Einde winterslaap vleermuizen in zicht
ZoogdierverenigingAlle vleermuizen in Nederland zijn insecteneters. In de winter zijn er bijna geen insecten en daarom gaan de vleermuizen in winterslaap. Ze zoeken daarvoor een plaats die veilig, donker, vochtig en koud – tussen nul en acht graden Celsius – is. Dit zijn plaatsen als groeves, ijskelders, forten, bunkers en speciaal aangelegde vleermuiskelders. Enkele vleermuissoorten brengen de winter door in boomholtes, meestal in grote groepen om elkaar warm te houden. Weer andere soorten overwinteren in dilatatievoegen of liftschachten in grote gebouwen, zoals flatgebouwen en kantoorcomplexen, maar ook in de spouwmuren van huizen.

Als de temperaturen omhooggaan, hebben vleermuizen moeite om te blijven slapen. Als ze wakker worden, gaan sommige soorten meteen naar buiten. Andere soorten vliegen door hun winterverblijf en zoeken het koelste plekje op om verder te kunnen slapen, want eigenlijk is het voor veel vleermuissoorten nog te vroeg om wakker te worden. Wat vrijwel alle vleermuissoorten gemeen hebben, is dat ze erg plaatstrouw zijn. Iedere winter keren ze van grote afstanden weer terug naar dezelfde winterverblijfplaats. Daar zoeken ze een plekje uit om te gaan hangen of weg te kruipen. Vervolgens brengen ze hun lichaamstemperatuur terug tot net boven de omgevingstemperatuur. De vleermuizen verminderen hun hartslag en ademhaling drastisch, tot slechts achttien slagen per minuut en één ademhaling per negentig minuten! Zo proberen ze, op een waakvlammetje, energie te sparen om de winter door te komen.

Als de temperatuur in de lente dan toch hoog genoeg wordt, zodat het ook in de avond warm genoeg is voor vleermuizen, zijn het vaak de dwergvleermuizen die het eerst worden gezien. Dat komt voornamelijk door twee oorzaken, waarvan de eerste het meest voor de hand ligt. De gewone dwergvleermuis is namelijk de meest voorkomende soort in Nederland én is een typisch stadse vleermuis. Ook is de temperatuur in stedelijk gebied vaak nét iets hoger dan daarbuiten. Genoeg aanleiding voor die stadse vleermuis om de kans te grijpen om wat te eten en te drinken als het voorjaar lonkt. De kans om weer een vleermuis te zien in de aankomende weken neemt dus snel toe. Kijk rond de schemer eens in de tuin, straat of park in de buurt. Over ongeveer een maand zien we ook de andere soorten weer. Ben jij de eerste die ze ziet vliegen?
Als je meer wilt weten over vleermuizen en andere zoogdieren, kom dan op 28 maart naar de Zoogdierdag.
Tekst: Erik Broer, Zoogdiervereniging
Foto's: Erik Korsten (leadfoto: gewone dwergvleermuis in dilatatievoeg); Johann Prescher
