Natuurjournaal 12 januari 2026
Nature TodayGewone zeekatten die afgelopen zomer uit het ei zijn gekomen zijn, voor de winter begon, naar open zee getrokken. Daar blijven ze vaak twee winters lang. Tussen april en juni komen ze in onze kustwateren terug voor de voortplanting. Het enige dat je van de zeekatten, onze enige inheemse inktvissoort, het hele jaar door op het strand kan terugvinden, zijn de inwendige kalkskeletjes, ook wel zeeschuim genoemd. Naast hun snavelbek is dit het enige harde onderdeel van hun lijf. Zeekatten hebben geen acht armen, zoals octopussen, maar tien. Twee ervan zijn een stuk langer en anders van vorm dan de overige acht. Ze hebben een lepelvormig uiteinde en ze schuiven bliksemsnel uit om een prooi te grijpen, zoals een garnaal.

Zeepaardjes hinniken niet, maar ze maken wel ander geluid. Het klikgeluid dat je van dichtbij kan horen wanneer ze een hap nemen, klinkt nog het meest alsof je met je lippen smakt. Ze gebruiken ook geluid bij stress en voor onderlinge communicatie. Omdat zeepaardjes geen maag hebben en voedsel heel rap door hun verteringsstelsel gaat, moeten ze vrijwel de hele dag door op plankton jagen. Het kortsnuitzeepaardje is onze enige inheemse soort – de Nederlandse kustwateren vormen de meest noordelijke verspreidingsgrens. Waarnemingen, de meeste uit de Oosterschelde, zijn de afgelopen jaren steeds meer toegenomen, al zijn ze nog altijd schaars. De meeste observaties komen uit de zomerperiode, maar ook in de winter worden de visjes tegenwoordig gezien.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Eric Gibcus, Saxifraga; Tom Heijnen, Saxifraga
