Eindstand Nationale Tuinvogeltelling 2026: niet huismus, maar koolmees op één
Vogelbescherming NederlandDe huismus eindigde niet op nummer één dit jaar. Al jaren bestaat de top drie van de Nationale Tuinvogeltelling uit de huismus, de koolmees en de pimpelmees. Dit jaar is de huismus voor het eerst in 23 jaar niet op de eerste plaats geëindigd, maar op de tweede plek. De koolmees neemt de eerste plaats over. De huismus werd acht procent minder gezien in tuinen ten opzichte van vorig jaar. De afname van de huismus begon al in de jaren tachtig, voornamelijk door verstening van tuinen en openbaar groen. Dit leidde tot een landelijke achteruitgang in de populatie huismussen van meer dan vijftig procent.
Huismus heeft het moeilijk
De afgelopen jaren leken de aantallen zich te stabiliseren en was er zelfs sprake van enig herstel. De verwachting was dan ook dat de huismus zijn koppositie zou behouden. Toch werd de huismus in minder tuinen gezien en daalde de gemiddelde groepsgrootte, zodat ook het totaal aantal huismussen in de telling is gedaald. Wat de exacte reden van de afname van de huismus is, moet nader onderzocht worden. Vroegtijdige conclusies zijn moeilijk te geven. Het is noodzakelijk om de mogelijke oorzaken van de daling eerst beter te onderzoeken.
"Dat de huismus het moeilijk heeft, heeft alles te maken met hoe we onze tuinen en openbare ruimte inrichten. Veel steen, met weinig – of exotische – planten. Daar kan een huismus niet van leven. Door onze tuinen vogelvriendelijker in te richten met (biologische) inheemse beplanting, kunnen we bijdragen aan een betere leefomgeving voor de huismus.''
Timo Roeke, beschermer Vogelbescherming Nederland

Opmerkelijke waarnemingen
Door sneeuw en ijs, met name in het noorden van het land, trekt een deel van de vogels naar gebieden met meer voedsel. Daardoor zijn ze vaker in tuinen te zien. Opvallend was bijvoorbeeld de waarneming van maar liefst vijf boomleeuweriken in één tuin in Drenthe, een soort die zelden in tuinen wordt gezien. Een duidelijke toename zien we bij de kramsvogel. Dit kan te maken hebben met de sneeuw- en vorsttrek. Dit jaar werden ruim 7.759 kramsvogels geteld, vorig jaar slechts 868.
Opvallend is ook de comeback van de spreeuw, die na een afwezigheid van bijna tien jaar terugkeert in de top tien. Waar de huismus terrein verliest, laat de spreeuw een tegengestelde trend zien: er zijn grotere groepen (een toename van vijf procent) en een duidelijke toename in het aantal tuinen waarin hij wordt waargenomen (een toename van tien procent). Ook zien we een kleine toename bij halsbandparkieten en merels.
Pimpelmezeninvasie zichtbaar in tuinen
In oktober 2025 werd tijdens de najaarstrek een invasie waargenomen van ongewoon grote aantallen pimpelmezen. Dit effect is waarschijnlijk terug te zien in de tuintellingen: de pimpelmees staat in de voorlopige tussenstand op nummer drie en werd in negen procent meer tuinen geteld dan vorig jaar.
De definitieve resultaten van de Nationale Tuinvogeltelling 2026 staan op de website van Vogelbescherming.
Tekst: Vogelbescherming Nederland
Beeld: Ruud van Beusekom (leadfoto: koolmees (Parus major))
