Natuurjournaal 31 mei 2026
Nature TodayDaar is hij nog, op de valreep deze maand: de (gewone) meikever. Wat je ziet vliegen is slechts een klein deel van het verhaal. Meikevers beginnen hun leven als eitje en dan als steeds groter wordende larve in de grond, de engerling – zo heten de larven van bladsprietkevers. Meikever-engerlingen die dit jaar uit het ei komen, zullen pas in de zomer van 2028 verpoppen. Dan komt er zo'n guitige kever uit die we allemaal kennen. Maar wacht, die leeft dan nog bijna een jaar ondergronds! Pas in het voorjaar van 2029 zal het nageslacht van wat je nu rond ziet vliegen – kevers die zelf in 2023 geboren zijn – bovengronds komen. De exemplaren met de grote ‘pluimen’ of lamellen aan hun voelsprieten zijn de mannetjes. Met deze radars pikken ze de lokstoffen van vrouwtjes op. Nu nog een wingman en ze kunnen eindelijk aan de slag.

Ook kortvleugelboorkevers behoren tot de groep van de bladsprietkevers, te zien aan de uiteinden van hun antennen. In volwassen vorm zijn met name de mannetjes in bloemen te vinden, waar ze hun buikje rond eten. Wat zowel in de naam als hun uiterlijk opvalt, is het feit dat ze er, voor een kever, een beetje onafgemaakt uitzien. Alsof ze een te kort pyjamajasje aan hebben. Hun dekschilden bedekken niet hun hele achterlijf of abdomen, zodat een deel daarvan blootligt. Het geeft ze waarschijnlijk wat meer beweeglijkheid in nauwe ruimtes, zoals in bloemen en dood hout. Hun paringsritueel daarentegen is allesbehalve onaf, ze nemen er zeker een uur de tijd voor. Het mannetje schijnt het vrouwtje eerst een minuut of tien over haar hele lijf te likken en manoeuvreert zich dan, achter haar, op zijn rug een stukje onder haar. Vanwege haar opvallend lange ovipositor (legbuis) kan hij er op de gewone ‘kevermanier’ namelijk niet bij!
Tekst: Karen Bosma, Nature Today
Beeld: Hans Grotenhuis, Saxifraga; Karen Bosma
