De onmogelijke viskat

Naturalis Biodiversity Center
6-APR-2022 - De Naturalis-collectie bevat al tweehonderd jaar een schedel en een opgezette vacht van een viskat, maar pas sinds kort is er aandacht voor. Door wetenschappelijk onderzoek komen we meer te weten over de geschiedenis van Singapore, zowel op het gebied van de natuur als de cultuur.
Deel deze pagina

"Hebben jullie toevallig iets uit Singapore?" Soms begint onderzoek op die manier, vertelt Hannco Bakker. Hij en Pepijn Kamminga, een collega bij Naturalis, werkten samen met onderzoekers uit Singapore aan een exemplaar dat bijna twee eeuwen in de collectie hier bij Naturalis lag en in de vergetelheid was geraakt. Specimen RMNH.MAM.59688 is de schedel en opgezette huid van een viskat (Prionailurus viverrinus), en dit blijkt een heel bijzonder object te zijn. Eigenlijk had het namelijk niet mogen bestaan.

Singapore, 1819

Het eerste probleem is dat viskatten niet Singaporees zijn en dat ook nooit geweest lijken te zijn. Hoe kan het dan dat zich er een hier in het museum bevindt? Om deze vraag te beantwoorden, moeten we teruggaan naar de negentiende eeuw en meer te weten komen over de geschiedenis van deze katachtige. Voor zover bekend gingen twee Franse naturalisten, Pierre-Medard Diard en Alfred Duvaucel, in 1819 op expeditie naar Singapore om zoölogische specimens te verzamelen. Aan het hoofd van de expeditie stond de Engelse Sir Thomas Stamford Raffles (die later overigens de huidige stad Singapore zou stichten). Tegen het einde van de expeditie kregen de twee Fransen ruzie met hun Engelse baas. Raffles nam in beslag wat zij in Singapore hadden verzameld, en liet Diard en Duvaucel met vrijwel niets achter. Vervolgens zonk het schip van Raffles - probleem nummer twee.

Levende viskat, minder dan tweehonderd jaar oud

Waarom ging de viskat dan niet verloren? Daarvoor zijn twee mogelijke verklaringen. Volgens een ervan zou expeditielid Diard de kat voor Raffles hebben weten te verbergen. De andere verklaring is dat er – gelukkig voor ons – taxonomische verwarring was: het kan dat de kat onjuist geïdentificeerd is als Bengaalse tijgerkat (Prionailurus bengalensis), een verwante maar toch verschillende soort. En daardoor zou het kunnen dat Raffles weinig belangstelling toonde voor het behoud van dit exemplaar van de viskat, aangezien er al andere Bengaalse luipaardkatten in zijn collectie zaten.

Natuurkundige Commissie

Vanaf dat punt worden de gegevens helaas minder eenduidig. Hoe en wanneer is de kat in Leiden beland? Waarschijnlijk zat het specimen bij een zending die in 1830 door Diard naar Europa werd verstuurd, dus in de jaren na de Singapore-expeditie en onder zijn nieuwe werkgever: de Natuurkundige Commissie voor Nederlandsch-Indië. De volgende 190 jaar lag het in Naturalis en kreeg het nauwelijks aandacht, totdat Wan Jusoh van het Lee Kong Chian Natural History Museum in Singapore contact opnam. Zij en haar collega’s waren op zoek naar Singaporese dieren in collecties overal ter wereld, in een poging een nieuw licht te werpen op de vroege geschiedenis van de natuur in Singapore. Tegenwoordig is de biodiversiteit in Singapore goed gedocumenteerd, maar over de situatie in de negentiende eeuw of daarvoor is maar weinig bekend. De kat leek het perfecte uitgangspunt.

Zo begon de samenwerking tussen het Singaporese en het Nederlandse museum, uitmondend in een onlangs gepubliceerd artikel in het vakblad Zoosystematics and Evolution. Daarin staat de volgende vraag centraal: wat betekent het dat Naturalis een viskat uit Singapore in zijn bezit heeft, terwijl de viskat onbekend is in Singapore of Maleisië? De onderzoekers konden slechts voorlopige conclusies trekken. Er was oftewel inderdaad een historische populatie van Prionailurus viverrinus in de regio, of de kat kwam heel ergens anders vandaan, en is alleen maar gekocht en niet gevangen in Singapore.

Terug in Singapore

De onderzoekers hebben de schedel van de viskat van Naturalis opgemeten. Uit hun bevindingen blijkt dat er wel een gelijkenis is met de Javaanse viskat, maar alle theorieën blijven speculaties. "We zullen het nooit met zekerheid kunnen zeggen", vertelt Hannco Bakker, die heeft meegewerkt aan het artikel. Er is tegenwoordig echter grote belangstelling voor biodiversiteit in Singapore. Dus mocht er ooit weer eens een viskat op het eiland opduiken, dan ontsnapt hij hopelijk niet aan de ogen van de waakzame onderzoekers.

De kwestie met de kat roept ook enkele vragen op over museumcollecties meer in het algemeen. Zoals we gezien hebben, heeft Naturalis zijn rijke collectie gedeeltelijk te danken aan een lange geschiedenis van koloniale expedities. Enkele landen vragen nu om repatriëring van objecten in westerse musea. Singapore lijkt het iets anders aan te pakken, in elk geval wat zoölogische objecten betreft. "Conserveren is veel moeilijker in het vochtige klimaat daar", legt collectiebeheerder Hannco Bakker uit. "Daarom vragen ze in plaats daarvan om digitale repatriëring. Wij sturen scans en alle gegevens van het specimen, terwijl de fysieke objecten hier bij ons blijven." Het is natuurlijk ook mogelijk om objecten in bruikleen te geven, als onderzoekers of musea in de stad daarom vragen. Wellicht zal ook specimen RMNH.MAM.59866 zo nog eens zijn weg terugvinden naar Singapore.

Meer informatie

Tekst: Kurt Kurat, Naturalis Biodiversity Center
Foto's: Naturalis Biodiversity Center; Getty Images