Congeraal sterk toegenomen: drukte op de woningmarkt voor deze zeepaling

Stichting ANEMOON
31-AUG-2025 - Congeralen lijken op de gewone Aal of Paling. Alleen leven ze altijd in zee en worden ze dubbel zo groot en zwaar. Duikers zien deze, vroeger schaarse, roofvis de laatste jaren steeds meer. Ook hengelvissers vangen ze veel vaker. Vanaf schepen, maar ook vanaf pieren, zoals die van IJmuiden. Een holbewoner in de lift.

De Congeraal (Conger conger) – ook geschreven als Kongeraal – was vroeger een schaarse zeevis. De laatste decennia, zeker de laatste vijf jaar, werd deze soort in ons deel van de Noordzee steeds algemener. Uit recente waarnemingen in wrakken blijkt dat ze tegenwoordig op geschikte plaatsen in aanzienlijke aantallen bij elkaar voorkomen. Dit filmpje van Mark Barto laat er tientallen zien die hun koppen als nieuwsgierige bewoners van een appartementencomplex uit hun voordeur steken – in dit geval de condensatorbuizen van het onbekende wrak 2376, dat zo’n 25 mijl voor de kust van Noord-Holland ligt, ter hoogte van Julianadorp.

Vroeger en nu

In 'De fauna van Nederland' uit 1941 noemt H.C. Redeke de Congeraal in de Noordzee nog tamelijk zeldzaam. Hij vermeldt enkele Nederlandse waarnemingen, waaronder een in 1912 bij Den Helder gevangen 'zeepaling' van 1,87 meter. Dit geeft meteen aan dat de uit zoetwater bekende Aal of Paling (Anguilla anguilla) hiermee vergeleken maar een kleine jongen is. Ook latere boekwerken, van onder andere Nijssen uit 2001, noemen het voorkomen langs de Nederlandse kust 'sporadisch'. Soms werden verder van de kust grote exemplaren gevangen, maar niet vaak, en over het voorkomen van jongere dieren in de nabije kustzone is weinig bekend. Sinds een jaar of vijf neemt het aantal meldingen sterk toe – Congers komen tegenwoordig jaarrond voor op bijna elk dichter bij de kust gelegen wrak. Het maakt weinig uit of je boven de Wadden duikt of voor de Zeeuwse kust. Waar geschikte woningen zijn, zie je ze nu overal, vaak dicht op elkaar als buren in een flatgebouw. Ook worden geregeld op het strand aangespoelde exemplaren aangetroffen.

Congeraal, aangespoeld op het strand van Ameland

Kenmerken

De Congeraal behoort tot een andere familie dan de Aal. Wereldwijd zijn uit deze familie (Congridae) circa 150 soorten bekend, die allemaal in zee leven. Slechts een daarvan leeft in de Noordzee. De dieren hebben een dik, slangachtig, donkergrijs- of blauw, tot soms paarsachtig of zwart lichaam met een veel lichtere buik en een lange kop. Er zijn geen schubben en buikvinnen. Een belangrijk kenmerk van Congers is dat de bovenkaak uitsteekt tot voorbij de onderkaak. Verder staan in de bek ve­el kleine, maar ook een aantal langere, scherpe tanden. Een ander verschil met de Aal is de rugvin, die bij Congers verder naar voren staat en naar voren steekt. Dergelijke verschillen tussen vissoorten zijn goed te bestuderen in de nieuwe Veldgids Kustvissen die medio oktober wordt verwacht. Congeralen kunnen een lengte bereiken van 3 meter (tegenover anderhalve meter voor de Aal) en een gewicht van meer dan 110 kilo. De mannetjes blijven gewoonlijk een slag kleiner dan de vrouwtjes. Vissers slaan tegenwoordig ook vlak bij de kust regelmatig fikse exemplaren aan de haak.

