Oranje boven!
De Vlinderstichting
Een jaar of dertig geleden was 30 april, toen nog Koninginnedag, een topdag voor het oranjetipje. Dat was heel toepasselijk, want ‘Oranje boven’ was de leus en het mannetje van het oranjetipje heeft een prachtige oranje vleugelpunt. Dat maakt de vlinder opvallend en niet te verwarren met een andere soort. Dat opvallen wordt nog versterkt doordat de mannetje kilometers per dag vliegen op zoek naar vrouwtjes om mee te paren. En vliegend zijn ze veel makkelijker te zien te krijgen dan als ze stil op een bloem zitten. Daarom worden vrouwtjes van het oranjetipje ook veel minder gezien en doorgegeven aan de waarnemingenprotalen. Zij zitten veel op bloemen om nectar te verzamelen en bovendien lijken ze sterk op de algemene koolwitjes: het vrouwtje heeft geen oranje vleugelpunt. De prachtige fijne, groengele tekening op de ondervleugel maakt ze wel echt anders dan de koolwitjes, maar dat zie je alleen op de onderzijde van de vleugels, dus als de vrouwtjes met gesloten vleugels zitten.
Wanneer en waar?

Nu is 30 april nog ver weg, maar toch kun je al prima op zoek gaan naar oranjetipjes. Door de klimaatverandering zien we de vliegtijd sterk vervroegen en inmiddels ligt de piek rond half april, twee weken eerder dan dertig jaar geleden.
Bij goede weersomstandigheden zijn ze deze week al volop aanwezig. Goed vlinderweer wil zeggen dat het droog en niet te koud moet zijn, liefst boven de 13 graden Celsius. Maar nog veel belangrijker: de zon moet schijnen. Vlinders brengen hun lichaamstemperatuur op 30 graden Celsius door hun vleugels als zonnecollectoren te gebruiken. Via de aders die in hun vleugels lopen wordt de op de vleugels verzamelde warmte naar het lijfje vervoerd. Als een oranjetipje een minuut met de vleugels uitgespreid in de zon heeft gezeten, is hij op temperatuur en kan hij vliegen. Gelukkig is het oranjetipje verspreid over een groot deel van ons land te vinden. Je moet ze zoeken op bloemrijke graslanden of in bosrandjes. De belangrijkste waardplanten, waarop de rupsen zijn gespecialiseerd, zijn pinksterbloem en look-zonder-look. Zie je die planten en ben je in de buurt van een bosrandje of struikpartij, dan heb je een goede kans om een oranjetipje te zien.
Tekst: Kars Veling, De Vlinderstichting
Beeld: Kars Veling; Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)
