Leucojum aestivum, Zomerklokje

Natuurjournaal 12 maart 2026

Nature Today
12-MRT-2026 - Zomerklokjes bloeien in de lente en na regen komt grote clausilia.

De naam zomerklokje is misleidend. De zeldzame, inheemse plantensoort bloeit juist vroeg in het jaar en gaat daarmee door tot eind mei. Zomerklokjes groeien in voedselrijke ruigten in riviervalleien en op andere natte plekken, zoals elzen- en wilgenbroekbossen. Ze hebben water nodig om zich te verspreiden: de vlezige doosvruchten die zich uit de bestoven bloemen ontwikkelen, worden door water naar nieuwe vestigingsplaatsen meegevoerd. Ook de ondergrondse bollen kunnen bij overstromingen worden meegenomen. Bij onderzoek naar bestuivers van zomerklokjes werden onder andere de loodkleurige bloemweekschildkever en een soort zakspin als voornaamste ‘daders’ gevonden. De fijngestippelde groefbij kwam af en toe ook op bezoek.

De grote clausilia kan zijn huisje hermetisch afsluiten met een klepje, dat het clausilium wordt genoemd

Met droog weer zal je niet snel een grote clausilia ontdekken. Net als veel andere slakken hebben deze weekdieren vocht nodig om zich kiplekker te voelen. Na regen kan je grote clausilia's dan in groepjes vinden, als je geluk hebt, vandaar dat ze ook wel schuilgaan onder het pseudoniem 'grote regenslak'. Het huisje van de grote clausilia, een soort torentje of ‘raket’, wordt ongeveer twee centimeter lang. Het is vaak donkerbruin gekleurd, behalve de omgeslagen rand van de mond – de plek waar het weke lijf van de slak uitkomt – die duidelijk lichter van kleur is. Waar de mond van het slakkenhuis van veel slakkensoorten aan de rechterkant zit, zijn de leden van de Clausiliafamilie duidelijk een beetje tegendraads, of liever gezegd: tegendraais. De tien tot twaalf windingen van hun huisje gaan tegen de klok in – de mondopening zit dus links!

Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Roel Meijer, Saxifraga; Dennis Vrooland, Waarneming.nl