Meer dan 100.000 ongewervelden uit historisch onderzoek online
Stichting BargerveenHistorische data
Stichting Bargerveen heeft in ruim 30 jaar tijd in veel natuurgebieden onderzoek uitgevoerd om natuurherstel te verbeteren. Van stikstofdepositie en verzuring, maar ook van herstel- en beheermaatregelen zijn de effecten op diersoorten onderzocht, zoals van begrazing, plaggen, maaien en hydrologisch herstel van hoogvenen en vennen. Omdat elk project een specifieke onderzoeksvraag kent, is er ook een grote variatie in de manier van het verzamelen, invoeren, opslaan en uitwerken van data.
De onderzoeksgegevens zijn vastgelegd – en dus terug te vinden – in wetenschappelijke artikelen, rapporten en adviezen, maar de verspreidingsgegevens zelf waren niet beschikbaar. Dankzij een bijdrage van NLBIF hebben we van 50 verschillende onderzoeksprojecten tussen 1997 en 2024 deze data kunnen ‘mobiliseren’. In totaal zijn er 113.361 waarnemingen van 1.958 soorten dieren (inclusief ‘verzamelsoorten’ van lastig te onderscheiden taxa) opgenomen in de online GBIF-databank. Een waarneming (of 'record') gaat bovendien vaak over meerdere dieren, waardoor in één klap de verspeiding van meer dan een half miljoen individuen is toegevoegd aan de internationale databank.
Bijzondere soortgroepen
In de verschillende onderzoeken is vooral naar ongewervelde dieren gekeken. Nog geen procent van de waarnemingen betreft zoogdieren, vogels en kikkers. Van vissen zijn ongeveer 20.000 waarnemingen opgenomen. Zo’n 85 procent van de waarnemingen betreft ongewervelde dieren, waarvan een aantal groepen waar relatief weinig verspreidingsonderzoek naar wordt gedaan. Zo zijn er bijna 20.000 waarnemingen van springstaarten ingevoerd en ruim 18.000 van eendagsvliegen. De allergrootse aantallen waarnemingen zijn van spinnen (54.760) en kevers (31.770) met respectievelijk 513 en 382 verschillende soorten.

Van monnikenwerk tot automatische invoer
Het klinkt eenvoudig, bestaande digitale bestanden omzetten in een ander format. Juist omdat oude bestanden vanaf opschrijfboekjes met de hand door veel verschillende onderzoekers zijn ingevoerd, kennen de bestanden allemaal net een andere vorm. Ook was de exacte locatie van een vangst of waarneming niet altijd opgenomen. Nog vrijwel niemand liep 30 jaar geleden met een mobiele telefoon op zak en de eerste handzame, betaalbare GPS-systemen kwamen pas net op de markt. Voor de oudste projecten zijn met de originele rapporten en kaarten met terugwerkende kracht de coördinaten bepaald, inclusief een inschatting van hoe nauwkeurig deze plek gereconstrueerd kon worden. Daarna zijn alle data omgezet naar een gestandaardiseerd Excel-format.
Daarmee was het monnikenwerk gedaan: de Excel-bestanden konden daarna automatisch om worden gezet in het taxonomische database-programma KLASSE. Met twee R-scripts kon vervolgens alles worden gecontroleerd en omgezet naar het juiste format voor de GBIF-database. In nieuwe projecten worden de data direct in KLASSE ingevoerd, zodat de data eenvoudig internationaal online kunnen worden gezet.

NLBIF en GBIF
Alle data zijn ingevoerd in het internationale GBIF (Global Biodiversity Information Facility), waarvan NLBIF (Netherlands Biodiversity Information Facility) het Nederlandse kennisknooppunt is. GBIF is een databank voor biodiversiteitsgegevens, met het doel om iedereen, waar dan ook, open toegang te geven tot gegevens over alle soorten leven op aarde. Hiermee worden zowel de bescherming van biodiversiteit als modern wetenschappelijk onderzoek gestimuleerd.
Tekst: Marijn Nijssen & Joost Vogels, Stichting Bargerveen
Foto’s: Menno Reemer (leadfoto: een vrouwtje van de doorzichtig-gele melkzweefvlieg, een soort die uit ons land verdwenen is en in heel West-Europa sterk achteruitgaat); Tom Heijnen, Saxifraga; Stichting Bargerveen; Bram Koese, EIS Kenniscentrum Insecten
