“Door veel in het veld te zijn, leer je je gebied en de deelnemers beter kennen”
BoerenNatuurDe basis voor zijn passie werd door zijn ouders gelegd. “Van jongs af aan gingen wij de natuur in. Herten kijken in het bos of gewoon buiten zijn.” Voor zijn 11e verjaardag kreeg hij een camera. “Waar ik woonde, in Alblasserdam, was niet veel wild, maar er waren jongens uit de buurt die naar vogels gingen kijken. Dat leek me ook wel interessant.”
Vanuit het dorp fietste hij de polder in en zo groeide zijn fascinatie. “Hun diversiteit intrigeerde me. Vogels zijn er in alle soorten, maten en kleuren. Sommige zijn heel kritisch in waar ze broeden, anderen nemen genoegen met een vogelhuisje in een tuin.”
Kennis over vogels
Toen Jacob zich aansloot bij de actieve NVWA (Natuur- en Vogelwacht 'De Alblasserwaard'), nam zijn kennis over vogels toe. “Neem vogels met lange snavels: die halen hun voedsel diep uit de bodem. Dat zegt iets over het gebied waar ze zitten. Of kijk naar het verband tussen leefgebied en soort. Sommige vogels stellen hoge eisen aan rust, habitat en voedselbeschikbaarheid. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor hun kuikens, zoals de grutto bijvoorbeeld.” Het is boeiend om vanuit die manier het landschap te leren lezen.

Niet verwonderlijk dat hij goed op zijn plek zit bij het collectief. “Weidevogelbeheer is een van onze belangrijkste doelen. We hebben hier uitgestrekte graslanden met veel weidevogels die we willen beschermen en, als het kan, in aantallen willen laten groeien.”
Intensief monitoren
Jacob werkt in een klein team. Er zijn twee gebiedscoördinatoren die het contact met boeren onderhouden. “Samen met een collega doe ik grofweg de rest.” In het voorjaar betekent dat intensief monitoren. “Ik vind het belangrijk veel in het veld te zijn. Zo ben je op hoogte wat er gebeurt in je gebied, spreek je deelnemers en doe je nieuwe ideeën op over hoe het beheer nog beter kan. Van eind maart tot begin juni lopen we het hele gebied door. Twintigduizend stappen per dag zijn geen uitzondering.”
Jacob noteert niet alleen welke vogels waar zitten, maar ook hoe het beheer eruitziet. “Waar zou een plasdras goed werken? Waar kan een kruidenrijk pakket zorgen voor een beter mozaïek?” In de zomer verschuift de aandacht naar slootbeheer. Dan worden ook insecten, vissen en amfibieën gemonitord. “We werken veel aan groenblauwe dooradering: ecologisch slootschonen en kruidenrijke grasranden.”
Daarnaast schrijft Jacob subsidieaanvragen, onderhoudt hij contacten met overheden en terreinbeheerders, zoals Staatsbosbeheer, verzorgt hij nieuwsbrieven en beheert hij de website. Die afwisseling vindt hij leuk, maar op termijn zou hij het nog leuker vinden om zich verder te specialiseren op ecologisch vlak.
Door een andere bril
Als Jacob nu in het gebied rondfietst, kijkt hij door een andere bril naar het landschap. “Pas toen ik bij Collectief Alblasserwaard-Vijheerenlanden ging werken, kwam ik erachter dat veel plasdrasgebieden geen natuurgebieden waren, maar ‘gewoon’ boerenland.” Hij ziet dat door agrarisch natuurbeheer de vogelstand op verschillende plekken is verbeterd.
Een goed voorbeeld daarvan is het gebied rondom het natuurgebied de Donkse Laagten. “De afgelopen jaren hebben we daar veel weidevogelbeheer afgesloten, waardoor boerenland en natuur mooier op elkaar aansluiten. Waar vroeger een duidelijke scheiding was, zie je nu een geleidelijke overgang: goed voor de biodiversiteit én de weidevogels.”

Mooie ontwikkelingen
Ook is hij positief over de betrokkenheid van en het draagvlak onder deelnemers in het gebied. “Op ledenvergaderingen komen zo’n tweehonderd mensen. Dat zegt wel iets. “Opvallend is dat grotere bedrijven ook gemotiveerd zijn om iets aan Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) te doen, ondanks dat ze er economisch gezien niet ‘op vooruitgaan’. Er moet dus wel iets meespelen, zoals liefde voor het land of voor de natuur.”
Ondanks al het positieve gaat het niet overal goed, bijvoorbeeld door predatie. “Er zijn ook boeren die jarenlang het juiste doen, terwijl de aantallen weidevogels toch afnemen. Daar is niet altijd de vinger op te leggen. In dat geval benadrukken we dat het beheer ook andere voordelen heeft, zoals meer biodiversiteit en een rijker slootleven.” Zo probeert hij de deelnemers gemotiveerd te houden.
Hoe Jacob naar de toekomst kijkt? “De steeds veranderende regelgeving met nieuwe kabinetten maakt het niet eenvoudiger. Boeren zijn gewend om vooruit te denken. Ze kunnen hun hele bedrijfsmodel niet iedere vier jaar omgooien.” Desondanks overheerst het optimisme. Afgelopen jaar werd bewust het hele graslandgebied van de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden gemonitord, niet alleen percelen met beheer. “Zo kregen we zicht op polders die we nog niet goed kenden, waar toch weidevogels bleken te zitten.” Dat leidde op sommige plekken tot nieuwe beheerafspraken. Alle beetjes helpen en dat stemt hem positief. “Ik vind het prachtig hoe we goed kunnen samenwerken met onze weidevogelvrijwilligers, de dronepiloten, maar ook overheden, zoals provincies, en TBO’s, zoals Staatsbosbeheer. Alles bij elkaar maakt het een heel mooi gebied, waar ik dagelijks met veel plezier voor werk.”
Voorlopig blijft Jacob zich met hart en ziel inzetten voor de natuur op boerenland en geniet hij als hij een gruttopaartje ziet in een kruidenrijk grasland. Maar wat hij net zo bijzonder vindt, zijn de heikikkers die in de paartijd in maart felblauw kleuren. “Als we ‘s avonds met een zaklamp langs de sloten lopen hoor je ze een soort klokkend geluid maken. Dat blijft magisch. Het zijn die kleine momenten die laten zien waarom dit werk zo belangrijk is”, besluit Jacob.
Meer informatie
- Dit interview is onderdeel van de serie Gezichten van de boerennatuur, die elke maand verschijnt op de website van BoerenNatuur.
Tekst: Babs Bouwman
Foto's: Pieter Verbeek, BoerenNatuur; Collectief Alblasserwaard-Vijheerenlanden
