Vlinders houden van de zachte grenzen van wilde grazers
ARK Rewilding Nederland, De VlinderstichtingHet gaat in het algemeen niet goed met de dagvlinders in Nederland. In dertig jaar tijd zijn de vlinderaantallen gehalveerd. 47 van de 76 inheemse soorten (62 procent) staan op de Rode Lijst, waarvan 15 soorten al zijn verdwenen. Wat is hiertegen te doen?
“De vlinders gaan deels achteruit door milieuomstandigheden die wij moeilijk snel kunnen veranderen, zoals de gevolgen van te veel stikstof en gifstoffen, of verdroging. In het terreinbeheer kunnen we makkelijker sturen”, zegt Bart Beekers, ecoloog van ARK Rewilding Nederland. “Met natuurlijke begrazing wordt de variatie van vegetatie veel groter – zowel qua soortensamenstelling, als qua structuur. In veel natuurgebieden zijn gradiënten nog zwak ontwikkeld: niet alleen de overgangen van droog naar nat zijn abrupt, ook de grenzen tussen graslanden, heide en gesloten bossen zijn vaak hard. Daar houden vlinders niet van.”
Natuurlijke begrazing geeft structuur
Met natuurlijke begrazing wordt bedoeld dat door mensen geïntroduceerde runderen en paarden jaarrond buiten lopen, die niet worden bijgevoerd en die een eigen sociale structuur van de kudde ontwikkelen. Daarnaast speelt het grazen van herten, reeën en het wroeten van zwijnen natuurlijk een rol. “Variatie in begrazingsintensiteit zorgt voor een mozaïek van korte en ruigere vegetatie. Stierenkuilen of wroetplekken van zwijnen leveren open plekken op voor pioniervegetatie, met specifieke waardplanten en een microklimaat dat in het voorjaar snel opwarmt. Kadavers en uitwerpselen zijn een bron van mineralen en aminozuren”, zegt Beekers. “Zo zagen we een grote weerschijnvlinder op een kadaver zitten en een koninginnenpage die haar eitjes afzette op een wilde peen die uit een mesthoop groeide. Dat was een veilige plek voor haar eitjes, want grazers mijden het eten van planten op mest. Zo voorkomen ze een besmetting met darmparasieten.”
Natuurlijke begrazing geeft vorm aan een natuurrijk mozaïeklandschap (Bron: Ark Rewilding Nederland)
Terugkeer bosvlinders in het Groene Woud
Provincie Noord-Brabant wilde weten of de vlinderstand daadwerkelijk profiteert van de begrazing in de Maashorst en het Groene Woud – twee grote natuurontwikkelingsprojecten in de provincie – en gaf subsidie aan het project ‘Wild van Vlinders’. Hierin is onderzocht hoe de variatie door natuurlijke begrazing optimaal in de praktijk is te brengen voor het herstel van bedreigde dagvlinders.
“In het Groene Woud, dat sinds 2019 door ARK Rewilding Nederland wordt uitgebreid, konden de onderzoekers vaststellen dat de bosranden zich er goed ontwikkelen. De zeldzaam geworden kleine ijsvogelvlinder en de grote weerschijnvlinder profiteren er al van. Het bont dikkopje is echter in de Mortelen en de Scheeken nog nauwelijks aanwezig. Die vlindersoort heeft een corridor, of verbindingszone, nodig om er vanuit andere populaties te komen”, zegt Beekers. Het bont dikkopje is landelijk sterk achteruitgegaan: nog maar een derde van de aantallen uit 1992 worden tegenwoordig gezien. Rond de Geelders wordt nu gewerkt aan uitbreiding van het natuurgebied met begrazing op voormalige landbouwpercelen. De overgangen tussen bos en grasland zijn daar nog abrupt. Op advies van Wild voor vlinders worden de aantallen grazers laag gehouden, zodat de 'mantel-zoom', de geleidelijke overgang tussen bos en open veld, zich goed kan ontwikkelen. Zo kan het bont dikkopje zich uit de Geelders uitbreiden in de richting van de Scheeken.
