staartblauwtje - primair

Het staartblauwtje officieel terug in Nederland

De Vlinderstichting
4-FEB-2021 - Het staartblauwtje was verdwenen. Na 1933 was hij niet meer in Nederland gezien, maar in 2011 werden de eerste weer in ons land gemeld en werd ook voortplanting geconstateerd. De soort doet het goed en is in Limburg inmiddels wijd verbreid. Nu het staartblauwtje zich tien jaar achtereen heeft voortgeplant, beschouwen we hem weer als standvlinder. Deze vlinder profiteert van klimaatverandering.
Deel deze pagina

Bij verse staartblauwtjes is het kleine staartje vaak nog goed te zienHet staartblauwtje komt voor in een groot deel van Midden-Europa. Het is een mobiele vlinder die nogal eens flinke afstanden zwerft. Het is een vrij makkelijke soort die niet heel hoge eisen stelt aan zijn leefgebied. De opmars van het staartblauwtje hangt zeker samen met klimaatopwarming, maar ook met een natuurvriendelijker beheer van bermen en groenstroken en natuurontwikkeling. Hierdoor is er een groter aanbod van bloemrijke graslanden met een wat ruderaal karakter. De waardplanten, waarop de rupsen zijn gespecialiseerd, zijn diverse vlinderbloemigen waaronder rolklaver. Maar ook rode klaver en die komt ook veel voor in natuurontwikkelingsgebieden. Wat betreft het gewenste beheer op die plekken is het gefaseerd maaien van plekken met rode klaver en moerasrolklaver aan te bevelen. Ook extensief begrazen kan in het leefgebied van het staartblauwtje prima, als er maar een continu aanbod is van nectar- en waardplanten. Helemaal geen beheer is zeker niet goed, want dan verruigt het leefgebied snel en wordt het ongeschikt.

Waarnemingen staartblauwtje, 2011-2015 en 2016-2020

Aan de onderzijde zijn maar een paar oranje vlekjes langs de randVorig jaar, in 2020, zijn er meldingen van staartblauwtjes uit bijna 200 kilometerhokken binnengekomen. Vrijwel alle vindplaatsen liggen in het oosten van het land, vooral in Limburg, maar ook in Noord-Brabant en Gelderland is de soort gezien. Op veel plekken is ook waargenomen dat er eitjes zijn afgezet en is er dus voortplanting vastgesteld. Het staartblauwtje vliegt in twee of drie generaties van april tot in oktober en kan zich daardoor vrij snel uitbreiden. Het staartblauwtje is, behalve aan het staartje, dat snel afbreekt en dan dus niet meer aanwezig is, goed te herkennen aan de twee oranje vlekken op de onderkant van de achtervleugel. Icarusblauwtje heeft veel meer oranje op de onderzijde. Bij oude staartblauwtjes is het oranje soms bijna onzichtbaar en dan heeft de vlinder wel wat weg van een boomblauwtje. Probeer, als u er over een poosje één tegenkomt, een foto te maken. Zelfs een klein en niet helemaal scherp plaatje zal voldoende zijn voor determinatie.

Tekst en foto’s: Kars Veling, De Vlinderstichting
Kaartjes: NDFF