteerd. Daarnaast werden voor alle akkers de gewassen in kaart gebracht (Figuur 1). De routes werden tweemaal per maand geteld tussen oktober 2019 en maart 2020.

Figuur 1. Verspreiding gewassen in het studiegebied waar de roofvogelroutes en foerageerprotocollen werden uitgevoerd

Habitatgebruik en beschikbaarheid

In het studiegebied bestond 40 procent van landgebruik uit ingezaaide wintertarwe, terwijl 20 procent van de akkers geploegd de winter in gingen. Ongeveer een kwart van het studiegebied bestond uit grasland. Natuurmaatregelen voor muizenetende roofvogels, zoals akkerranden, vogelakkers en wintervoedselveldjes maakten slechts één procent van het landgebruik uit. Er werden 44 waarnemingen van ruigpootbuizerds gedaan. Meer dan de helft (55%) van deze waarnemingen werd op grasland gedaan, en maar weinig op wintertarwe (5%) en geploegd land (7%). Habitats die weinig in het gebied voorkomen maar relatief veel gebruikt werden, waren slootkanten (9%), dijken (4%) en natuurmaatregelen (4%). Grasland vormde dus het belangrijkste foerageerhabitat voor de ruigpootbuizerds, met daaropvolgend eerdergenoemde slootkanten, dijken en natuurmaatregelen (Figuur 2).

Figuur 2. Habitatgebruik van ruigpootbuizerds (n=44) ten opzichte van het beschikbare habitat in het totale studiegebied (9662 ha)

Overal muizen

Bij de keuze voor grasland was het opvallend dat er specifieke percelen door de ruigpootbuizerds geselecteerd werden. Om erachter te komen waarom ze dit deden, is hier het aantal muizenholletjes langs honderd meter lange transecten geteld, en op naastgelegen niet-geselecteerde percelen. Het tellen van de muizenholletjes was een enorme klus, want de muizen bleken deze winter zeer algemeen te zijn. Op de door de ruigpootbuizerds geselecteerde percelen werden gemiddeld 436 holletjes (met een uitschieter van 1270 holletjes) geteld, en op de niet-geselecteerde percelen gemiddeld 276 holletjes. Hoewel dit verschil niet significant was, lijken de dichtheden aan muizen op de geselecteerde percelen hoger dan op de niet-geselecteerde percelen. Bovenal waren de muizendichtheden opvallend hoog; in ‘normale winters’ worden er in Oost-Groningen maar nul tot twintig holletjes per transect geteld.

Muizenholletjes langs een transect in 2019 (links); Ruigpootbuizerd (rechts)

Zittende ruigpootbuizerds

Naast de tellingen is ook het gedrag van ruigpootbuizerds bestudeerd. In totaal is er 34 uur aan observaties van ruigpootbuizerds (Figuur 3). Dit bleek een vrij saaie bezigheid, want 78,2 procent van de tijd zaten de vogels op de grond. Ruigpootbuizerds vlogen maar 6,3 procent van de tijd en 3,2 procent brachten ze biddend door. Hoewel het bidden van ruigpootbuizerds zo karakteristiek is, deden ze dat dus maar een zeer beperkt deel van de tijd. Als de ruigpootbuizerds vlogen om te jagen, was dat vooral boven hogere vegetaties (bijv. luzerne en groenbemester) en dijken. Hun jaaggedrag op gras was geheel anders, daar zaten ze op de grond op een prooi te wachten. Er werden in totaal 104 vangstpogingen waargenomen. Deze bleken vanuit de lucht succesvoller (53%) dan vanaf de grond (19%). Gemiddeld werd er ongeveer één muis per uur gevangen.

Ruigpootbuizerd Janosch (links); Figuur 3. Gedrag van ruigpootbuizerds tijdens de observaties met een totale tijd van 34:00:02 (rechts)

In de winter van 2019/2020 verbleven de ruigpootbuizerds dus voornamelijk op gras, waar ze zittend om zich heen kijkend muizen probeerden te vangen. Grasland was aantrekkelijk voor de ruigpootbuizerds door de zeer hoge aantallen muizen. Aannemelijk is dan ook dat door de ‘muizenpiek’ de ruigpootbuizerds een relatief gemakkelijke winter hadden. In plaats van actief te moeten jagen boven bijvoorbeeld natuurmaatregelen zoals vogelakkers, konden ze zittend vanaf de grond regelmatig een muis verschalken. De vraag is of de ruigpootbuizerds in jaren met minder muizen ook zo’n luizenleventje leiden. Waarschijnlijk spelen natuurmaatregelen, die juist in muizenarme jaren hogere aantallen muizen herbergen dan het omliggend landschap, dan een veel belangrijkere rol. Daar moeten ze dan echter wel actiever, oftewel vliegend en biddend, naar op zoek. 

Sinds 2018 zijn meerdere ruigpootbuizerds uitgerust met GPS/GSM-zenders om het habitatgebruik te onderzoeken. Gezenderde ruigpootbuizerd Janosch is dit najaar teruggekeerd naar de Groningse Dollardpolders en hopelijk blijft hij de hele winter, zodat data verzameld kan worden van zijn habitatkeuzes in een jaar met zoals het nu lijkt aanzienlijk minder muizen.

Janosch Beckers scriptie “Habitat use and foraging ecology of wintering Rough-legged Buzzards in the agricultural landscape of East Groningen (NL)” is op te vragen bij Raymond Klaassen.

De GPS-zenders voor het onderzoek naar ruigpootbuizerds zijn gefinancierd door het Bettie Wiegman Fonds en de Tides Foundation.

Tekst: Raymond Klaassen, Grauwe Kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels & Janosch Becker
Foto’s: Jitty Hakkert; Gerard Sterk; GKA