Succes op Knepp Estate
Op Knepp Estate in Engeland is ruim ervaring opgedaan met natuurlijke begrazing door runderen, damherten, edelherten en (tamme) zwijnen op voormalige landbouwgrond, in een vrij kleinschalig landschap. Na ruim twintig jaar doen veel soorten bosvlinders het er uitstekend, met onder meer de grootste populatie grote weerschijnvlinders en sleedoornpages van het Verenigd Koninkrijk. Ook soorten als iepenpage, keizersmantel en kleine ijsvogelvlinder zijn er goed vertegenwoordigd. Het kuddebeheer, waarbij de aantallen in de herfst worden gereguleerd zodat de begrazingsintensiteit in de winter binnen de perken blijft, zorgt er voor een optimale ontwikkeling van mantel-zoomstructuren langs de bosranden.
Bosrand- en graslandvlinders in de Maashorst
In de Maashorst – een natuurgebied van 3500 hectare, waarvan 1300 hectare begraasd worden door taurossen, Exmoor pony’s en wisenten – is in 2018 de landelijk bedreigde bruine eikenpage gevonden. De vlindersoort is kenmerkend voor droge bosranden waar de rupsen opgroeien op kleine eikjes, die een warm microklimaat bieden, en waar de vlinders nectar vinden op bramen en vuilbomen. “In het begrazingsgebied zijn op de voormalige landbouwgronden braamstruwelen tot ontwikkeling gekomen”, zegt Bart Beekers. “Tussen de bramen vonden we jonge eikenboompjes, vooral in de buurt van oudere eiken. Ook heeft zich in 10 procent van de braamstruwelen vuilboom gevestigd. De combinatie geeft aan dat zich in het begrazingsgebied nieuw leefgebied voor de bruine eikenpage aan het ontwikkelen is. Het wachten is nog op de eerste waarneming op deze plekken.”
Grote graasdruk met lokale overbegrazing blijkt ongunstig voor de bruine vuurvlinder (status: kwetsbaar) en de veldparelmoervlinder (ernstig bedreigd), beide graslandsoorten. En hoewel pioniersoorten als bruin blauwtje en kleine parelmoervlinder beter met graasdruk om kunnen gaan, is op advies van Wild voor vlinders de dichtheid aan grote grazers na deze ervaring verlaagd. “Om een vlinderherintroductie kans van slagen te geven, kan het zelfs nodig zijn om grazers even helemaal te weren uit een gebied”, stellen de onderzoekers. “De vlinders laten ons zien of we de graasdruk in natuurgebieden moeten bijstellen. Zo kan er meer structuur in de vegetatie ontstaan die gunstig is voor vlinders én andere insecten.”

Het belang van zwijnen
De onderzoekers van Wild voor vlinders wijzen op de positieve effecten voor vlinders van zwijnenactiviteit. Het wild zwijn is een van de sleutelsoorten voor een gevarieerde graslandontwikkeling. Deze alleseter woelt de grond om en zorgt voor het openen van een dichte grasmat. Dit zorgt voor open en warmere plekken, waar de waardplanten van tal van vlindersoorten zich kunnen vestigen. Wilde zwijnen komen in grote delen van de zandgronden en het heuvelland voor, ook in de ‘nulstandgebieden’ waar ze volgens het beleid eigenlijk verjaagd moeten worden. Vanuit het perspectief van natuurherstel zou het goed zijn om, waar het kan, wilde zwijnen meer ruimte te geven.
Meer informatie
- Dit is een ingekorte versie van het artikel Herstel van dagvlinders bij natuurlijke begrazing (pdf: 0,8 MB), dat in het Vakblad Natuur Bos Landschap verscheen.
Tekst: Michiel Wallis de Vries, De Vlinderstichting, Bart Beekers en Lucy Dötig, ARK Rewilding Nederland; Iris Roggema (redactie), ARK Rewilding Nederland
Beeld: Michiel Wallis de Vries (leadfoto: veldparelmoervlinders (Melitaea cinxia)), ARK Rewilding Nederland; Jeroen Helmer, ARK Rewilding Nederland
