Halsbandarassari (Pteroglossus torquatus), een vogel uit de toekanfamilie, eet een rijpe palmvrucht in Belize

Het bestuderen van vogelsnavels leert ons over tropische biodiversiteit

Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica (IBED)
15-MRT-2022 - Uit een nieuwe studie blijkt dat in tropische gebieden waar de vruchtenetende vogels relatief bredere snavels hebben, ook grotere palmvruchten voorkomen. Dit geeft nieuwe inzichten over tropische biodiversiteit en de uitdagingen op het gebied van soortenbehoud, bosherstel en de herintroductie van dieren.
Deel deze pagina

De biodiversiteit in tropische bossen is gigantisch. Maar hoe is dat zo ontstaan? Gezien de grootschalige vernietiging van deze bossen is dit een prangende vraag in ecologisch onderzoek. Een internationaal onderzoeksteam, onder leiding van het Zwitserse Federale Instituut voor Bos-, Sneeuw- en Landschapsonderzoek WLS, heeft nu onderzocht hoe de interacties tussen vogels en palmen de biodiversiteit van tropische bossen kan hebben vergroot.

Vruchtenetende vogels

De meeste palmsoorten produceren vlezige vruchten. Deze worden gegeten door vogels en zoogdieren, die daarna de zaden verspreiden. Vogels slikken fruit vaak in zijn geheel door, en dus is de breedte van hun snavels beperkend voor de grootte van het fruit dat ze kunnen consumeren. "In mijn onderzoeksgroep hebben we jarenlang onderzoek gedaan naar de fascinerende interactie tussen fruitkenmerken, zoals grootte en kleur, en de kenmerken van dieren die deze consumeren," vertelt medeauteur dr. W. Daniel Kissling van het UvA Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica aan de Universiteit van Amsterdam. "Palmvruchten zijn vooral interessant omdat ze een belangrijke voedselbron zijn voor tropische dieren. De vruchten worden niet alleen door vogels en zoogdieren worden gegeten, maar ook door reptielen, kevers, krabben en vissen," legt Kissling uit.

De onderzoekers creëerden voor het eerst een wereldkaart waar de breedte van vogelsnavels en de grootte van vruchten worden gecombineerd. "Normaal gesproken worden dergelijke interacties op lokaal of regionaal niveau bestudeerd, maar deze keer hebben we op wereldwijde schaal gekeken," legt onderzoeksleider dr. Ian McFadden van WSL uit.

Datasets

Blauw-gele ara (Ara ararauna)

Twee recent gepubliceerde datasets maakten dit onderzoek mogelijk: de AVONET-database, die eigenschappen van bijna alle vogels wereldwijd bevat, en PalmTraits, een uitgebreide database met eigenschappen van palmsoorten die is opgezet door Kissling en zijn collega’s. Voor de analyse werden 1100 vruchtenetende vogelsoorten en 2000 vruchtdragende palmsoorten toegevoegd. Door het gebruik van statische modellen konden de onderzoekers beoordelen hoe de relatie tussen snavelbreedte en vruchtgrootte werd beïnvloed door factoren als klimaat, biomassaproductie van planten, soortenrijkdom en de tektonische geschiedenis van de aarde.

Evenaar

Uit de analyses blijkt dat hoe dichter een soort bij de evenaar leeft, hoe meer de vogel- en vruchtkenmerken overeenkwamen. Dit patroon was het sterkst voor Afrika, maar zwakker op eilanden zoals Madagaskar. Op dat eiland zijn er minder vruchtenetende vogels, maar vooral lemuren die fruit eten, wat het vogel-palm patroon kan hebben verzwakt.

De sterkere overeenkomst tussen vogel- en vruchtkenmerken in de buurt van de evenaar werd over de hele wereld gevonden, hoewel de werkelijke grootte van de snavels en vruchten tussen de continenten verschilden. In het model had klimaat geen direct effect op palmdiversiteit, die hoger is in warme tropische regio’s.  

Het bestuderen van de onderlinge link tussen bomen en zaadverspreiders is ook een manier om richting te geven aan natuurbescherming. "Als je aangetaste bossen wilt herstellen, moet je ook rekening houden met zaadverspreidende dieren en ze wellicht opnieuw introduceren," zegt McFadden. Het merendeel van het fruit in de tropen wordt immers door dieren verspreid.

Vogels de onderzoekers ondersteunt de studie de hypothese dat de tropen mede een hoge biodiversiteit hebben omdat de soorteninteractie daar sterker is. Deze bevinding vergroot onze kennis van tropische bossen en kan helpen bij de bescherming daarvan. Kissling voegt er echter aan toe: "We hebben nog steeds weinig informatie over het feitelijke effect van vruchtconsumptie door dieren, bijvoorbeeld hoe ver de zaden worden verspreid, hoe levensvatbaar de zaden zijn na darmpassage en hoeveel zaden daadwerkelijk worden verplaatst naar locaties waar ze kunnen ontkiemen."

Meer informatie

De gehele publicatie is hier te lezen.

Tekst: IBED
Foto’s: Christofer Silva Oliveira; John Norton