8-NOV-2021 - In 2020 is het natuurgebied ‘De Heide’ bij Bennekom aangewezen als het eerste mierenreservaat van Nederland. Er is daar een hoge dichtheid en diversiteit aan mierensoorten. Nu is onderzocht of De Heide óók een goed leefgebied is voor wilde bijen of dat er knelpunten zijn voor deze insecten.
Deel deze pagina

Mierenreservaat

De Heide is een bijzonder bos- en heideterrein. De hoge waarde voor de mieren komt vooral doordat de heidevegetatie nooit machinaal beheerd is en een groot deel van het bos ook al lange tijd ongestoord is. Dit is ideaal voor veel mieren die immers vaak hun nest in de grond aanleggen. Bovendien is het gebied erg langgerekt en bestaat feitelijk uit alleen maar randen en overgangen; ook dit is erg aantrekkelijk voor insecten. Het gebied bestaat grotendeels uit onbeheerd bosreservaat, waar de natuur haar eigen gang kan gaan en zelf voor veel variatie zorgt. De heidevegetatie is vanuit cultuurhistorisch oogpunt belangrijk én herbergt veel warmteminnende soorten. Dit half-natuurlijke habitat blijft onder beheer, waarbij alleen handmatige maatregelen worden uitgevoerd. Vanzelfsprekend krijgen de mieren van De Heide veel aandacht, maar ook andere insectengroepen worden bestudeerd, zoals nachtvlinders en kevers.

Wilde bijen

Ook de wilde bijen in het mierenreservaat zijn geïnventariseerd. Er zijn tot nu toe 35 soorten aangetroffen, hetgeen niet erg veel is voor een dergelijk gevarieerd gebied. Wilde bijen stellen andere eisen aan hun biotoop dan mieren. Een belangrijke voorwaarde is voldoende nectar en stuifmeel, en vaak ook van de juiste soorten bloemen. In de directe omgeving daarvan moet ook nestgelegenheid zijn. Voor sommige wilde bijen zijn dat gaten in dood hout of stengels, maar de meeste bijensoorten nestelen in de bodem.

De huidige situatie van De Heide is voor wilde bijen niet ideaal. De bodem onder de struikhei bestaat grotendeels uit een dichte laag strooisel en mos, waardoor weinig onbegroeide, goed opwarmende grond beschikbaar is. Vroeger werden heides begraasd en was er altijd wel open grond aanwezig.

Zoals tegenwoordig in veel heides, is de diversiteit aan bloemen zeer beperkt. Er bloeit eigenlijk alleen bosbes, struikhei en braam, en de hierop aangepaste soorten zoals de bosbesbij (Andrena lapponica), de heidezandbij (Andrena fuscipes) en de heizijdebij (Colletes succinctus). De bijbehorende koekoeksbijen zijn dan ook veelvuldig aanwezig. Veel wilde bijen zijn echter afhankelijk van andere soorten planten zoals composieten (bijvoorbeeld biggenkruid), maar die staan er nauwelijks.

HeizijdebijHeideviltbij, koekoeksbij bij heizijdebij

Kleinschalige steilrandjes

Om heel kleinschalig (en natuurlijk handmatig) iets te doen voor wilde bijen in De Heide, heeft de insectenwerkgroep van de KNNV afdeling Wageningen e.o. in 2021 enkele open plekken en steilranden gemaakt. Op deze wijze ontstaat gelegenheid om in het kale zand nestjes te graven. Deze plekken bieden tevens leefgebied voor graafwespen, mierenleeuwen en andere insecten, maar ook de zandhagedis kan hier zijn eieren leggen.

De Heide zal niet snel bloemrijker worden; door de hoge stikstofdepositie en verzuring van de bodem zijn er weinig mineralen meer aanwezig die veel planten nodig hebben. Het is te hopen dat door de aanleg van de steilranden er grond met wat meer mineralen bloot is gelegd of omhoog is gehaald, zodat op deze plekken ook bloemen zullen verschijnen. Historisch gezien stonden heidevelden vaak in samenhang met akkers of weilanden. Vlakbij de heide ligt een akker met veel bloeiende kruiden aan de randen. Nagedacht kan worden over of een verbinding hiernaartoe mogelijk is, zodat de wilde bijen van De Heide kunnen profiteren van meer nestgelegenheid én meer beschikbaarheid van bloemen.

Tekst: Wim Arp & Jinze Noordijk, EIS Kenniscentrum Insecten & KNNV afdeling Wageningen e.o.; Carlo van Rijswijk, gemeente Ede
Foto’s: Jinze Noordijk (leadfoto: kleinschalige steilrandjes in De Heide); Wim Arp