Leefwijze

De Congeraal prefereert een gematigd klimaat, maar komt voor vanaf Senegal tot Noorwegen en IJsland, en leeft ook in de Middellandse Zee en Zwarte Zee. Het zijn vooral nachtactieve rovers. Ze jagen op vissen en kreeftachtigen en vangen waar mogelijk ook andere prooien, zoals inktvis. Ze voeden zich daarnaast met dode prooi (aas). In de literatuur is te lezen dat een deel van de volwassen dieren gedurende de zomer van de kust wegtrekt naar dieper water om zich daar voort te planten. Er zijn exemplaren bekend van diepten van honderden tot zelfs duizenden meters. Overdag verschuilen de dieren die in ondiepere delen van de kust leven zich op een vaste stek, vaak in een hol. Vooral in wrakken vinden ze geschikte woningen. Op sommige wrakken in ons kustgebied lijkt de huizenmarkt voor Congeralen verzadigd te raken en zijn veel woningen al in gebruik. Zonder twijfel leven ze inmiddels langs onze kust ook tussen stenen en blokken aan de uiteinden van wat verder in zee stekende pieren, zoals bij IJmuiden, Hoek van Holland en Scheveningen. Dit valt op te maken uit de vele recente hengelvangsten.

Links: Congeraal uit 'A History of the Fishes of the British Islands' door Jonathan Couch (1877, volume IV). Rechts: de bovenkaak is langer dan de onderkaak (bij de Aal is dit andersom). Kop van een dier gefotografeerd in het wrak de Adriane op 1 juli 2023

Voortplanting

Congeralen zijn langlevende vissen die tot 20 jaar oud kunnen worden. Opvallend is het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke Congers. Niet alleen qua lengte, maar ook qua ontwikkeling. Mannetjes zijn al geslachtsrijp na circa 5 jaar, bij een lengte van 70 tot 100 centimeter. Bij vrouwtjes duurt het 12 tot 15 jaar tot ze geslachtsrijp zijn en zich voortplanten. Ze zijn dan al bijna anderhalve meter of langer. Na het paaien leggen vrouwtjesdieren een legsel van 3 tot 8 miljoen eieren, waaruit net als bij de Aal, glasachtige, aalvormige larven komen. Die trekken uit zee naar de kust, waar ze zich als jonge dieren vestigen. Bij Congers is waargenomen dat ze tijdens de paaitijd stoppen met het opnemen van voedsel. Er vinden lichamelijke veranderingen plaats: de tanden beginnen uit te vallen, het skelet wordt minder zwaar, het spijsverteringskanaal wordt gereduceerd en de geslachtsklieren worden groter. Mede door die veranderingen sterven volwassen vrouwtjes nadat ze zich hebben voortgeplant.

Congeralen en de mens

Op veel plaatsen in Europa is het vissen op Congeralen voor de visserij van enig commercieel belang. In Het Kanaal en op andere geschikte plaatsen – ook steeds meer in ons deel van de Noordzee – wordt met name nabij scheepswrakken speciaal door sportvissers op de soort gevist. Daarbij wordt natuurlijk aas gebruikt, zoals stukken makreel, steenbolk of inktvis. De Congeraal wordt relatief weinig gegeten, wat zou komen door het vermeende onappetijtelijke uiterlijk. Het vlees is echter zeker niet onsmakelijk en het internet staat vol recepten.

Oorzaak

Waaraan we de toename van de Congeraal langs onze kust te danken hebben, is niet met zekerheid te zeggen. Het is niet uitgesloten dat – zoals bij meer soorten – het veranderende klimaat invloed heeft (gehad) op de uitbreiding naar en de toename in onze wateren. Omdat ze ook zijn waargenomen in windparken op zee, kan deze extra uitbreiding van het harde substraat ook hebben bijgedragen aan de verspreiding over grote afstanden. Wat de invloed van de toename van de Congeraal is op het ecosysteem in de nabije kustzone weten we nog niet. Wel is duidelijk dat deze opvallende vissoort veel algemener is geworden en daardoor toegankelijker voor zowel sportvissers als duikers.

Oppassen

De Congeraal is een soort om naar uit te kijken, maar ook om vóór uit te kijken. De tanden zijn scherp en net als de bekende murenen uit warmere zeegebieden lijken ze schuw, maar kunnen ze ook snel toeslaan vanuit hun holen (of appartementen).
Duikers dienen dan ook goed op te letten voor ze hun vingers in holle ruimten steken.

Ook kleinere exemplaren van de Congeraal hebben al scherpe tandjes. Exemplaar gefotografeerd tussen een stapel stenen ter bescherming van een kabelkruising op 12 juni 2023

Tekst: Rykel de Bruyne en Renate Olie, Stichting ANEMOON, Stichting De Noordzee
Beeld: Renate Olie (leadfoto: deels uit een hol stekend dier op het wrak van de Emden, 11 juli 2025); Petra de Jong