Hoe komt de bever de winter door?
ZoogdierverenigingBevers houden geen winterslaap en moeten dus ook in de winter op zoek naar voedsel. Het zwemmen in koud water is geen probleem. De bevers warmen zich op in de burcht voor ze naar buiten gaan. Ze zwemmen niet lang, ongeveer 15 tot 25 minuten, en gaan dan snel weer naar binnen.
Een beetje ijs is geen probleem
Mocht het water bevriezen dan hebben ze er een extra dagtaak bij. Ze proberen wakken, waaronder die boven de ingang van hun burcht, open te houden. Verder kunnen ze op bepaalde onderlinge afstanden ademwakken maken met hun schedel. Bevers zijn in staat om door ijsdikten van enkele centimeters heen te breken. Soms doen ze dat door zich vanaf de waterbodem door het ijs naar boven te drukken. Ook ontstaat er soms een ruimte tussen het ijs en de waterspiegel als het waterpeil daalt. Dan kan de bever onder het ijs blijven zwemmen.

Wintervoorraad voor barre tijden
Als het ijs te dik wordt, zullen ze gedwongen zijn in hun burcht te blijven. Dan hebben bevers soms nog een laatste troef in handen: de wintervoorraad. In noordelijke streken begint de bever in de herfst al met het aanleggen van een wintervoorraad. In Nederland is het heel verschillend: sommige bevers leggen nooit een wintervoorraad aan, andere bijna altijd en weer andere zo af en toe. Ze slepen afgeknaagde zijtakken van bomen en struiken naar hun burcht en bewaren de takken onder water voor de ingang. Als het streng vriest, is er daardoor onder het ijs vlakbij de beverburcht een mooie voorraad voedsel voorhanden. Om de winter door te komen, slaat de bever ook vet op in het weefsel van zijn staart, onderhuids en tussen de organen.
Tekst: Zoogdiervereniging
Beeld: Film Studio Aves, Canva; arnsteins, Canva
