Natuurjournaal 16 april 2026
Nature TodayOveral wordt gebroed, gebaltst, gepaard en gepaaid. Ook voor de fint breekt het paaiseizoen aan. Voor 1940 kwam de fint veel voor in Nederland, maar na het sluiten van het Haringvliet, in 1970, verdween de paaipopulatie. De laatste jaren stijgt het aantal waarnemingen, en RAVON houdt al jaren de trend bij. Hopelijk keert er in de nabije toekomst een gezonde paaipopulatie terug in de Biesbosch, dat wil zeggen: groot genoeg om zichzelf te bedruipen. Momenteel blijken de voortplantingen niet succesvol te zijn. Vroeger, we praten over de jaren 1960, hoorde je in de Biesbosch de paaiende, om elkaar heen cirkelende finten in de avondschemering uit het water opspringen. Men noemde dit het ‘rakken’ van de fint.

Zeepokken zijn geen ziekte en ook geen schelpdieren. Het zijn kreeftachtigen, die een huisje van kalkplaatjes om zich heen maken. Dat huisje zit muurvast op de ondergrond – dat kan van alles zijn, van koraal tot de boeg van een schip of de huid van een ander dier – dus een zeepoklarve, die wél kan zwemmen, moet toch eens goed bedenken waar hij de rest van zijn leven wil spenderen. Hij wil zich ook een keertje kunnen voortplanten. Daarom volgen de vrijzwemmende larven hun ‘neus’. Door de stofjes die soortgenoten uitscheiden, weet een larve waar het gezellig is en sluit aan. En zo komen zeepokken, zoals het vulkaantje, vaak met meerdere bij elkaar voor.
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Jelger Herder; Sytske Dijksen, Saxifraga
