De Reptielen en Amfibieën-collectie van Naturalis.

Eeuwoude exemplaren leiden tot nieuw wetenschappelijk inzicht

Naturalis Biodiversity Center
7-FEB-2026 - Een portaal naar het verleden of naar verre locaties – natuurhistorische collecties bieden unieke mogelijkheden voor hedendaags onderzoek. Leguanen uit de collectie van Naturalis bewijzen dat we de Sabaanse zwarte leguaan voorlopig toch niet als aparte soort kunnen zien.

Ding! De liftdeur opent op de negentiende verdieping van de collectietoren. Voorbij de ramen strekt Leiden zich uit. Vanaf hier heb je een mooi overzicht van de bouwwerkzaamheden voor de deur van Naturalis Biodiversity Center. “We zijn nog net op tijd", zegt collectiebeheerder Esther Dondorp, “binnenkort wordt de klimaatinstallatie van de hele toren vernieuwd. Dan hadden we er niet meer in gekund." 

Een deur verder, in de collectie, staan rijen en rijen aan stellingkasten, met op de planken ontelbaar veel glazen potten. Slangen, kikkers, leguanen en nog meer reptielen en amfibieën staan hier op sterk water. Dondorp kijkt om zich heen: “Al deze stukken hebben hun eigen verhaal. Voor de wetenschap is deze collectie echt een schatkamer.”

Niet zomaar een verzameling

In de collectie staan miljoenen objecten uit de natuur compact bij elkaar

De meest kostbare schatten in de toren zijn duidelijk gemarkeerd met een rode sticker. “Voor het beschrijven van een nieuwe soort moet je minstens één individu bewaren”, legt Dondorp uit. Deze type-exemplaren zijn dan de officiële, blijvende referentie voor die soort. “Sommige zijn zelfs het enige overgebleven exemplaar ter wereld. En enkele zijn inmiddels uitgestorven.” Ze wijst naar een pot waar een lange hagedis in dobbert. “De Kaapverdische reuzenskink bijvoorbeeld, is sinds 1912 niet meer in het wild gezien.” 

Ook nu zijn deze referenties nog nuttig. Stel, je vindt een vreemd dier. Dan kan je – door te vergelijken met een type-exemplaar – nagaan of het een nieuwe soort is, of dat het nog binnen de variatie van een bestaande soort valt.

In de verzameling van Naturalis vind je exemplaren van over de hele wereld en van alle tijden. “Natuurhistorische collecties maken het mogelijk om exemplaren uit verschillende gebieden en tijden met elkaar te vergelijken”, vertelt Dondorp. Dit is handig voor allerlei onderzoek, zoals het vaststellen van soortgrenzen en het bestuderen van evolutie.

Bewaren beloont

Er komen regelmatig bezoekers voor de collectie. Geen verdwaalde museumbezoekers, de toren is immers niet open voor het publiek, maar onderzoekers. Jaarlijks kloppen er vele honderden aan bij Naturalis om van de collectie gebruik te maken.

Sommige wetenschappers kijken vooral naar de structuur en vorm van specifieke dieren. Zo werden de wervels en vinnen van honderden baarsachtigen uit de collectie geanalyseerd met röntgen- en CT-scans. Dit leidde tot de ontdekking van nieuwe anatomische kenmerken binnen de vissengroep. Anderen kijken juist naar waar de exemplaren vandaan komen. Zo bleek uit archiefdata dat twee steurensoorten duizenden jaren in dezelfde rivieren voorkwamen, terwijl herintroductieprogramma's eerder alleen uitgingen van één van de twee soorten.

Volgens de beheerder worden collecties ook steeds vaker gebruikt voor het genetisch materiaal. “Het kijken naar DNA van historische exemplaren kan taxonomisch onderzoek goed ondersteunen.”

De Venezolaanse leguanen worden samen op sterk water bewaard

Oud of onbereikbaar

Een van de biologen die zulk onderzoek doet, is Thijs van den Burg. Hij houdt zich al sinds 2015 bezig met leguanen in het Caribisch gebied. “We weten verrassend weinig van deze reptielen”, legt de onderzoeker uit. “Terwijl het de grootste inheemse landdieren van deze eilanden zijn.” Nu kijkt hij naar de taxonomische status van de Sabaanse leguaan.

Hiervoor had hij leguanen-DNA nodig uit Venezuela, het dichtstbijzijnde vasteland. “Maar het was vanwege de politieke situatie te lastig om het land binnen te komen”, zegt hij. “Het lukte niet om de papieren te krijgen om zelf exemplaren te verzamelen." Gelukkig hadden Naturalis in Leiden en het Smithsonian National Museum of Natural History in Washington ook Venezolaanse leguanen in hun collectie. Sommige stammen nog uit de jaren dertig van de vorige eeuw.

Je zou denken dat exemplaren van bijna honderd jaar geleden wel verouderd zouden zijn, maar volgens Van den Burg is dat juist hun kracht. “Het liefst waren ze zelfs nóg ouder”, benadrukt hij, “dan zouden we minder last hebben van menselijke invloed.” Door de handel kunnen soorten opduiken op plekken waar ze van nature helemaal niet voorkomen. Dat geeft een vertekend beeld van de verspreiding. “Doordat deze dieren eerder zijn verzameld, vermijden we die ruis.”

Dankzij de natuurhistorische collecties had de bioloog genoeg DNA-materiaal om zijn onderzoek naar de Sabaanse leguaan voort te zetten.

Een vrouwelijke (vooraan) en mannelijke leguaan op Saba

Sabaanse leguaan toch geen eigen soort

De Sabaanse leguaan is in 2020 voor het eerst beschreven. Vooral zijn zwarte huid zou kenmerkend zijn, vandaar de wetenschappelijke naam: Iguana melanoderma. Van den Burg had ook in Noordoost-Brazilië zwarte leguanen gezien, terwijl deze niet waren meegenomen in het artikel van 2020.

“Toen ben ik de literatuur ingedoken. Ik merkte al gauw dat slechts een klein deel van het verspreidingsgebied van de originele soort was overwogen.” Deze Iguana iguana leeft enorm verspreid, in een gebied tussen Midden-Mexico en Zuid-Brazilië. Mede vanwege deze verspreiding is de soort genetisch heel divers. “Wij vroegen ons af of de voorgestelde Iguana melanoderma daadwerkelijk genetisch uniek is, of dat die enkel onderdeel is van de bredere variatie binnen Iguana iguana.”

Aan de hand van het DNA van de leguanen op Saba, en die van collectie-exemplaren uit de regio, heeft Van den Burg vastgesteld dat het laatste het geval is. “De Sabaanse zwarte leguaan kunnen we voor nu niet als aparte soort zien”, concludeert de bioloog. Voorlopig hebben we het op Saba gewoon over een zwarte Iguana iguana.

DNA-analyses van natuurhistorische collecties ondersteunen taxonomisch onderzoek. “Het is belangrijk dat dit werk betrouwbaar is, zodat we de globale biodiversiteit accuraat blijven beschrijven”, zegt Van den Burg. Alleen dan kunnen we bedreigde (dier)soorten goed monitoren en – indien nodig – beschermen.

Meer informatie

Tekst: Beau Bakker, Naturalis Biodiversity Center
Beeld: Naturalis Biodiversity Center