Heuvelland Zuid-Limburg

Kansen voor heischraal grasland in Zuid-Limburg

Kennisnetwerk OBN
23-AUG-2022 - In de heischrale graslanden van het Limburgse Heuvelland komen veel bijzondere soorten voor, zoals muizenoor, tandjesgras en tormentil. Dit habitattype is beschermd door Europese wetgeving, maar gaat toch achteruit. OBN onderzocht of uitbreiding van heischrale graslanden mogelijk is.
Deel deze pagina

Het onderzoek bestond uit twee delen. In het eerste deel gingen de onderzoekers op zoek naar geschikte locaties voor uitbreiding van het areaal heischraal grasland. Het tweede deel van het onderzoek bestond uit experimenten in het veld, waarbij gekeken werd naar verschillende maatregelen om heischraal grasland te creëren.

Op zoek naar kansrijke locaties

Om te bepalen welke locaties in potentie geschikt zijn voor de uitbreiding van heischraal grasland analyseerden de onderzoekers verschillende ruimtelijke gegevens, waaronder geologie, bodem, huidig landgebruik en de flora en fauna in de omgeving. Daarnaast spraken de onderzoekers met de beheerders van de gebieden, om erachter te komen of uitbreiding van heischraal grasland op deze plekken ook praktisch haalbaar is. Uit deze analyse rolden 62 kansrijke locaties voor de uitbreiding van heischraal grasland in Zuid-Limburg. Er zijn dus meer dan genoeg mogelijkheden om dit bijzondere habitattype ook voor de toekomst veilig te stellen.

De Gulperberg was een van de proeflocaties tijdens het onderzoek

Experimenten in het veld

Op vier van deze kansrijke locaties voerden de onderzoekers experimenten uit: Vosgrubbe-Oost, Gulperberg, Cottessen en Wolfskop. Op de locaties zijn verschillende proefvlakken aangelegd. Daar is de bodem kaal gemaakt en deels ingezaaid met een zaadmengsel van karakteristieke soorten. De proefvlakken op de Vosgrubbe-Oost zijn bovendien twintig centimeter diep geplagd. In de daaropvolgende jaren bleek dat het merendeel van de ingezaaide plantensoorten succesvol was. Op de ingezaaide proefvlakken groeiden ongeveer evenveel plantensoorten als op de proefvlakken die niet waren ingezaaid. Met name de ingezaaide soorten waren erg klein en dwergachtig. Op Vosgrubbe-Oost, waar twintig centimeter van de bovengrond is afgeplagd, zijn gemiddeld minder soorten waargenomen. De succesvolle vestiging van vaatplanten en mossen laat zien dat in de experimenten geschikt milieu voor heischraal grasland is gemaakt.

Op Vosgrubbe-Oost is twintig centimeter van de bovengrond afgeplagd

De bodem verschralen

De voedselrijkdom van de bodem, en dan met name een verhoogde fosfaatconcentratie, blijkt vaak het grootste knelpunt voor het herstel van heischraal grasland. Om de fosfaatconcentratie in de bodem te verlagen zijn verschillende methodes bekend. Maaien en afvoeren van het maaisel is de simpelste ingreep, maar het duurt heel erg lang voordat de bodem schraal genoeg is voor heischraal grasland. Begrazen met schapen is ook een geschikte methode, maar die werkt alleen als de schapen ’s avonds van het land gehaald worden. Anders belandt het fosfaat via de schapenkeutels meteen weer op de grond. Uitmijnen gaat sneller. Daarbij wordt de vegetatie bemest met natrium en kalium, zodat het harder groeit en meer fosfaat opneemt. Vervolgens wordt het bemeste terrein gemaaid en wordt het maaisel afgevoerd. Het grote nadeel van deze methode is dat de soortenrijkdom tijdens het uitmijnen afneemt. Dit moet je dus niet doen als je al leuke soorten hebt. Tot slot kan er ook voor gekozen worden om de voedselrijke bovengrond af te graven. Dit is een ingrijpende en kostbare maatregel. Je kunt het maar één keer doen, dus maak een zorgvuldige afweging op basis van goed vooronderzoek.

Meer informatie

Tekst: Sofia Opfer, Kennisnetwerk OBN
Foto's: Sofia Opfer; Maaike Weijters