12-APR-2026 - De grote rietsigaargalvlieg heeft de titel Insect van het Jaar 2026 in de wacht gesleept. Vanochtend maakte insectendeskundige Aglaia Bouma dit bekend tijdens een live-uitzending van Vroege Vogels. Podcaster Chris Bergström voerde de faciliterende grote rietsigaargalvlieg naar de zege.

Insecten zijn niet alleen onmisbaar als voedsel voor allerlei andere dieren, maar breken ook organisch afval af en zetten dat weer om in voedingsstoffen. En natuurlijk bestuiven ze planten, waaronder veel fruit en groenten. Toch zijn deze belangrijke dieren niet erg populair. Om daar verandering in te brengen organiseren Taxon Foundation, EIS Kenniscentrum Insecten, de Nederlandse Entomologische Vereniging en Naturalis Biodiversity Center de verkiezing Insect van het Jaar. Voor de vijfde keer werden vijf interessante insecten onder de loep genomen door vijf bekende Nederlanders. Elk van hen had een van die insecten geadopteerd en bracht dat op allerlei, vaak ludieke, manieren onder de aandacht van het publiek. 

Vijf kandidaten

Tijdens dit lustrumjaar werden de vuurzwamveervleugelkever, de boerenwormkruidbladrandluis, de zandoorworm, de grote rietsigaargalvlieg en de hertenluisvlieg groot gemaakt. “Uit alle nominaties hebben we weer soorten gekozen die alleen maar negatieve, of zelfs geen enkele aandacht krijgen”, legt medeorganisator Jan Wieringa uit. “Maar die aandacht verdienen ze stuk voor stuk wel.”

Kunstenaar Frédérique Spigt, ambassadeur van de vuurzwamveervleugelkever, reageert op het nieuws: “Mooi dat de grote rietsigaargalvlieg Insect van het Jaar geworden is! Hartelijk gefeliciteerd. En dank voor allen die voor 'mijn' vuurzwamveervleugelkevertjes hebben gestemd. Ik blijf hun ambassadeur, want juist de allerkleinsten hebben ons nodig.” Bij de ambassadeur van de als tweede geëindigde hertenluisvlieg, Maarten van Rossem, heerst enige opluchting: “Ik ben vreugdig gestemd, want nu hoef ik niet naar een winderige en modderige locatie voor die herten.”

De kandidaten van 2026

De faciliterende grote rietsigaargalvlieg

“De grote rietsigaargalvlieg is eigenlijk de oplosser van de woningnood in de insectenwereld: in het riet veroorzaakt hij zijn karakteristieke ‘sigaar’, een nestje dat niet alleen de eigen larve een thuis biedt, maar ook andere insecten een veilige schuilplek geeft.” Ambassadeur Bergström vertelt vol vuur over ‘zijn’ Insect van het Jaar. “Een grote kleine, faciliterende vriend dus.” Die eigenschap moet de vele stemmers hebben aangesproken. “Dit insect vervult een sleutelrol”, voegt Bouma daaraan toe. “Hij maakt het leven van heel veel andere soorten makkelijker of zelfs mogelijk. De zeldzame rietmaskerbij, Hylaeus pectoralis, bijvoorbeeld, maakt haar nestjes uitsluitend in oude, verlaten sigaargallen, dus zonder deze vlieg vloog die bij niet rond.”

Met de eretitel Insect van het Jaar 2026 volgt de grote rietsigaargalvlieg vier andere fascinerende soorten op: de harkwesp, Bembix rostrata, van Bénédicte Ficq (2025), de veldkrekel, Gryllus campestris, van Maurice Lede (2024), de wc-motmug, Clogmia albipunctata, van Hanna Bervoets (2023) en de waterschorpioen, Nepa cinerea, van Pieter Derks (2022).

Wat wint de winnaar?

De grote rietsigaargalvlieg krijgt meer dan alleen de eretitel Insect van het Jaar 2026. Er wordt een excursie georganiseerd waarbij ambassadeur Chris Bergström samen met entomologen, een stemmer en Vroege Vogels radio op zoek gaat naar het dier. De stemmer die de loting won, krijgt een uitnodiging per e-mail. Onder de stemmers zijn verder twee boeken verloot: Wie Wat Bewaart van Menno Schilthuizen en Huisgenoten van Aglaia Bouma. De grote rietsigaargalvlieg zal bovendien trots prijken op een T-shirt dat binnenkort ontworpen zal worden. Mensen zullen de soort blijvend herinneren als bijzonder. Tot slot zal dit insect onderwerp zijn van verder wetenschappelijk onderzoek.

Meer informatie

De verkiezing is een jaarlijks initiatief van Taxon Foundation, EIS Kenniscentrum Insecten, de Nederlandse Entomologische Vereniging en Naturalis Biodiversity Center. Meer informatie is te vinden op de website.

Tekst: Naturalis Biodiversity Center
Beeld: Stijn Schreven; Marit Moerman