Bont zandoogje in de tuin

Zandoogjes zijn niet moeilijk

De Vlinderstichting
1-AUG-2022 - Vanaf maart is het bont zandoogje te zien, en na meerdere generaties kun je ze ook nog in november tegenkomen. Drie algemene zandoogjes hebben maar een generatie per jaar en zijn alleen in de zomer te zien: bruin zandoogje, oranje zandoogje en koevinkje. Juli is de toptijd, maar je kunt sommige nog vinden tot eind augustus en begin september. Waar zijn ze en hoe herken je die zandoogjes?
Deel deze pagina

Het bruin zandoogje kan met tientallen bij elkaar vliegenEerst maar even het bont zandoogje - op de foto bovenaan - die tegenwoordig vrijwel overal is aan te treffen. Het was een echte bosvlinder, maar nu komen ze ook in opener gebieden voor en vaak ook in tuinen. De vlinder is donkerbruin met een aantal geelachtig beige, ronde vlekjes, die bij oudere vlinders bijna wit kunnen lijken. De vier andere zandoogjes zijn geen echte tuinvlinders en voelen zich het beste thuis in bloemrijke graslandgebieden. Maar ze vliegen ook in natuurlijk beheerde parken, wegbermen en dergelijke. Het koevinkje is nog het meest te vinden in de buurt van bomen en struiken. Daar heeft deze vlinder ook haar naam aan te danken. Midden in de zomer, wanneer het koevinkje vliegt, vind je ook koeien vaak in de schaduw van bomen en struiken, zeker als de temperatuur oploopt. Het koevinkje is bruin, maar heeft op de onderzijde opvallende ogen die mooi geel omrand zijn. Koevinkjes vind je voornamelijk op de zandgronden en dan niet eens overal, want bijvoorbeeld op de droge Veluwe is de soort nauwelijks aanwezig.

De vijf hier besproken zandoogjes. De kaartjes laten de waarnemingen van 2021 zien

Het oranje zandoogje komt voor in het zuiden en in het noordoosten van ons landDe drie andere zandoogjes die we bespreken, worden nogal eens met elkaar verward. Maar dat is echt niet nodig als je weet waarop je moet letten. Een belangrijke aanwijzing vind je in de grootte. Normaliter is dat niet zo’n goed kenmerk, want  vlinders van eenzelfde soort verschillen individueel ook van elkaar. Als ze als rups goed en veel hebben gegeten wordt, de vlinder groter. Maar bij deze drie zandoogjes is het wel een bruikbaar verschil. Het hooibeestje is de kleinste, en qua grootte vergelijkbaar met blauwtjes en vuurvlinders. Het oranje zandoogje is een stapje groter: zo groot als een klein koolwitje. Bij de bruin zandoogjes zie je een verschil tussen mannetje en vrouwtje. De mannetjes zijn zo groot als een kleine vos, de vrouwtjes meer als een dagpauwoog. Dit geeft een indicatie, maar het is goed om op meer kenmerken te letten. Daarvoor is een prachtige herkenningskaart zandoogjes (pdf: 889 KB) gemaakt die u gratis kunt downloaden van de site van De Vlinderstichting. Als u na bestudering ervan naar buiten gaat, zult u de zandoogjes prima herkennen en kunt u vele en betrouwbare waarnemingen doorgeven.

Tekst en foto’s: Kars Veling, De Vlinderstichting
Kaarten: NDFF