De kunstmatige riffen gemaakt van perenbomen, hier nog op de kade voordat ze werden geplaatst in de Waddenzee

Sonar laat zien: bomenriffen in de Waddenzee bieden thuis aan vissen

NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee
7-FEB-2026 - Onderzoek met een sportvissonar laat zien dat er rond kunstmatige bomenriffen in de Waddenzee tot wel 3,5 keer meer – en ook grotere – vissen voorkomen dan op vergelijkbare plekken zonder zo’n bomenrif. Dat blijkt uit een recente publicatie van Jon Dickson en collega’s van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee in het tijdschrift Marine Ecology Progress Series.

De onderzoekers bouwden 32 kunstmatige riffen van afgedankte fruitbomen, elk 3 kubieke meter groot. In het voorjaar van 2022 plaatsten zij die in groepjes van acht op vier locaties in de Waddenzee. Met behulp van bodemnetten (kubben) laten de onderzoekers nu zien dat rond deze riffen wel zes keer meer bodemvissen leven. Er werden ook meer verschillende soorten en grotere individuen gevangen. De riffen blijken als voortplantingsgrond te dienen voor sepia’s en verschillende vissoorten. Bovendien was de activiteit van krabben, die schelpdieren en andere soorten eten, rond de riffen driekwart lager dan op plekken zonder een kunstmatig rif.

Een kunstrif van perenbomen dat 16 maanden in het water van de Waddenzee heeft gelegen, is voor een ander onderzoek omhoog gehaald. Het rif is overgroeid met wieren en allerhande schelpdieren

Consumentensonar

Door een ‘consumentensonar’, die veel door sportvissers wordt gebruikt als ‘fish finder’, aan te passen voor langduriger gebruik op een drijvend platform naast zo’n kunstrif, konden de onderzoekers ook de vissen hoger in de waterkolom in beeld krijgen. Het was voor het eerst dat zo’n consumentensonar in wetenschappelijk onderzoek werd ingezet. Dickson: “In verschillende grootteklassen zagen we in totaal ruim 2 tot zelfs 3,5 keer meer vissen rond de riffen zwemmen dan in het water op 200 tot 300 meter afstand van een rif.” Gedurende honderd uur sonarwaarnemingen, hebben de onderzoekers in totaal 92.000 individuele vissen gezien.

De riffen waren volgens Dickson zo aantrekkelijk voor vissen, dat hij niet durft uit te sluiten dat het effect op de vissen zelfs op meer dan 300 meter afstand van het rif nog meetbaar is. “In een volgend experiment zullen we de controleplekken ook op grotere afstand moeten kiezen.”

Haai in beeld

De sonar is niet in staat om kleine vissoorten te identificeren. Voor grotere soorten is het wel mogelijk om in ieder geval de soortgroep te determineren. “Op één sonarbeeld zagen we zelfs een haai van anderhalve meter boven een rif zwemmen, mogelijk een gevlekte gladde haai”, aldus Dickson. Bij een ‘officieuze inventarisatie’ met behulp van ouderwetse vishengels, zagen Dickson en collega’s dat er vooral veel zeebaarzen op de riffen afkwamen.

Paalwormen en visvoer

De aanwezigheid van veel verschillende, grotere vissen rond de kunstriffen laat volgens Dickson zien dat deze structuren echt in een behoefte voorzien in de Waddenzee. “Vroeger dreven de Zuiderzee en de Waddenzee vol met hout dat uit de rivieren kwam. Uit de tijd van de Romeinen zijn zelfs beschrijvingen bekend van schepen die tussen eilanden van drijfhout door zeilden op de Zuiderzee. Dat hout zonk in veel gevallen na verloop van tijd naar de bodem van de Waddenzee. Daar vervulde het een cruciale rol in het ecosysteem. Het hout werd opgegeten door paalwormen, die vervolgens weer als voer voor vissen dienden. Daarnaast was het hout een belangrijke schuil- en voortplantingsplek voor vissen en andere dieren en hechtten er veel schelpdieren aan.”

Een gat vullen

Inmiddels is de aanvoer van hout via de rivieren volledig afgesneden door onze beheersing van het rivierwater. Riffen van hout, maar ook van zwerfkeien of schelpdieren zouden dat gat weer kunnen opvullen, stelt Dickson. “Wanneer we op verschillende plekken in de Waddenzee clusters van dit soort kunstriffen neerzetten, ontstaat er weer een natuurlijk systeem met kraamkamers en schuilplekken voor vis. Dat zou de Waddenzee weer tot een completer ecosysteem maken.”

Meer informatie

Tekst: Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) 
Beeld: Oscar Francken, NIOZ