Natuurlijke begrazing is goed voor vogels

ARK Natuurontwikkeling
11-OKT-2022 - Op de Maashorst tussen Oss en Uden hebben afgelopen zomer twaalf paar grauwe klauwieren gebroed en een recordaantal van veertig jongen grootgebracht. Het is een voorlopig hoogtepunt in een gestage toename sinds 2018. De meeste paren waren te vinden in een begrazingsgebied. Ook andere vogelsoorten doen het hier goed. De grote grazers lijken hier een belangrijke rol in te spelen.

Een dichtgegroeide meidoorn is een veilige broedplaats voor grauwe klauwieren

Op de Maashorst is een groot begrazingsgebied van 160 hectare, waar wisenten, taurossen en Exmoorpony’s lopen. Het bestaat uit open landschap met veel meidoorn en braamstruiken. Het is niet toegankelijk voor publiek. Het is opvallend dat maar liefst acht van de broedparen grauwe klauwieren hier te vinden waren. Drie overige paren zaten elders in het ruim duizend hectare grote begrazingsgebied, waar alleen taurossen en Exmoorpony’s lopen. Behalve deze twaalf paren op de Maashorst, broedde er in de buurt ook een paar in kleinschalig landschap dat door een particulier natuurvriendelijk is ingericht. Ook andere vogels doen het goed in de begrazingsgebieden op de Maashorst, zoals veldleeuwerik, boomleeuwerik, geelgors en nachtzwaluw. Al deze soorten doen het beter dan de landelijke trend, die voor veldleeuwerik zelfs sterk negatief is. Hoe komt het dat al deze soorten het hier zo goed doen? 

Gevariëerd landschap door extensieve begrazing

Begrazing levert een gevarieerde plantengroei op, rijk aan insecten en microklimaten

Allereerst zorgt extensieve begrazing er voor dat in het broedseizoen de vegetatie gevarieerd is en veel kruiden bevat. Er wordt niet gemaaid en afgevoerd, zodat eitjes, rupsen en volwassen insecten niet in één keer massaal verdwijnen. Dat zou bij maaien-en-afvoeren juist wel gebeuren. Door de wat langere grassen en kruiden krijgen soorten die dekking nodig hebben – zoals levendbarende hagedis – de kans om over te steken naar braamstruwelen of meidoorns die een geschikt leefgebied vormen. In het langere gras krioelt het ook van de sprinkhanen. De mest van de grote grazers bevat geen ontwormingsmiddelen of andere medicijnen die dodelijk zijn voor insecten: gezonde poep levert juist heel veel insectenwinst op. Het gevolg is een florerende populatie mestkevers en mestvliegen. 

Warmte en microklimaat gunstig voor insecten

Aan de schaduwzijde van een meidoorn groeien braam en andere planten. Hier zitten andere insecten dan aan de zonzijde

Ook de warmte helpt mee: veldkrekels en blauwvleugelsprinkhanen hebben zich de laatste jaren stevig uitgebreid en vinden in de begraasde graslanden volop leefgebied. Voor blauwvleugelsprinkhanen zijn dat de vele stierenkuilen en zandbaden die de paarden, runderen en wisenten maken. De grote grazers knabbelen ook aan bomen en struiken. Meidoorns worden daardoor heel compact. Ze zijn ondoordringbaar voor kraaien en eksters, en daarmee heel geschikt om een nest in te bouwen. Opgesnoeide eiken bieden schaduw en uitzicht. Vanaf de top van een meidoorn of een in de schaduw omlaag hangende kale tak van een volwassen boom zoeken grauwe klauwieren in de middaghitte graag naar prooien.

De meeste klauwieren in de rustigste delen

Tot slot profiteren de grauwe klauwieren ook van de rust in het begrazingsgebied. Het wisentgebied is niet vrij toegankelijk voor mensen en trekt mede daardoor grote aantallen broedvogels aan. Ook buiten het wisentgebied kiezen de grauwe klauwieren voor plekken met veel rust die minstens tweehonderd meter van een wandelpad af liggen. Dat ze al op die afstand verstoord worden, weten de vogelonderzoekers maar al te goed: zonder telescoop, klapstoel en veel geduld kan je geen goed onderzoek doen. Met een mens op tweehonderd meter afstand vluchten de klauwieren al naar de achterzijde van een bosje. Zelf zie ik ze dan ook zelden. Tegen de tijd dat ik ze met mijn blote oog zou kunnen zien, hebben ze zich al verstopt. Dat maakt dat het zien van een grauwe klauwier altijd nog nét dat beetje extra voldoening oplevert.

Grauwe klauwieren zitten graag op uitstekende takken, maar duiken bij een naderende wandelaar ook opvallend snel weg

Meer informatie

Tekst en foto's: Leo Linnartz, ARK Natuurontwikkeling en Jos van der Wijst / Stichting natuurorganisaties De Maashorst