rivierprik lead

De rivierprik trekt het zo niet

Stichting RAVON
2-APR-2021 - De rivierprik is een trekvis, net als de zalm. Hij probeert elk jaar weer de Maas op te trekken, maar dat lukt hem nauwelijks. Stuwen blokkeren de weg en de huidige vispassages zijn voor deze soort geen goede oplossing. Zijn paaigronden kan hij niet bereiken. De doelen voor beschermde Natura 2000-leefgebieden voor de rivierprik in de bovenloop van de Maas worden hierdoor ook niet gehaald.
Deel deze pagina

Net als de zalm trekt rivierprik vanuit de zee terug de rivieren en beken op om te paaien en op te groeien. Maar daar houdt de vergelijking wel op. De zalm is overbekend en geliefd, de rivierprik is voor velen onbekend. Geen kaken, maar een zuigbek, geen ogen, maar larven die blind jarenlang in de bodem verstopt leven. Zijn parasitaire manier van voeden maakt hem al niet veel aaibaarder. Toch kan de rivierprik gezien worden als een symbool voor natuurlijke riviersystemen, vrij optrekbaar vanuit zee tot in de snel stromende bovenlopen.

Rivierprik

Zuigen en sprinten

Wordt een zalm op zijn paaitrektocht geconfronteerd met een barrière, dan neemt hij een aanloop en maakt een sprong. Rivierprikken kunnen dat niet. Ze hebben veel meer moeite om snelstromende stukken met een groot verval te passeren. Een rivierprik zuigt zich vast op een steen, trekt een korte sprint en zuigt zich opnieuw vast. Is de stroming sterk en wild, dan spoelt hij weer naar beneden.

Vistrap - maar geen priktrap

De eerste barrière die rivierprik in de Maas tegenkomt is de stuw (met waterkrachtcentrale) bij Lith. Lang geleden trokken hier honderdduizenden rivierprikken de Maas op. Gedacht werd dat dit vervlogen tijden waren, maar onderzoekers werden aangenaam verrast. Nog altijd trekken heel veel rivierprikken de Maas op. De vistrap bij Lith zou ze rond dit stuwcomplex moeten leiden, maar daar gaat het mis. Sterke stroming, traptreden met groot verval: de rivierprik probeert het wel, maar komt er nauwelijks voorbij. Noodgedwongen verblijven ze onder de stuw en zijn daar door de aalscholvers ontdekt als een smakelijke hap. Elke mislukte poging de vistrap door te komen betekent verlies van energie. En die reserves zijn beperkt, want eten doet de rivierprik niet meer sinds hij aan zijn trektocht begon.

De vistrap bij Lith is voor rivierprik erg moeilijk passeerbaar door groot verval bij de treden, sterke stroming en chaotische turbulentie

Spaarzaam paaisucces

Toch komen er wel wat rivierprikken aan op hun paaigronden. Tijdens het hoogwater van februari 2021 verdronk de vistrap in Lith volledig. Op camerabeelden werd vastgelegd dat de rivierprikken precies dan toch de vistrap doorkomen. Zo’n hoogwater was er in de afgelopen vijftien jaar slechts twee keer. De laatste keer was in 2011. In dat jaar werden er ook opvallend veel paaiende rivierprikken gezien op de paaigronden. Ook in het voorjaar van 2021 zal daar weer naar uitgekeken worden.

Natura 2000-gebieden Roer en Grensmaas

Knelpunten en kansen voor de rivierprik in de Maas

In de bovenloop zijn twee leefgebieden aangewezen als beschermd leefgebied voor de rivierprik: de Roer en de Grensmaas. In beide gebieden zijn nog knelpunten op te lossen: bijvoorbeeld meer geschikt bodemsubstraat waarin larven kunnen opgroeien, schoner water en een gunstiger waterpeilbeheer. Maar zolang de rivierprik niet fatsoenlijk de Maas op kan trekken vanuit de zee, is dat vergeefse moeite. De vistrappen in de Maas moeten aangepast worden, zodat ook de rivierprik er door kan. Alleen dan kunnen de Natura 2000-doelstellingen voor deze soort behaald worden.

Meer informatie

  • In het maartnummer (59) van het magazine Visionair is een uitgebreidere versie van dit verhaal verschenen: 'Rivierprik: een vergeten trekvis in de Maas', geschreven door Frank Spikmans & Arthur de Bruin in 2021. Hierin lees je ook hoe verwant de rivierprik is aan de beekprik en hoe ze elkaar helpen en versterken. Dit artikel verschijnt binnenkort ook online via de Visionair-pagina.

Tekst: Frank Spikmans & Arthur de Bruin, RAVON
Foto's: Arthur de Bruin; Jelger Herder
Infographic: Frank Spikmans