De composietmaskerbij, het scheefbloemwitje onder de bijen?
EIS Kenniscentrum InsectenOp 17 juni 2023 fotografeerde Herman Winkelhorst een maskerbij op duizendblad in een berm in Amstenrade in Zuid-Limburg. Dit bleek de eerste melding van de composietmaskerbij in ons land te zijn. Het idee dat dit een verdwaald dier was, kon al gauw in de prullenbak. Later in 2023 en in 2024 volgden nog enkele waarnemingen in Zuid-Limburg en in 2025 werd de soort ook in Midden-Limburg, Utrecht en zelfs op de Marker Wadden aangetroffen. Dit laatste gebied is recent aangelegd en dit bevestigt de theorie dat de composietmaskerbij zich aan het uitbreiden is.

In Nederland waren tot deze vondst 22 gevestigde soorten maskerbijen bekend. Het zijn allemaal vrij kleine, glimmende, donkere bijtjes. Ze heten maskerbij omdat, vooral de mannetjes, een opvallend wit of geel gezicht hebben. De composietmaskerbij lijkt nog het meeste op de algemene resedamaskerbij. Het mannetje onderscheidt zich door een opvallend uitsteeksel onder aan de buik en het verbreedde eerste segment van de antenne, zie de aanwijzingen in bovenstaande foto. De vrouwtjes verzamelen vooral stuifmeel op distels.

Toekomst
De composietmaskerbij is in Zuid-Europa en bijvoorbeeld Turkije beperkt tot rotsachtige berggebieden. De vindplaatsen in Nederland liggen deels in het stedelijk gebied. Misschien dat het stenig substraat in de stad voordelen biedt voor de soort. De snelle uitbreiding van de composietmaskerbij doet dan ook denken aan het scheefbloemwitje. Deze dagvlinder komt van oorsprong ook in berggebieden voor en heeft bij ons een voorkeur voor de stad. Wie weet zullen we de composietmaskerbij over enkele jaren ook in een groot deel van ons land kunnen tegenkomen.
De vondsten van de composietmaskerbij zullen dit jaar worden beschreven in een artikel in Hymenovaria, de nieuwsbrief van de sectie Hymenoptera van de Nederlandse Entomologische Vereniging.
Tekst: Kees Goudsmits, EIS Kenniscentrum Insecten
Beeld: Harald Rühl; Waarneming.nl
