Een vrijgelaten Mongoolse buizerd vliegt terug het wild in terwijl BRRC revalidatiemedewerkers Lei Zhou (links) en Betty Dai (rechts) op de achtergrond toekijken.

Twintig jaar roofvogels redden in Beijing

Stichting IFAW
9-MEI-2022 - Het Beijing Raptor Rescue Center bestaat twintig jaar. Het was het eerste opvangcentrum voor roofvogels in China. Grace Ge Gabriel, oprichtster van dit centrum en directeur van IFAW Azië, vertelt hoe de oprichting tot stand kwam en waarom het zo nodig was – en nog steeds is.
Deel deze pagina

Op een koude wintermiddag in 2001 klommen we met een groep een heuvel op met uitzicht over Beijing. Ik droeg een kartonnen doos. De zon zakte richting de bomen. We hoorden alleen onze voetstappen op de droge bladeren. “Dit is een goede plek”, fluisterde iemand toen we een open plek bereikten. Een stenen richel hing over de heuvel. Achter ons was een klein bos. Ik zette de doos op de richel, zorgvuldig met de opening bij mij vandaan, en opende voorzichtig de kartonnen flappen. Een kleine oehoe sprong uit de doos, hupte even en draaide zich om. Voordat hij richting de bomen vloog, hadden we één moment oogcontact. 

Ik werd overweldigd door emoties. Het was een bijzonder moment. Deze oehoe was de eerste patiënt die werd vrijgelaten uit China's eerste opvangcentrum voor roofvogels. Voor het eerst werd dierenwelzijn meegewogen bij de uitzetting van een wilde roofvogel. Door de nachtvogel in de schemering vrij te laten, gaven we hem de beste kans om zijn nieuwe omgeving te leren kennen, om te jagen en om te overleven in het wild. Toen ik die dag zag hoe de oehoe wegvloog, wist ik weer waarom ik het Beijing Raptor Rescue Center (BRRC) had opgericht.

De oprichting van het BRRC

In de winter van 1998 kwam in het nieuws dat de Chinese douane een reeks inbeslagnames van roofvogels uit illegale handel had uitgevoerd. Bij één van deze inbeslagnames op de luchthaven van Beijing ging het om bijna vierhonderd sakervalken. Sakervalken zijn middelgrote trekvogels, met een leefgebied dat zich uitstrekt van Centraal-Europa tot aan China. De gesmokkelde vogels zaten samen opgepropt in koffers. Ze waren in panty's gestopt en hun oogleden waren dichtgenaaid. Ze waren op weg naar het Midden-Oosten. Helaas was er geen professionele roofvogelopvang om ze te redden. Erger nog: mensen met goede bedoelingen veroorzaakten onomkeerbare schade aan de dieren. Ik ging naar een zogenaamde vrijlating, die was aangeprezen om “het publiek bewuster te maken dat vogels moeten worden beschermd”. De levens van deze roofvogels werden echter opgeofferd om foto's te kunnen maken. Zes beroemdheden in een drukke mensenmenigte hielden elk een zieke vogel vast. Ze telden tot drie en gooiden, terwijl het publiek juichte en camera's flitsten, de versufte vogels, waaronder vier uilen, in de lucht. Alle vogels vielen direct op de grond. Mijn hart brak bij het zien van hun levenloze lichamen. 

Toen dacht ik: “IFAW móet een model hebben om normen voor dierenwelzijn aan te tonen bij redding, rehabilitatie en vrijlating.” En vanaf dat moment was ik vastbesloten om dit waar te maken. 

Ik benaderde de Beijing Normal University (BNU), die bekendstaat om zijn onderzoek in de ornithologie – vogelkunde. De docenten bij BNU waren enthousiast over het idee. BNU bood niet alleen expertise, maar ook een locatie: een rustig deel van de campus, midden in de stad. Samen bereikten we een primeur voor China: het eerste opvangcentrum voor roofvogels.

BRRC revalidatiemedewerkers onderzoeken een ransuil met een gebroken opperarmbeen

Uitdagingen overwinnen en technieken verbeteren

Twintig jaar is snel voorbij gegaan. Het Beijing Raptor Rescue Center blijft groeien en vooruitgang boeken. 

In 2010 kregen we ons eerste anesthesietoestel. Hiervóór moesten de medewerkers de vogels vasthouden om röntgenfoto's te nemen, en ze soms ook tijdens een operatie heen en weer verplaatsen. Dankzij het anesthesietoestel hoefden de medewerkers geen loden schort van tien kilo meer te dragen om röntgenfoto's te maken, en konden ze de roofvogels veiliger en efficiënter behandelen. Dat jaar boekten we ook vooruitgang bij de behandeling van botbreuken bij roofvogels, hoewel sommige botjes niet dikker zijn dan een tandenstoker. 

