In zwavelzwammen blijken vele soorten insecten voor te komen. Sommige kevers, vliegen en vlinders eten als larve van het schimmelweefsel. In Polen werden in zwavelzwam maar liefst 66 verschillende keversoorten aangetroffen. De zwavelzwamzwartlijf (Eledona agricola) is een kever die zich alleen maar in zwavelzwammen ontwikkelt. Ook de boletenzwartlijf (Diaperis boleti) en de kortschild (Gyrophaena affinis) zijn regelmatig in zwavelzwammen aan te treffen, waarvan niet alleen de larven, maar ook de kevers zelf snoepen. De meeste kortschilden die op zwavelzwammen worden gevonden zijn echter rovers die het gemunt hebben op maden en keverlarven. Zo wordt een scala aan atheta’s gevonden, waarvan er een, de bleekspriethoutzwamatheta (Atheta liturata), recent als nieuw voor Nederland is gemeld.
De zwavelzwam doet zijn naam aan. De paddenstoel is lichtgevend zwavelgeel, met overgangen naar feloranje. De afzonderlijke paddenstoelen kunnen wel tot 50 centimeter doorsnede uitgroeien. Aan de onderzijde heeft deze taaie paddenstoel kleine buisjes, waarin de sporen worden gevormd. Hij is het meest te vinden in open landschappen, zoals parken en lanen. In bossen komt de soort ook wel voor, maar minder frequent. De zwavelzwam groeit veelal in grote groepen boven elkaar op stammen en stronken van loofbomen; het meest op eiken, wilgen en fruitbomen. Daar groeit de soort parasitisch in het hout, maar dat hoeft niet schadelijk te zijn. Ook op dode bomen kan de zwavelzwam nog jaren saprotroof leven. De soort veroorzaakt bruinrot, waardoor het hout uiteenvalt in bruine houtbrokjes. De zwavelzwam is in het gehele land te vinden, maar heeft wel een kleine voorkeur voor de zandgronden. Oudere paddenstoelen zijn vaak tot in de winter te vinden. Ze hebben dan hun gele kleur en stevigheid verloren, zijn wit gekleurd en bros als krijtjes.

Tekst: Melchior van Tweel, Paddenstoelenonderzoek Nederland en Jan Wieringa, Naturalis Biodiversity Center
Beeld: Aglaia Bouma; Melchior van Tweel; Tim Faasen
