Aziatische wespenorchis (Epipactis thunbergii)

Inheemse zweefvliegen bestuiven exotische wespenorchissen in Leidse Hortus

Hortus botanicus Leiden
5-JUL-2026 - De eerste prefect van de Hortus Leiden begon ruim vier eeuwen geleden met de aanleg van een plantencollectie die inmiddels meer dan 17.000 planten omvat. De nieuwste prefect hoopt hier samen met collega’s en vrijwilligers met natuurlijk tuinieren een hotspot voor biodiversiteit te creëren. De Japanse wespenorchis in de collectie blijkt haar bestuiver te hebben gevonden in een inheemse zweefvlieg.

Afgelopen maand bezochten de Japanse keizer Naruhito en koning Willem Alexander de Leidse Hortus. Daar konden we hen een bijzondere, bloeiende wespenorchis uit Japan laten zien, de Japanse wespenorchis (Epipactis thunbergii). In Japan wordt deze orchidee bestoven door langlijfzweefvliegen (Sphaerophoria). Vrouwelijke exemplaren van deze zweefvliegen komen daar op de geur van de bloemen af. In de Leidse Hortus hebben de Nederlandse zweefvliegen deze orchidee ook ontdekt.

Bezoek van Japanse keizer Naruhito en koning Willem Alexander aan Leidse Hortus in juni 2026

Orchideeënbloem bootst geur van bladluizen na

Volwassen zweefvliegen, die de bloemen van deze orchideeën bezoeken, leven uitsluitend van nectar en pollen. De larven zijn echter bladluisjagers. Japanse onderzoekers beschrijven hoe vrouwelijke zweefvliegen eieren op de bloemen van deze orchidee afzetten. Ze doen dat omdat de bloemen sterk naar bladluizen ruiken en kleine bobbeltjes bevatten, die aan bladluisgallen doen denken. Door hier vlakbij eieren te leggen hoopt de zweefvlieg haar toekomstige kroost van eten te voorzien. De larven die uit de eieren kruipen, komen vaak bedrogen uit want op de bloem is meestal geen bladluis te bekennen.

Epipactis thunbergii in Leidse Hortus

Inheemse zweefvliegen bestuiven Japanse wespenorchis

In de afgelopen vijftien jaar zagen we terrasjeskommazweefvliegen (Eupeodes corollae) en snorzweefvliegen (Episyrphus balteatus) naar de bloemen van deze Japanse wespenorchis vliegen en er eitjes op afzetten. Tijdens het leggen van een eitje kruipt de zweefvlieg langzaam naar de basis van het middelste en fraai gekleurde vergrote kroonblad, de lip. Dit kroonblad is via dun weefsel dat als scharnier functioneert, verbonden met de basis van het zuiltje, waarop aan de bovenkant een meeldraad met pollenklompjes en stempel zijn aangehecht. Als de zweefvlieg te ver de bloem in dreigt te kruipen, kantelt het dunne scharnier en wordt het insect een paar seconden met de rug tegen de pollenklompjes geduwd. Als de zweefvlieg daarna wegvliegt neemt het de pollenklompjes van de orchidee mee.

Bij een volgend bezoek aan een andere bloem van Epipactis thunbergii blijven de pollenklompjes aan de stempel kleven. Daarna vormt zich binnen een paar weken een vrucht met talloze fijne zaden, die in de Hortus verzameld worden om de soort voor uitsterven in het wild te helpen behoeden.

Snorzweegvlieg (Episyrphus balteatus) met pollinia van Japanse wespenorchis (Epipactis thunbergii) in Leiden

Spontante kruisingen tussen inheemse en exotische wespenorchissen niet mogelijk

Naast Japanse wespenorchis bevat de levende collectie van de Leidse Hortus ook E. gigantea uit Noord-Amerika en E. veratrifolia uit Azië. Deze exotische wespenorchissen worden ook door zweefvliegen bestoven, zowel in het land van herkomst als in de Leidse Hortus. Inheemse brede, duin-, bruinrode, geelgroene en moeraswespenorchissen (Epipactis helleborine, E. atrorubens, E. muelleri en E. palustris) bloeien later dan deze exotische soorten en kunnen daardoor niet met hen hybridiseren door overdracht van pollenklompjes door zweefvliegen.

Tekst: Barbara Gravendeel en Rogier van Vugt, Hortus botanicus Leiden
Beeld: Alpsdake, Wikimedia Commons; Danique ter Horst, Universiteit Leiden; Rogier van Vugt