In 2014 hebben we automatische sproeiers geïnstalleerd in het buitenverblijf, die de roofvogels in de zomer helpen om af te koelen. Sindsdien hoeven medewerkers niet meer met tuinslangen rond te lopen in de hitte om de vogelkooien handmatig te koelen. 

In 2016 hebben we een operatiebed met een constante temperatuur aangeschaft, om te voorkomen dat vogels tijdens operaties warmte verliezen. Voor die tijd werden de vogels tijdens operaties warm gehouden met een kruik. In dat jaar hebben we de kooien ook kunnen verbeteren met hout. In het voorste gedeelte van de kooi kunnen vogels elkaar zien door de spleten tussen de houten planken. Zo kunnen jonge roofvogels het gedrag van ervaren vogels observeren en hiervan leren. De achterste helft van de kooi blijft volledig dicht, zodat de dieren zich kunnen terugtrekken als ze hier behoefte aan hebben.  

BRRC heeft niet alleen haar materialen verbeterd. De medewerkers leren ook steeds nieuwe vaardigheden, en passen geavanceerde technieken voor vogelredding toe in hun dagelijkse werk. Ze leveren professionele behandelingen en staan vierentwintig uur per dag klaar om te zorgen voor iedere roofvogel die binnenkomt.

De impact van het BRRC op vogelbescherming

Sinds de vrijlating van onze eerste oehoe, twintig jaar geleden, heeft het BRCC meer dan 5500 roofvogels van 39 verschillende soorten opgevangen. Van deze roofvogels is meer dan 54 procent weer vrijgelaten. Om te zorgen dat ze het ook op de lange termijn redden, hebben we monitoring voor na vrijlating opgezet. De GPS-zender van een Mongoolse buizerd die op 27 maart 2018 is vrijgelaten, laat zien dat de vogel al enkele broedseizoenen heeft overleefd in Mongolië. 

De medewerkers van het BRRC behandelen niet alleen individuele roofvogels, maar delen hun kennis en promoten dierenwelzijn bij iedere redding, in ieder verhaal in de media en bij iedere schoolactiviteit. Ze delen hun ervaringen en kennis met andere opvangcentra door het hele land, waardoor ze het niveau van de zorg voor roofvogels verhogen en samen de bescherming van roofvogels in China promoten. 

IFAW's Beijing Raptor Rescue Center laat een torenvalk vrij in Beijing, China

Steeds meer waardering voor het welzijn van wilde dieren

De resultaten van het BRRC zijn mede te danken aan een meer ecologisch verantwoorde maatschappij. Er is ook meer bewustzijn bij het brede publiek, dat dierenwelzijn bij het redden van wilde dieren steeds meer ondersteunt.

Veel van de mensen die dieren redden hebben inmiddels geleerd om roofvogels eerste hulp te verlenen, voordat de professionals van het reddingcentrum aankomen. Onlangs had een hotelmanager in haar gebouw een bewegingsloze ransuil gevonden. Ze had de gewonde vogel direct in een lege kattenreismand gelegd en deze op een rustige plek gezet, afgedekt met een handdoek. Met deze snelle actie wist ze onnodige stress voor het dier te vermijden, zodat de ransuil snel weer kon worden uitgezet in het wild.

In de beginjaren van het BRRC kregen onze medewerkers bij telefoontjes het vaakst de vraag: “Is deze vogel eetbaar?” Inmiddels is het bewustzijn over dierenbescherming een stuk groter, en is de meest voorkomende vraag “Is deze vogel bedreigd? Kunnen jullie hem alsjeblieft redden?”.

De afgelopen twintig jaar heeft het BRRC een impact gehad op de bestrijding van wildlifecriminaliteit, en op het versterken van beleid om mensen vreedzaam te laten samenleven met wilde dieren. Wij geloven dat wilde dieren in het wild horen, en we zijn er trots op dat ons werk invloed heeft op invloedrijke instanties en hun beleid voor wilde dieren. 

We kijken uit naar de toekomst van het BRRC en blijven alles doen wat we kunnen om geredde roofvogels een tweede kans te geven. 

Tekst: Grace Ge Gabriel, directeur van IFAW Azië
Foto's: Mengshuang Zhou (leadfoto: een vrijgelaten Mongoolse buizerd vliegt terug het wild in terwijl BRRC revalidatiemedewerkers Lei Zhou (links) en Betty Dai (rechts) op de achtergrond toekijken); Bingsheng Fu, IFAW; Sun Chengfang, IFAW