Slakken ook in lockdown

Stichting ANEMOON
26-DEC-2021 - Nederland zit weer gekluisterd aan huis in een lockdown. Thuis werken, kinderen thuis, alles dicht. Verre van fijn. Maar de meesten van ons hébben tenminste een huis. Dat kunnen niet alle dieren zeggen, al is er één zeer voor de hand liggende groep die dat wél heeft. Inderdaad, de huisjesslakken. En laten dié nu net ook in deze periode in lockdown gaan...
Deel deze pagina

Even afgezien van weekdieren die in water wonen en voor het gemak ook maar even de naaktslakken en halfnaaktslakken, komen er in Nederland tegen de honderd soorten huisjesslakken voor. Die zijn allemaal in het bezit van een eigen slakkenhuis, steeds één per slak. Veel soorten zijn klein, zeldzaam en aan een bepaald biotoop gebonden. Maar er zijn ook grote en bekende soorten die je vaak tegenkomt. Dat wil zeggen: in het voorjaar, de zomer en in de herfst dan, want tijdens de winter is zoeken zinloos. Heel bekend zijn de tuinslakken met hun kleurige gele, oranje of bruine, al dan niet gebandeerde huisjes en natuurlijk de grootste soorten van ons land: de Segrijnslak (Cornu aspersum) en de Wijngaardslak (Helix pomatia). Met name deze laatste twee slakkensoorten zitten net als wij aan het einde van 2021 in een lockdown.

Dat doet de deur dicht

Het huisje van sommige slakken heeft net als bij ons een deur waarmee de opening wordt afgesloten. Je ziet zo'n deurtje, het operculum, veel bij in water levende slakken. Dat deurtje is vaak gemaakt van een hoornachtige stof en zit aan de slak vast. Trekt het dier zich in zijn huis terug, dan sluit de deur vanzelf. Bij sommige soorten is het operculum veel dikker en samengesteld uit kalk, een marmeren voordeur dus eigenlijk. Een operculum groeit met de slak en zijn huisje mee. Het is een deur voor eens en altijd. In Nederland komen maar weinig landslakken met een operculum voor. Er is nog wel een groepje met raketvormige huisjes, die ver binnen in het huisje een soort kanteldeurtje hebben, het clausilium, waarmee ze zich tegen rovende insecten beschermen. Maar zo'n clausilium beschermt lang niet zo goed tegen droogte of vorst als een écht deurtje dat de hele mondopening afdekt.

Geruite rondmondhoren (Pomatias elegans). Deze in Zuid-Limburg levende landhuisjesslak heeft een bijna ronde, permanente afsluitdeur (operculum). In dit geval is het een stevig plakje kalk (in het midden te zien bij de onderste, over zijn collega kruipende, slak). Zo kun je goed in lockdown. Veel inheemse huisjesslakken hebben echter geen operculum. Langlevende grotere soorten maken daarom zelf een tijdelijk deurtje, een epifragma, zoals te zien is op de leadfoto

Geen deur? Zelf maken!

De andere inheemse landhuisjesslakken hebben géén deurtjes. Dat wil zeggen, geen vaste. In de zomer kunnen die zich tijdelijk tegen uitdroging afsluiten met een van slijm gemaakt vlies in en om de mondopening. Maar daarmee een lange winterlockdown doorkomen lukt maar zelden. Als je meerdere jaren leeft, zoals vooral onze grotere slakkensoorten doen, dan moet je je kunnen beschermen tegen de vorst en in de zomer tegen uitdroging. Tot de grootste landslakken behoren twee nauw verwante huisjesslakken: de Segrijnslak en de Wijngaardslak. Segrijnslakken komen in heel Nederland voor in bossen, duinen, parken en tuinen. Het zijn grote slakken met een huisje dat tot vier centimeter groot wordt. Ze zijn nauw verwant aan Wijngaardslakken, die met hun tot 5,5 centimeter grote huisjes het grootterecord van onze inheemse soorten halen. De dames/heren (slakken zijn zowel mannetjes als vrouwtjes) Segrijn en Wijn hebben daar iets op gevonden. Ze maken ieder jaar een tijdelijk deurtje van een perkamentachtige stof. Zo'n doe-het-zelfdeurtje wordt een epifragma genoemd. Met die kartonnen deurtjes trekken ze zich terug in kuiltjes in de grond of op andere beschutte plekken, om zo het voorjaar af te wachten. Door deze afdichting zijn ze beschermd tegen de buitenwereld. Veel van de kleinere indringers worden zo ook buiten gehouden. Segrijnslakken en Wijngaardslakken, maar ook andere grotere meerjarige soorten die je in de winter aantreft, zullen in de meeste gevallen een dergelijk wit of grijsachtig (soms door omstandigheden anders gekleurd) epifragma hebben. En als je in je lichaam ook nog een soort antivries hebt, zoals de Wijngaardslakken, dan kom je zo'n winterse lockdown wel door. 

De slakken zijn er aan gewend, aan die lockdowns. Nou wij nog.

Segrijnslak (Cornu aspersum). In de zomer je gang gaan in een kersentuin. En in de winter in lockdown. Huisje in, deur dicht. Tot het moment dat alles weer kan

Wijngaardslakken (Helix pomatia). Na een lange lockdown, wat wil je dan als Wijngaardslak, behalve eten? Wat wederzijdse slakkenliefde is nooit weg. Paring van Wijngaardslakken in het voorjaar

Waarnemingen

Alle meldingen van landslakken, maar ook van zoetwater- en zeeweekdieren, net als van alle andere zee-organismen, zijn welkom bij Stichting ANEMOON en platforms als Waarneming.nl.

Tekst: Rykel de Bruyne en Inge van Lente, Stichting ANEMOON
Foto's: leadfoto links: Sylvia van Leeuwen; leadfoto rechts: Stef Keulen (leadfoto: zelfgemaakt perkamentachtig tijdelijk deurtje (epifragma) in de mondopening van de Wijngaardslak; links: Gulpen, Wittem, rechts: Terworm, Heerlen); Adriaan Gmelig Meyling; Herman Roode